27 augustus 2015

33ste Nacht van de Poëzie in Tivoli/Vredenburg

Thuis wil ik zijn, al is het maar een nacht – Tsjêbbe Hettinga (1949 – 2013)

Agenda / 19 september / TivoliVredenburg / Utrecht

Sinds vorig jaar is De Nacht van de Poëzie terug in de Grote Zaal van het (vernieuwde) TivoliVredenburg. Eenentwintig aankomende poëzietalenten en gevestigde dichters zullen  van 20.00 tot 03.00 uur in de nacht optreden, afgewisseld door muzikale en theatrale entr’actes.

Volgens traditie wordt nooit bekend gemaakt wat de volgorde van optredende dichters zal zijn. Uitzondering daarop is dat de dichter die het jaar daarvoor de nacht afsloot, de Nacht van de Poëzie mag openen. Dit jaar is de eer aan Maarten van der Graaff (1987). Van der Graaff ontving in 2014 de C. Buddingh’-prijs voor zijn debuut Vluchtautogedichten en publiceerde afgelopen juni zijn tweede bundel Dood werk bij Atlas|Contact.

Een zeer bijzondere vorm van aanwezig zijn is de in juli van dit jaar overleden dichter Rogi Wieg (1962-2015). Wieg werd euthanasie toegekend na een jarenlang ziekbed ten gevolge van een leven als psychiatrisch patiënt dat resulteerde in een ondraaglijk geestelijk en lichamelijk lijden. Toen de redactie van de ‘Nacht’ hem begin dit jaar uitnodigde voor een optreden nam hij die graag aan. Maar ondertussen wist Wieg dat hij 19 september waarschijnlijk niet zou halen.

Toch wilde Wieg een bijdrage leveren aan de 33ste ‘Nacht’. Met de organisatie vatte hij het plan op om zijn voordracht bij hem thuis op te nemen. Waarvan de beelden straks vertoond zullen worden in de Grote Zaal van TivoliVredenburg. Dat hij er dan niet meer zou zijn, vond Wieg een droevig, maar ook een intrigerend idee. ‘Smokkelen met de tijd’ noemde hij het zelf. Het ‘optreden’ is met terugwerkende kracht een laatste afscheid van het publiek en de kunst. En bovenal is het een portret van Rogi Wieg zoals hij het graag wilde: melancholisch, tragisch, maar ook humorvol en levenslustig. In september verschijnt een bloemlezing door Peter de Rijk uit Wiegs gehele poëtische oeuvre. Even zuiver als de ongeschreven brief wordt tijdens de Nacht van de Poëzie gepresenteerd.

Verder zullen optreden: Pieter Boskma, Anneke Brassinga, Charlotte Van den Broeck, Jules Deelder,Dennis Gaens, Johanna Geels, Luuk Gruwez, Stefan Hertmans, Sasja Janssen, Ilja Leonard Pfeiffer, Vrouwkje Tuinman,  Hester Knibbe (winnaar VSB Poëzieprijs 2015), K. Schippers, Peter Verhelst, Lévi Weemoedt, Stijn Vranken en Ivo de Wijs. De overige twee zijn nog niet bekend. De poëtische voordrachten zullen worden afgewisseld met verschillende ‘entr’actes’ die op dit moment nog niet bekend zijn.

Rondom de Grote Zaal is er gelegenheid wat te eten en te drinken en zal er een traditionele boekenmarkt zijn met een presentatie van kleine uitgevers en literaire tijdschriften.

Het evenement begint om 20.00 uur en eindigt meestal tegen 03.00 uur (de ervaring leert  later) in de ochtend.

Als present aan elke bezoeker van de ‘Nacht’ is er de Nachtbundel, met veelal ongepubliceerde gedichten van de optredende dichters. Een prachtig aandenken om thuis, in alle rust de dichters van de ‘Nacht’ nog eens door te nemen.

 

 Klik hier voor kaartverkoop.

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer