9 mei 2005

Zeetijding

Naam: marga  Datum: 9-5-2005 14:19:00

Naam: marga  Datum: 9-5-2005 14:19:00

HET ONBEWUSTE KWAAD GEMAAKT

Ik wil graag de aandacht vestigen op een boek van bijzondere klasse, de onlangs verschenen tweede roman van Trudi Rijks, Zeetijding (Uitgeverij ‘Contact’, Amsterdam / Antwerpen, 2005).

Voor een korte aanduiding van de inhoud maak ik gemakshalve gebruik van de achterflap:
‘De koraalstaat Epifanië, gelegen in de Stille Zuidzee, wordt bedreigd door de stijgende zeespiegel. Otto, een nazaat van de koning die in vroeger tijden over de koraalstaat regeerde, probeert van alles om het tij te keren. Uiteindelijk laat hij zijn Nederlandse neef Prince, een waterbouwkundige, [hiertoe] overkomen (…). Finn, de verwaarloosde zoon van een prostituee over wie Otto zich met de beste bedoelingen heeft ontfermd, groeit ondertussen op tot een onberekenbare jonge man. Terwijl het eiland meer en meer door de elementen wordt bedreigd, nemen de spanningen tussen Otto, Finn en Prince in snel tempo toe. Als Otto beseft welk gruwelijk drama van uitsluiting, jaloezie en kannibalisme zich onder zijn ogen aan het voltrekken is, begint zijn geloof in het goede te wankelen en komt hij voor een duivels dilemma te staan. (…)’

In ‘Zeetijding’ worden we onverbiddelijk meegevoerd naar het felverlichte tropische koraaleiland, dat met de ondergang wordt bedreigd. Er is geen ontkomen meer aan: we ruiken, voelen, proeven de zee, het zand, de wind en de hete zon. En, eenmaal verankerd in deze zintuiglijke wereld, worden we ‘als vanzelf’ meegesleept in de gevoelswereld van de personages, nee, van de mensen die op het eiland hun lot ondergaan. De auteur voert de lezer meedogenloos mee in het drama dat zich op dit eens lieflijke eiland voltrekt.
De confrontatie van de goede, ethische, weloverwegende Otto met de slechte, impulsieve, niet-gevormde Finn loopt uit op een gruwelijk einde en wordt neergezet tegen het einde van het eiland: de langzame ondergang in de oceaan.

Wat hebben deze twee verhaallijnen met elkaar te maken?

Behalve het spannende en zeer goed geschreven verhaal (in een taal die ondanks de beeldende rijkdom helder en to the point is) waarin mensen van vlees en bloed optreden, is daar de altijd aanwezige en verder opdringende oceaan op de achtergrond: water, bron van leven, oorzaak van ondergang.
Otto ziet zich voor een dubbele taak gesteld: hij wil Finn, zoon van een prostituee, tot beschaving roepen en hij moet, als nazaat van de koning die eens over Epifanië regeerde, zijn eiland redden.
Finn volgt zijn impulsen en gebruikt zijn verstand alleen voor de directe bevrediging van zijn behoeften; je zou in hem de personificatie van het onbewuste kunnen zien, dat in banen geleid moet worden, ingedamd, bestuurd.
De vergelijking met de oceaan is nu niet meer ver gezocht: water, het symbool van leven, maar ook een dieptepsychologisch symbool van het onbewuste, dreigt zijn verwoestende gezicht te laten zien. Tenzij…..de ratio ingrijpt en maatregelen treft. Of toch niet?

In hoeverre slaagt Otto in het vervullen van zijn taken?
Finn wordt weliswaar uitgeschakeld, maar is daarmee het probleem opgelost?
Nee.
Ook al zòu Otto een bewuste daad hebben begaan met betrekking tot Finn, dan nog is de enige conlusie dat het onbewuste niet gedood kàn worden. Het kan hooguit geïntegreerd worden, opgenomen in het denkende en bewuste zoals Otto dat representeert – Otto, die zich na zijn daad niet meer terug kan vinden in zijn eigen fundamenten, omdat hij zijn duistere kant altijd buitengesloten heeft en zich nu plotseling geconfronteerd ziet met een ‘gezwel’ waarvoor in zijn heldere en ordelijke innerlijk geen ruimte is.
Als het onbewuste niet erkend wordt keert het zich tegen ons.
De conclusie van het onverwoestbare onbewuste, wordt ondersteund door de bewegingen op de achtergrond: de oceaan gaat overwinnen, omdat wij, als mensen, gefaald hebben om haar levende kracht te erkennen. Er bestaan geen gevolgen zonder oorzaak, er bestaat geen nemen zonder geven.
In deze zin wordt de verwijzing naar het milieuprobleem van de stijgende zeespiegel voorzien van een dimensie die oneindig veel dieper gaat dan het bedenken van een waterkeringsplan (Prince) kan reiken. Veel meer hoor je de echo van de toespraak van het Indianenopperhoofd Sealth uit 1854, zijn antwoord op de vraag om hun land te verkopen aan de nieuwe immigranten in Amerika: “Hoe kan men de lucht, de wind of de warmte van het land kopen of verkopen? De aarde behoort niet aan de mens. De mens behoort aan de aarde.”
Wie dit niet begrijpt en erkent wordt vroeg of laat hardhandig met deze waarheid geconfronteerd. “Als een man op de grond spuwt, spuwt hij op zichzelf!”, aldus het opperhoofd.
We leven nu in een andere tijd, op een andere plaats, maar in een wereld die opnieuw, nog steeds, geschonden wordt in haar leven-gevende wezen.
En de overschatting van de ratio in de beschouwing van onszelf en onze medemens is een evenzo grove schending van de totaliteit van het mens-zijn: bewust en onbewust, goed en kwaad ? een eenheid.

Marga de Jonge

Zeetijding
ISBN: 9789025426217

Meer van :

18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken

Recent

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant