19 september 2017

35ste Nacht van de Poëzie als immer zonder wanklank

Door Reinder Storm

Dichtbundels verkopen moeizaam, maar bijna tweeduizend bezoekers laten zich tot diep in de nacht met graagte inpakken. Ademloos luisterend naar wat er geboden wordt. Deze 35ste Nacht van de Poëzie begint met de vraag: ‘Wat is het geheim van de Nacht van de Poëzie?’, gesteld door Nacht-presentator Piet Piryns. Waarop hij met een antwoord komt van Guus Middag: namelijk dat de oorzaak bijvoorbeeld gezocht zou kunnen worden in de ontkerkelijking. Mensen gaan niet meer wekelijks, maar eenmaal per jaar naar de kerk en dat is tijdens de Nacht van de Poëzie, dan wordt de hoogmis van het woord gevierd. De bezoekers zijn de gelovigen. Trouw en toegewijd zijn ze voor hun bedevaart naar Utrecht gestroomd en ook ditmaal kregen ze waarvoor ze gekomen waren.

Vragen horen bij poëzie, zoals de dag bij de nacht. Op de vraag wat poëzie nu eigenlijk is antwoordde Gerrit Komrij ooit: “alle goeie gedichten bij elkaar”. Dat is zo’n goed antwoord, omdat je er alle kanten mee uit kunt, precies zoals de bij voorkeur ongrijpbare Komrij het ’t liefste had. Maar het is ook daarom een goed antwoord, omdat het onderdak biedt aan alle varianten. “Kost en inwoning”, zoals een andere definitie luidt. En zo was ook deze Nacht van de Poëzie in Vredenburg/Tivoli te Utrecht: onderdak voor alle varianten, een huis met vele kamers, om in Bijbelse termen te blijven.

De bezoekers zagen en hoorden een lyrische maatschappijcriticus die in zijn gedichten het vermalen van haantjes verwierp, een onwillige diva die alles deed om het publiek niet te behagen en desondanks uitbundig werd toegejuicht, een dichteres van wie de krachtige performance omgekeerd evenredig was aan de begrijpelijkheid van haar poëzie en die tóch als eerste open doekjes oogstte: meerdere zelfs. Geen dichter die op de andere leek – en het past allemaal. Naadloos.

Is dat misschien een kritische opmerking waard? Dat het te blij, opgewekt, lievig en welwillend is allemaal? Niemand die werd uitgejouwd, geen performer die verontwaardigd staakte. Het zegt ook iets over verontwaardiging als zodanig, wellicht. Een avondje zónder is een verademing. Dus genoot het publiek – ook in dit opzicht – met volle teugen. Dichteres Antjie Krog leek in haar optreden zelf verontwaardigd, bijna giftig. De frêle Zuid-Afrikaanse maakte een verpletterende indruk.

 

De entre acts, vanouds befaamd om de onweerstaanbare mix van kwaliteit en variatie, hadden ook ditmaal hun heilzame en opschuddende effect. Brigitte Kaandorp haalde meteen aan het begin van de avond de geest uit de fles en zette op haar onnavolgbare wijze de zaal op stelten. Lucas en Arthur Jussen namen het publiek tot grote hoogten mee op hun vleugels. Karsu, Amsterdamse pianiste van Turkse afkomst, bespeelde in meerdere opzichten een verbluffend gevarieerd register, van breekbaar tot verwoestend. De Amerikaanse zanger Glen Hansard getuigde van zijn muzikale schatplichtigheid aan Woody Guthrie die 50 jaar geleden overleed, maar in het betreffende lied was het de Trump anno nu die het moest ontgelden. De zaal klapte en juichte.

Het motto van de avond was ‘drijf een wig in de nacht en luister’ maar dat kan geen thema heten. Voor wie een beetje oplette was het thema er wel: familiebanden, al dan niet knellend. Poëtisch passeerden moeders, vaders, broers, zussen, zonen, dochters. Alsof het afgesproken werk was, bijna geen dichter die eraan voorbij ging. In ruimere context bezien was dat ook wat de avond weer uniek en onvergetelijk maakte: de verbinding tussen performer en publiek met woorden en muziek. Er ontstaat een geheel dat meer is dan de som der delen. Magisch, ontastbaar, wezenlijk en reëel.

Ingmar Heytze behoorde ditmaal niet tot de optredende dichters, maar een gedicht van hem in de hal van het theater verwoordt het aldus:

[…] vier zalen komen tot leven rond de as,
achthoekig, pluche en hout. Luister,

kijk, drink alles in. Wat krijgt de wereld
beter aan het draaien dan muziek?   

Kom verder, nergens ben je dichterbij.
Vanavond spelen we alleen voor jou.

Gelovig of niet, daaraan kan geen bedevaartganger weerstand bieden.

 

Foto boven: Dimitri Verhulst
Foto midden:Karsu
Foto onder: Lucas en Arthur Jussen

Foto’s: Marieke van Delft

 

 

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 oktober 2007

Roman met speelse cartoonachtige taferelen De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol. De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis. Steeds meer wetenschappelijke disciplines staan open voor datgene wat deze mensen over bijzondere ervaringen te vertellen hebben die men heeft opgedaan tijdens die crisis. In de westerse wereld zijn wetenschappers de laatste jaren er toe overgegaan dit soort ervaringen toch serieus te nemen en een onderzoek in te stellen naar de strekking ervan. Dat leidt tot uitermate belangrijk onderzoek. Wanneer kan worden aangetoond dat mensen werkelijk de grenzen van ruimte, tijd en sterfelijkheid kunnen overschrijden, zijn de consequenties daarvan voor de wetenschap, de theologie en dus ook voor het leven enorm. Simon Vestdijk schreef in zijn essay Berichten uit het hiernamaals (De bezige Bij , 1982, pg.11) het volgende: Op aarde acht men het psychisch leven gebonden aan de stof. Een dergelijke stoffelijke grondslag kennen wij hier niet. Geen lichaam, geen zintuigen, geen tastbaar denkorgaan, niets. Maar hoe wil ik dat bewijzen? Hoe overtuigend moeten mijn woorden wel klinken, willen zij de kluisters verbreken van wat zelfs ik nauwelijks een vooroordeel waag te noemen? Ik weet zeker, dat ik leef, al ben ik gestorven, en ik weet zeker, dat ik geen lichaam meer heb; maar het zou wel eens kunnen zijn, dat dit dan ook het enige is dat ik weet. Ieder van ons heeft wel eens momenten gehad, dat niets hem eenvoudiger leek dan u, aanstaande lotgenoten, met voorbeeld of beeldspraak uit te leggen hoe wij ons voelen in onze nieuwe toestand, wat er met ons aan de hand is, wie en wat wij zijn en niet zijn. Menige aardbewoner, zo meenden wij, kent uit eigen ervaring wel die dromerige stemmingen, waarin het rumoeren der buitenwereld niet meer tot hem doordringt, en zijn eigen bewustzijn de gehele horizon van zijn bestaan schijnt in te nemen. Dat komt overdag voor, en even voor het inslapen ervaart gij het gewoonlijk op zijn duidelijkst. En nu kunnen wij wel zeggen, dat gij hierin een vergelijkingsmaatstaf bezit, die nadere uitleg onzerzijds overbodig maakt, helemaal eerlijk zijn wij hierin niet, want voor zover wij ons de vroegere dagdromen nog herinneren, weten wij maar al te goed, dat de vergelijking hoogst misleidend is, en dat uw minuten van wegdrijven op innerlijke golven heel iets anders zijn dan onze bestaansvorm. Als gewezen dienaren der wetenschap zouden wij er dus verstandig aan doen onze nederlaag toe te geven. De schrijver Eric de Clercq waagt in zijn roman Het grote spel waterparadijs een poging deze thematiek uit te werken en te gieten in een verhaalvorm. In zijn relaas wordt een zekere Tim ten tonele gevoerd die zich uitgerekend door een sprinkhaan, Vioolpret geheten, laat vertellen dat hij een ongeval gehad heeft en in een comateuze toestand verkeert. Deze toestand zou gelijk staan met de dood. Blz. 17 : “ Je zal ondertussen wel vermoeden dat deze wereld jouw doordeweekse leventje niet is. En dat is het ook niet. Dit is de vijfde Dimensie. De dimensie waarnaast alle levende wezens na hun dood terugkeren. “ Tim wordt in het verhaal omringd door tientallen figuren, allemaal cartoons die de meest uiteenlopende insectensoorten vertegenwoordigen. Elke figuur stelt een soort voor dat het best bij zijn status, beroep of persoonlijkheid past. De figuren die hij tijdens zijn ronddolen ontmoet, komen hem steeds bekend voor. Hij krijgt mensen gepresenteerd die afkomstig zijn uit zijn geboortedorp en die door Tim een plaats toebedeeld krijgen in de vorm van als cartoons. Het stoort hem ook niet dat de figuren creaties zijn van zijn eigen geest. Pas aan het eind van het verhaal keert de rust in Tims’ wereld weer terug. Het feest en de avontuur zijn dan ook voorbij. De figuren van zijn wereld hebben zich teruggetrokken in hun woning op vioolpret na die nog in het rond kuiert..Tim vraagt zich ten slotte af wat de toekomst voor hem in petto heeft. Zou hij uit zijn coma ontwaken en terugkeren naar de aarde, of toch maar hier blijven en binnen afzienbare tijd voor een laatste maal reïncarneren, alvorens te promoveren tot de opperste tweede graad. In de roman gebeurt er van alles, varierende van taferelen die je je in de Efteling doen wanen tot taferelen die zoals Vestdijk schrijft: het eigen bewustzijn de gehele horizon van je bestaan schijnt in te nemen en dat je minuten van wegdrijven op innerlijke golven iets anders zijn dan het gewone bestaansvorm. Het lijkt alsof De Clercq met zijn romanvorm waar hij voor gekozen heeft een poging heeft gewaagd zijn eigen literaire conventie te exploreren en exploiteren. Hij laat je de literaire werkelijkheid met andere ogen bekijken, al is het maar voor eventjes. Desalniettemin kan ik niet concluderen dat De Clercq uitstekende en uitzonderlijke literatuur gecreëerd heeft, d.w.z. literatuur met een inventief beeldend vermogen. In elk hoofdstuk creeert hij een nieuwe bedrijvigheid , volop taal en hallucinerende beelden. Het is voor mij zeker niet bon ton om meewarig te doen over de literaire nijverheid van deze auteur maar als ik zijn literaire conventie serieus neem neig ik te kanttekenen dat zijn relaas veel weg heeft van pulp of zelfs van veredeld divertissement. Voor een serieus thema als reïncarnatie had hij een heel ander soort scéne kunnen bedenken en minder op het speelse en amusante gaan zitten. Het begin van het verhaal is in ieder geval zeer goed bedacht. Het is jammer dat hij voor de tragiek van zijn dramatische expressie gekozen heeft voor taferelen en bedrijvigheden die zijn thema, dat best wel zwaar op de hand is, in het frivole meesleuren. Het is ontmoedigend te moeten constateren dat de verhaallijn die met zoveel ijver en toewijding is geconstrueerd, waar de krachtinspanning ook duidelijk in voelbaar is, enkel de verbinding vormt van een reeks woorden , hoewel deze woorden op zich steeds een beeldenstroom met zich transporteren .Het streven om in deze roman een diepzinnig Oosters gedachtegoed weer te geven , is echter even utopisch als het streven van de schrijver alle aspecten van de zichtbare en verborgen in de reïncarnatie te vangen in een roman, te verklaren door speelse cartoonachtige beelden in de roman en tot slot de personages te willen verklaren door de sociale, de familiaire, historische, culturele, psychologische, biologische, linguïstische etc. van hun geschiedenis.

Roman met speelse cartoonachtige taferelen

De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol.
De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis.

Lees meer