12 februari 2015

Het was de liefde

Column door Inge Meijer

Opeens kon ik het idee dat ik nooit een selfie zou kunnen maken niet verdragen. Het overkwam me toen ik in een hoekje van een koffiebar een stel, dat duidelijk verliefd op elkaar was, de hoofden naar elkaar toe zag buigen en in lichte extase omhoog keken. Ze vormden een prachtige driehoek waarbij de iPhone van het meisje het middelpunt was. Ze lachten naar het toestel. Er werd afgedrukt. Dat moment kwam me opeens voor als het ultieme gebaar van liefde. Zo’n gebaar wenste ik mij ook te maken. Ik samen met Mijn Lief… Maar ik had geen iPhone. Dat besef maakte van mijn verlangen een onvervulbaar verlangen. Waar ik toch ook wel weer van genieten kon, van dat onvervulbare.

Ik zuchtte, door dat onvervulbare, en trok de krant naar me toe. Grünberg schreef in zijn voetnoot: ‘Alles wat echt is blijft verborgen.’ Dat trof me. Het was de eerste voetnoot na het overlijden van zijn moeder deze week. Hij stond het niet toe verdrietig te zijn. Zijn moeder had zichzelf ooit één dag verdriet toegestaan. Dat was nadat ze had gehoord dat haar ouders waren vergast. Toen was het klaar. Terwijl hij naast het lichaam van zijn overleden moeder stond, vormde deze voetnoot zich in zijn hoofd. Zo gaat dat. Het verlies van een dierbare is niet met tranen te duiden. Ook niet met woorden. Door het op te schrijven brengt dat, wat tussen de regels staat soms meer aan het licht dan men vermoeden kan.

‘s Middag kwam Zoon met een vermoeide blik uit school. Hij mompelde een begroeting en liep naar de gang om zijn jas op te hangen. Onderweg daarheen liet hij zijn rugzak, zwaar van boeken op de grond vallen en slaakte een zucht. Ik zat op de bank met een glas wijn en Mijn Lief nadat we wat conflictueuze dagen hadden gehad die op een of ander miraculeuze wijze vanzelf waren opgelost. Dat doen conflicten soms.

Zoon liet zich naast me op de bank vallen. Zuchtte en streek met een vermoeid gebaar zijn haar naar achteren waarbij hij zijn ogen ten hemel sloeg. ‘Gaat het’, vroeg ik. ‘Mwah’, zei hij waarna hij zijn hoofd liet hangen. ‘Het gaat op het moment niet zo lekker tussen ons.’ ‘Ah’, zei ik. Dan, opkijkend: ‘Hadden jullie dat nu ook toen jullie pas een relatie hadden?’ vroeg hij. ‘Och’, zei Mijn Lief met een relativeringszin die ik niet bij hem vermoedde, ‘de eerste dertig jaar waren niet makkelijk.’ Waarna Zoon in lachen uitbarstte en zei, ‘ Fantastisch. Dat geeft moed.’ En ik dacht ‘zo zie je maar’: ‘Alles wat echt is komt bij tijden aan de oppervlakte’. En schonk de wijn nog maar eens bij.

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer