De Harzreis – Heinrich Heine

Natuurlijk, recensies moeten aan een aantal kenmerken voldoen. Zo gaan ze meestal over boeken die net zijn geschreven of net zijn vertaald. Maar aan dat soort conventies ontrekken wij ons met het grootste gemak bij Literair Nederland. Dit stukje kon wat mij betreft namelijk over geen ander boek gaan dan over het boek dat ik de afgelopen maanden als brevier bij me heb gedragen en waarin ik las tot er blaren in mijn gezichtsveld verschenen: De Harzreis van Heinrich Heine. Geschreven in 1824, maar nog steeds volkomen fris. De dichter is dan 26 en studeert rechten in Göttingen. Hij maakt zich zorgen, want moet zich tot het christendom bekeren wil hij later werk vinden. De Pruisische regering had alle openbare ambten op slot gedaan voor joden, mits een doopbewijs kon worden overlegd. Heine moest zich schikken, wat voor het iemand als hij niet makkelijk geweest moet zijn, aangezien hij over geen enkel conformismetalent beschikte. Integendeel, hij trapt wild om zich heen in z’n polemieken en was vervolgens oprecht verbaasd als men hem dat kwalijk nam. Hij maakte zich dus zorgen over zijn aanstaande bekering, voelde zich niet lekker – Heines medische dossier is bijna even omvangrijk als z’n verzameld werk – en bovendien benauwde de universiteit in Göttingen hem, waar volgens Heine alleen maar een

Natuurlijk, recensies moeten aan een aantal kenmerken voldoen. Zo gaan ze meestal over boeken die net zijn geschreven of net zijn vertaald. Maar aan dat soort conventies ontrekken wij ons met het grootste gemak bij Literair Nederland.
 Dit stukje kon wat mij betreft namelijk over geen ander boek gaan dan over het boek dat ik de afgelopen maanden als brevier bij me heb gedragen en waarin ik las tot er blaren in mijn gezichtsveld verschenen: De Harzreis van Heinrich Heine. Geschreven in 1824, maar nog steeds volkomen fris. De dichter is dan 26 en studeert rechten in Göttingen. Hij maakt zich zorgen, want moet zich tot het christendom bekeren wil hij later werk vinden. De Pruisische regering had alle openbare ambten op slot gedaan voor joden, mits een doopbewijs kon worden overlegd. Heine moest zich schikken, wat voor het iemand als hij niet makkelijk geweest moet zijn, aangezien hij over geen enkel conformismetalent beschikte. Integendeel, hij trapt wild om zich heen in z’n polemieken en was vervolgens oprecht verbaasd als men hem dat kwalijk nam.
 Hij maakte zich dus zorgen over zijn aanstaande bekering, voelde zich niet lekker – Heines medische dossier is bijna even omvangrijk als z’n verzameld werk – en bovendien benauwde de universiteit in Göttingen hem, waar volgens Heine alleen maar een “kleingeestige, droge jacht op onnutte kennis” werd gemaakt. En wat deed men in de romantiek als men tot zichzelf wilde komen? Juist, men maakte een wandeling door de natuur, zocht troost “aan de met denne- en eikeloof gestoffeerde boezem van Moeder Natuur” (Martin van Amerongen in zijn nawoord bij de Nederlandse vertaling).
 Het resultaat van die reis is een wonderlijke samenstel van lyrische beschrijvingen van kabbelende bergbeekjes en ruisend lover en uiterst vileine typeringen van mensen en steden. In sommige Harzdorpjes zijn ze nog boos op hem. Göttingen noemde hij bijvoorbeeld een stad die op z’n best is als men er met de rug naar toe gaat staan. Nu zit daar, heb ik proefondervindelijk vast kunnen stellen, een kern van waarheid in, maar in dank afgenomen wordt die opmerking hem nog steeds niet. Verder is hij een meester in het ouwehoerverhaal waar niettemin Gods zegen op rust. Zo schrijft hij uitgebreid over ene Wilhelm Bücking, die de uitvinder zou zijn geweest van de bokking en door Karel de Vijfde zo werd vereerd dat hij in 1556 naar Zeeland pelgrimeerde om aldaar zijn graf te bezoeken. Integraal afkomstig uit des dichters duim, maar voor wie houdt van de literatuursoort waarin soms ruimte is voor geouwehoer waar niettemin Gods zegen op rust is dit proza een verademing, zeker als je bedenkt dat het uit 1824 komt. Over de Duitse letteren valt heus veel aardigs te zeggen, maar het Teutoonse literair pantheon wordt nou niet bepaald bevolkt door lachebekjes.
 De kans is groot dat u nog nooit iets van Heine las. Dat geeft op zich niet. Hele volksstammen zijn intellectueel tot wasdom gekomen zonder hem en hebben een leven in goede gezondheid en relatief geluk kunnen leiden zonder ooit meer dan de letters van zijn naam te hebben gelezen. Maar u mist wel wat. Niet alleen is zijn poëzie bij vlagen briljant, ook zijn proza behoort tot het beste dat de Duitse negentiende eeuw heeft opgeleverd. De Harzreis is doorspekt met verzen, van het allermooiste soort. Ik weet eigenlijk niet of ik de dichter Heine meer bewonder dan de prozaschrijvende Heine. Waarschijnlijk hou ik meer van zijn proza, omdat juist daarin alle registers opentrekt. Hij schrijft vilein, scherp, vrolijk, geestig, licht van toon. Noem me ook maar een Duitse tijdgenoot van wie hetzelfde gezegd kan worden? U zoekt tevergeefs.
 Marcel Reich-Ranicki, de regerend literair vorst in Duitsland, noemde Heine een joodse ordeverstoorder. Iemand van de haatliefde. Hij hield leidenschaftlich veel van Duitsland, en juist daarom pijnigde hij het waar hij maar kon. Duitsland mag blij zijn door een ordeverstoorder als Heine op de pijnbank gelegd te zijn, zoals een eeuw later Kurt Tucholsky dat zou doen, niet geheel toevallig ook joods. Zonder joodse ordeverstoorders was de Duitse literatuur in z’n eigen ernst verdronken.

Heinrich Heine – De Harzreis verscheen bij De Arbeiderspers in 1974, als deeltje in de serie Privédomein, en twee jaar geleden verscheen een nieuwe vertaling bij Atlas onder dezelfde titel.

Heinrich Heine
De Harzreis
ISBN: 9789029518895

Recent

18 december 2017

Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

Over 'Ik, Vondel' van Hans Croiset
15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa