De brute bruiloft, Y. Queffelec

Nicole gaat uitgebreid in bad en tut zich op, met de spullen van haar moeder. Ze lijkt wel een achttienjarige vrouw van de wereld in plaats van
een verlegen pubermeisje van dertien. Ze gaat uit, met een Amerikaan, en ze is zo verliefd..
Maar het avondje uit wordt een drama. De Amerikaan heeft heel andere plannen.
En met het gevolg daarvan blijft Nicole zitten als de man al lang en breed weer weg is, naar zijn vrouw in Amerika.

‘ Hij moet kapot,’ raasde de moeder, ‘hij moet kapot. Onze-Lieve-Heer laat zoiets niet gebeuren. Dat wij het mikpunt van de streek zijn. Dat het brood dat ik dagelijks bekruisig, met zonde besmeurd brood is. Met de zonde van
mijn dochter. ”

Ze noemen hem Ludovic, en verstoppen hem op zolder. Het gebeurt in Frankrijk, op het platteland, net na de oorlog, een tijd van bekrompen ideeën, vooroordelen en veroordelen. De jongen groeit op zonder liefde, zijn moeder wil zijn moeder niet zijn, zijn grootouders willen hem niet zien, hij is veroordeeld tot de donkere vochtige zolder, met alleen een dakraam en een uitzicht over de zee. Als je nooit een vriendelijk woord hoort, als men alleen maar zegt dat je gek bent, dat je een klap van de molen hebt gehad, dat je een misbaksel bent..hoe kun je dan opgroeien tot een normale jongen? Dat gebeurt dus ook niet. Ludo weet wel dat hij niet gek is, maar is niet in staat weerwoord te bieden, hij heeft dat niet geleerd. Als hij eenmaal naar school gaat laten ze hem ook daar aan zijn lot over, niemand grijpt in. Als zijn moeder trouwt, is zijn stiefvader volkomen bereid het beste voor zijn stiefzoon te doen, maar hij kan niet tegen Nicole op. Ludo blijft het pispaaltje, vooral van stiefbroer Tatav, die het leuk vindt dieren en mensen te kwellen. Ludo beseft dat niet eens, zo eenzaam is hij altijd geweest dat iedere vorm van contact hem welkom is. Hij blijft wanhopig verlangen naar liefde van zijn moeder, naar een goed woordje van haar. Hij doet enorm zijn best, en zij verstoot hem keer op keer. Tot de laatste keer..

“De volgende keer stond hij vroeg op, trok zijn zondagse kleren aan en ging naar beneden om het ontbijt klaar ter maken. De bediening was altijd volmaakt. De geometrie van het couvert, het met boter belakte brood en zelfs de evenwichtige opstapeling van de suikerklontjes op het schoteltje bewezen een maniakale zorg.”

Queffélec heeft met dit boek in 1985 de Gran Prix de Goncourt gewonnen. Hij geeft een prachtige psychologische schets van de jongen, met bijna poëtische taal. Prachtig, maar schokkend.

 

 

 

 

 

Recent

22 juni 2018

Een bijzondere mengeling van absurditeit, humor en mystiek

Over 'Flesjes knallen' van Yu Hua
21 juni 2018

Mild vernisje over het schrijnende bestaan

Over 'De gulheid van de zeemeermin' van Denis Johnson
20 juni 2018

Joke van Leeuwen over de zin en onzin van het sluiten van grenzen

Over 'Hier' van Joke van Leeuwen
19 juni 2018

De verdediging van een wingewest

Over 'Koloniale oorlogen in Indonesië' van Piet Hagen
18 juni 2018

Gezin gezien door de ogen van de jongste zoon

Over 'Daal neder, engel' van Thomas Wolfe