15 mei 2006

De Schopenhauer-kuur, Irvin D. Yalom

Psychiater Julius Hertzfeld krijgt te horen dat hij nog maar een jaar te leven heeft. Een enorme schok natuurlijk, maar hij gaat niet bij de pakken neerzitten. Hij neemt een periode vrijaf waarin hij praat met zijn omgeving en leest. Bijvoorbeeld:
“alles met mate. Als we onze jassen uitdoen en ons niet in het feestgedruis storten, missen we teveel van het levensfeest. Waarom zou je voor sluitingstijd al naar de uitgang gaan?”
Als hij zijn favoriete boek van Nietzsche aldus sprak Zarathoestra doorbladert, leest hij:
“Zou je het leven zoals je het geleefd hebt tot in de eeuwigheid precies zo willen prolongeren?”
Dus besluit Julius geen gekke dingen te gaan doen, maar gewoon het leven te blijven leiden dat hij tot dusver geleid heeft. Wel zet het hem aan tot denken over het verleden: is hij een goede therapeut? Heeft hij zijn patienten wel genoeg te bieden?

Natuurlijk beseft hij dat er ook mensen zijn die hij niet heeft kunnen helpen, en hij besluit contact op te nemen met hen. De eerste is Philip, die bij hem kwam omdat hij een onverzadigbare seksuele lust had. Philip was een chemicus, geïnteresseerd in de filosofie, zonder familie of vrienden. Drie jaar lang kwam hij trouw bij Julius, maar stopte met de therapie omdat het niet hielp. Julius belt hem en ontdekt dat Philip intussen geen chemicus meer is, maar afgestudeerd filosoof en dat hij zelfs van plan is een psychotherapeut te worden op basis van filosofie. Julius is verbijsterd. Hij vindt dat Philip contactgestoord is, hij kan geen normale relatie met mensen hebben, hoe kan hij dan mensen die met hun problemen bij hem komen helpen? Als Philip hem dan vraagt om te helpen bij de laatste fase van zijn opleiding: het begeleid worden door een erkend psychotherapeut bij het behandelen van patienten, zegt hij toe.

Philip komt in groepstherapie bij Julius, maar dit met tegenzin. Hij is genezen van zijn seksuele obsessie, en dat komt doordat hij is gaan leven als de filosoof Schopenhauer, als een zeer eenzelvige misantroop, die de volgende leefregels had:
-spreek zonder gevoel
-wees niet spontaan
-blijf onafhankerlijk van anderen
-beschouw jezelf als iemand die in de stad woont waarin jij de eigen bezitter van een horloge bent die de tijd aangeeft: het zal je goed van pas komen
-met minachting verwerf je hoogachting

Doordat hij deze regels streng toepast creëert hij een enorme afstandelijkheid hetgeen het de groepsleden erg moeilijk maakt, maar op den
duur blijkt de sfeer van een goed werkende therapeutische groep Philip toch van zijn stuk te kunnen brengen. Een extra complicatie is dat een van de groepsleden een vrouw is die jaren geleden door Philip “misbruikt” is.
Het jaar verstrijkt, de groep ontwikkelt zich, de spanning stijgt tot grote hoogte en dan..sterft Julius.

Dat is kort door de bocht het verhaal, dat door de vele aspecten moeilijk na te vertellen is, maar wel heel erg boeit. Mij persoonlijk interesseren vooral de intermenselijke verhoudingen, de psychologie, maar voor iemand die meer filosofisch ingesteld is, biedt het boek veel: vooral over Schopenhauer natuurlijk, maar ook Nietzsche, en de Indiase filosofie komen aan bod.
Eigenlijk is Philip meer de hoofdpersoon dan Julius, vind ik. Natuurlijk gaat het ook om de acceptatie van de dood, maar in het boek verdwijnt dat probleem naar het tweede plan. Philip, het alter-ego van Schopenhauer, is in werkelijkheid degene die op de korrel genomen wordt. Is de filosofie van Schopenhauer wel zo heilzaam voor de mens?

Tussen de hoofdstukken door lezen we over het leven van de filosoof, over zijn achtergrond en hoe hij tot zijn ideeën kwam. Philips leven blijkt in velerlei opzichten hetzelfde.

Philip: “Niemand nodig hebben, betekent dat je nooit eenzaam bent. De zegen van het isolement, dat is waar ik naar streef”

Pam (de vrouw uit zijn verleden): “De oplossing die jij voor je problemen hebt, is een schijnoplossing: het is helemaal geen oplossing, het is iets heel anders, het is het loslaten van het leven. Jij staat niet in het leven, je luistert niet echt naar anderen, en als ik je hoor praten, heb ik niet het gevoel dat ik naar een levend, ademend wezen luister.”

Tony: “Weet je waar ik ineens aan moet denken? Als kind wou ik de meeste dingen die mijn moeder gekookt had niet opeten. Ik zei dan altijd:”ik lust het niet” waarop mijn moder altijd vroeg:”hoe kun je dat nu weten als je het nooit hebt geproefd?” De manier waarop jij (=Philip) tegen het leven aankijkt, doet me daaraan denken.”

Marjo

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant