30 juli 2003

yang 2003-02 verschenen

Na een verblijf in het kinderparadijs steekt deze nieuwe yang van wal met een bruisend pamflet over de kunstwereld van Frank Vande Veire. Een vis met de nodige graten, die sommigen wel eens dwars in de keel zouden kunnen blijven steken.

?Wanneer men het in de kunstwereld heeft over “kritiek”, dan houdt dit niet in dat men kritisch onderzoekt en analyseert, het betekent dat men zich een houding aanmeet, namelijk een houding waarmee men zijn scepsis laat blijken tegen alle uitgesproken meningen, theorieën, wereldbeelden, analyses, programmas. Immers: elke al te scherp omlijnde visie op wat dan ook zweemt al te veel naar een “Groot Verhaal”, en het is passend hierover de wenkbrauwen te fronsen of ironisch te glimlachen. Het achterlijkste dat je in de kunstwereld kunt doen is een visie uitwerken of grondig doordenken. Het is trouwens ook niet netjes: wie een visie al te serieus neemt, glijdt al gauw af naar intolerantie, dogmatisme, fanatisme, misplaatste bekeringsijver. Visies dienen eigenlijk enkel om geïroniseerd, gerelativeerd, gedecontextualiseerd, “gesampeld”, geconsumeerd te worden.

Relativering is moeilijk bij de vis die Slavoj ðiñek op ons bordje schuift. In zijn oorspronkelijk in de London Review of Books verschenen essay over biogenetische interventie houdt hij ons voor dat de weigering om uitdagingen van de biogenetica aan te gaan, in feite niet zo veel verschilt van hen die het vroeger uit naam van ons zieleheil beter vonden om ons in onwetendheid te laten. De biogenetica zet ons idee omtrent wat een mens is, radicaal op de helling, en dat is bepaald fishy te noemen.

?Hegel zou niet zijn teruggeschrokken voor de idee van het menselijk genoom en biogenetisch ingrijpen – noch zou hij onwetendheid hebben verkozen boven risicos. In plaats daarvan zou hij opgetogen zijn geweest over de vernietiging van het oude idee van “dat zijt Gij” -, alsof onze noties van de menselijke identiteit definitief waren vastgelegd. In tegenstelling tot Habermas zouden we de objectivering van het genoom volledig moeten omarmen. Door mijn zijn te herleiden tot het genoom word ik gedwongen het denkbeeldige materiaal waaruit mijn ego bestaat te doorkruisen, en alleen zo kan mijn subjectiviteit naar behoren tot uiting komen.

Dat mag zo zijn, maar heeft men daarbij niet toch het gevoel dat men het liever ?zelf is die bepaalt tot wat men precies wordt herleid? De dichter, essayist en Nobelprijswinnaar Joseph Brodsky begon al in de jaren zestig aan een weinig bekend geworden toneelstuk. Marbles heet het, en het is een reflectie op de totalitaire staat, waarin het 'ik' volledig uit- en overgeleverd is aan anderen. Luc Ebraert viste het op en vertaalde het voor het eerst in het Nederlands. Het eerste bedrijf werd hier opgenomen.

Behalve dit vissen in troebel water vindt u in dit nummer ook weer het neusje van de zalm op het gebied van proza en poëzie.

Erik de Smedt vertaalde uit de bundel Erdkunde (2002) van Marcel Beyer de reeks 'Kondensmilch', waarin een naamloze 'ik' grip probeert te krijgen op een vormeloze, zouteloze wereld:

'Ik eet perzik uit blik, er / drijft iets, haring in tomatensaus, / pakjessoep, er drijft iets, ik / merk dat ik dit hemd niet langer / aan kan houden, ik wil eruit, toch weet / ik niet of ik zo de straat op kom'.

De Nederlandse dichteres Neeltje van Beveren daalt met kapitein Kamacho af naar regionen waar een kreeft een edel deel bewerkt op een luie oceaandag:

?Hoe dan ook kan kapitein Kamacho soms een hele koele zijn. / Een wind is hij dan of een kolk die heeft geleerd / zo weinig prijs te geven als de zee.

Inge Arteel deed opnieuw haar thuishaven aan en vertaalde voor yang drie verhalen uit de eigenzinnige, fantastisch-realistische roman Lusthaus oder Die Schule der Gemeinheit van de Oostenrijkse schrijver en dramaturg Franzobel. Geurig proza is het woord dat hier past:

?Visbuikgrijze schakeringen dansten op de vlasblonde massa als golven op de zee. Duiven pikten er de beste brokken uit, halfverteerde mosselen, krab, garnalen, stukjes inktvis. Naar het kookvocht van zeedieren rook het, een maagzuur-en-wijn mengsel, naar verse kots, sulfamaat.

En dan is er onze writer-in-residence, Jeroen Theunissen, met het tweede deel van zijn zeeziek in asanas wegdeinende Oskaartje.

De rubriek 'Die ochtend in de boekhandel' is gewijd aan een bespreking van ambitieuze projecten. Yang-redacteur Daniël Rovers zet recente romans van vier grote namen uit de Nederlandse letterkunde af tegen het ideaal van een Great Dutch Novel. Dirk van Hulle bespreekt de poging van het veel gelezen literaire tijdschrift Granta om tot een bevredigende bloemlezing te komen van de twintig beste Engelse jonge schrijvers. Van Hulle vertaalde één van de in Granta opgenomen verhalen, van Rachel Cusk. Tom Van de Voorde bespreekt aan de hand van een bloemlezing uit 100 nummers van Raster de bepaald aalgladde manoeuvres van de huidige redactie van dit gerenommeerde tijdschrift – een zowel liefdevol als kritisch overzicht van een tijdschrift dat in zijn eigen netten verstrikt raakte.

De kunstenaars Nico en Sissi maakten speciaal voor deze yang, elk afzonderlijk, een reeks tekeningen onder de titel 'Dove ogni cosa ha inizio e fine' ('Waar alles begint en eindigt'). De reeksen ontmoeten elkaar in het midden: grote vis temidden van een zee van haren.

Bron http://www.yangtijdschrift.be/ – http://www.yangtijdschrift.be/ /le

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer