12 december 2005

Moenens luchtige sprongen

Gedoemd tot observerenof geobsedeerd door de gedoemden?

Gedoemd tot observeren
of geobsedeerd door de gedoemden?

Willem Brakman schrijft zijn zesendertigste of tweeënvijftigste roman. 
Welk lot zou de Duivel beschoren zijn in een geheel ontkerstende wereld? Hetzelfde lot als God de vader en zijn enige zoon Jezus Christus? Zij zouden aan de zijlijn staan van de samenleving en langzaam wegkwijnen. Zij zouden troost bij elkaar zoeken  en cynisch comentaar geven op de mensen die hen na zoveel eeuwen hebben laten vallen.
In het nieuwste boek van Brakman, Moenens luchtige sprongen, weten God en de Duivel dat  hun rol op aarde is uitgespeeld maar ze zijn tegelijkertijd onsterfelijk en gedoemd tot observeren. Er is zelfs sprake van een groeiend kamaraadschap tussen God die bij Brakman meestal de man met de hoed is, en de Duivel die net als in het mirakelspel Marieke van Nieumwegen luistert naar de naam Moenen.
De oude van dagen kampen met lichamelijke gebreken en zelfs de jongste van het stel, Christus, lukt het niet meer om na een korte drinkpauze weer eigenhandig op het kruis te klauteren. Hij wordt daarom een handje geholpen door de Duivel die regelmatig de kerk bezoekt maar nog niet al zijn streken heeft verloren.
‘Een enkele maal trek ik nog wel eens een oud vrouwtje van de pot, breek een offerbus open, doe een goocheltruc daar en een goocheltruc hier, doe ook aan voorspellen, laat mijn bellen rinkelen en loer ondertussen naar de een of andere waardin.’
Maar erg overtuigend als het kwaad is hij niet meer. Het gaat zelfs zover dat Moenen uit pure verveling subsidies aanvraagt om een documentaire te maken over zijn rivaal die hij gekscherend de Woestijnbewoner of woestijnman noemt.
‘We filmden verder in Duindorp, in Scheveningen, op het Rijswijkseplein en een keer in de Wateringenlaan, omdat daar een zekere Nolov Gregoor had gewoond. De Prachtige Haringkade werd niet overgeslagen. Er waren ook wijken waar een draaiverbod heerste, maar als kostbare tegenhanger was er de haast overdreven hulp van het Bijbelgenootschap…’
Moenen is de bekendste duivel uit de Middelnederlandse literatuur. In Marieke van Nieumwegen verleidt hij Marieke om kennis te vergaren en plezier te maken in ruil voor haar ziel. Marieke gaat in op het aanbod van Moenen en verkoopt haar ziel aan de Duivel maar komt na zeven jaar tot inkeer en vraagt God om vergiffenis.  Moenen is hier zo kwaad over dat hij met Marieke een enorme sprong in de lucht maakt en haar vanaf het hoogste punt op het marktplein naar beneden laat vallen.
In Moenens luchtige sprongen, is de Duivel al lang niet meer in staat tot het maken van hoge sprongen of het moet gaan om de denkbeeldige sprongen die de auteur veelvuldig met de Duivel maakt (in plaats van andersom). Zoals we gewend zijn bij Brakman schiet het verhaal alle kanten op en doet diverse bekende thema's uit eerder werk aan. Zo zijn er op de eerste plaats natuurlijk God, Jezus en de Duivel, al dan niet met hoedje, maar ook personages als vrouw Pronk die Brakman in zijn autobiografie j ‘accuse aanhaalde, hoofdzuster Dillinger uit Een vreemde stam heeft mij geroofd , Carp, een militair van de herhalingsoefening uit Water voor Water en ga zo maar door. Net als in zijn eerdere werk vraagt de auteur een flinke inspanning van zijn lezers. Het verhaal laat zich niet lezen als een logische opeenvolging van gebeurtenissen maar roept een complete wereld op zonder begin of eind, maar met een enorme verbeeldingkracht.
Het verhaal bevat zoals altijd een aantal poëticale handvatten die de lezer te verstaan geeft dat hij er met een conventionele manier van lezen niet komt. In een interview met Tom van Deel van jaren geleden gaf Brakman te kennen dat een volmaakt verhaal op ieder onderdeel de volmaakte bespiegeling zou moeten zijn van de totaliteit. Brakman doelde hiermee op de zinvolheid, de troost van de vorm waarin de onsamenhangende en chaotische wereld wordt gestructureerd en daarmee de angst voor "het uit elkaar klappen" van de wereld wordt bezworen. Het herstellen van die verloren eenheid is een vormprobleem. Ondanks deze herkenbaarheid van de subjectieve problematiek voor de lezer, weigert Brakman in zijn romans een wereld, een realiteit te creëren uit gehelen die naadloos op elkaar aansluit. Het idee dat een schrijver een werkelijkheid schept moet volgens Brakman doorbroken worden door vormverandering. 
 
Willem Brakman, Moenens luchtige sprongen. Querido Amsterdam, 134 blz. ISBN 90-214-5303-7

Andreas Vonder 

Moenens luchtige sprongen
ISBN: 9789021443973

Meer van :

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard
17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman
8 november 2017

Biografie Herman de Coninck gedicteerd door De Coninck zelf

Over 'Toen met een lijst van nu errond' van Thomas Eyskens

Verwant