11 april 2005

Sint – Juttemis, Maria Stahlie

Het onmogelijke bestaat niet

Eindeloos kunnen ze discussiëren, de vrienden Sasja en Christophe, die een appartemement in Parijs bewonen. Er zijn geen wetten waaraan niemand zich kan onttrekken, beweert Sasja. Onze Rede heeft een muur opgetrokken tussen het mogelijke en het onmogelijke, tussen de samenstelling van de werkelijkheid en de waarheid van de werkelijkheid. Maar volgens Christophe wordt het onmogelijke pas mogelijk op Sint-Juttemis, de dag dat de kippen tanden krijgen, de dag die niet bestaat.
Als Sint-Juttemis, de nieuwste roman van Maria Stahlie begint, is het al elf jaar geleden dat Sasja en Christophe die discussie voerden. Sasja is intussen al dood en Christophe, die naam gemaakt heeft als acteur onder de naam Dralas, ligt in een soort coma in een psychiatrisch ziekenhuis in Parijs.
Zijn jeugdvriendin Margot wordt opgebeld met het verzoek naar Parijs te gaan om te kijken of het inderdaad Dralas is die is opgenomen. Ze kan haar tweeëntachtigjarige schoonmoeder en haar vijftienjarige stiefdochter niet in Amsterdam achterlaten en neemt hen mee naar Parijs, dat net gebukt gaat onder een hittegolf. Ze vertrouwt erop dat ze met haar licht onwillige gezelschap de volgende dag weer terug kan keren naar Nederland; de sloeber die opgenomen is in het ziekenhuis kan Christophe immers niet zijn. Hij heeft gevochten in een café en later heeft hij geprobeerd zelfmoord te plegen door zijn polsen door te snijden. Niets voor Christophe, denkt ze.
Maar hij blijkt het wel te zijn. Noodgedwongen verblijft Margot met schoonmoeder en stiefdochter in Christophes appartement en bezoekt haar jeugdvriend dagelijks. De artsen hopen dat Dralas op die manier ontwaakt uit zijn toestand van totale conversie. Ze zien de coma als een extreme vorm van dissociatie en hopen dat iemand die hem goed kent, door haar bekende stemgeluid, door de dingen die ze zegt, het lichaam en de geest van Christophe weer bij elkaar kan brengen. Wie zou dat beter kunnen dan Margot? Zij heeft hem immers nooit niet gekend. Maar als ze zich verdiept in zijn leven en in zijn motieven voor zijn poging tot zelfmoord, merkt ze dat ze heel veel van haar jeugdvriend niet weet. Ook komt ze erachter dat ze heel veel niet weet van anderen in haar directe omgeving, zoals haar echtgenoot (die op dat moment aan de andere kant van de wereld verblijft).
Verscheidene keren gaat Margots verbeelding met haar op de loop. Ze stelt zich voor wat er gebeurd is met Christophe, maar ook met haar schoonmoeder Sophia en haar stiefdochter Liza, de gedachten zijn zo helder dat het is alsof ze het zelf meemaakt. Of het allemaal klopt, is de vraag, maar Margot heeft het idee dat haar verbeelding haar diepere waarheden onthult. Misschien is het juist haar verbeelding wel die de muur kan slechten die haar Rede opgetrokken heeft tussen de samenstelling van de werkelijkheid en wat werkelijk waar is. En juist Margot heeft altijd zo vertrouwd op haar ratio. Ze houdt het ook haar stiefdochter voor: ‘Als je de baas bent in de binnenkant van je eigen hoofd, (…) als je je verstand verstandig gebruikt… dan zullen je zekerheden zelden gevaar lopen, dan kom je niet vaak met je rug tegen de muur te staan.’ Haar stiefdochter lijkt geen boodschap te hebben naar Margots woorden: ‘Het is gewoon absurd zoals papa en jij leven. Altijd het zekere voor het onzekere nemen. Geen vrijgevigheid maar spaarzaamheid. Geen moed en minachting voor gevaar maar voorzichtigheid. Geen waarheidsliefde maar sluwheid…’
In haar verbeelding verbreekt Margot de ban en laat ze ook anderen de ban verbreken diehen gevangen houdt. In haar verbeelding stopt haar schoonmoeder met het in leven houden van haar zoontjes die in de oorlog omgekomen zijn en haar stiefdochter Liza geeft het idee op dat ze eigenlijk in Zuid-Afrika thuishoort. Of ze dat ook in werkelijkheid doen, is maar de vraag. Het is een vraag die Margot aanvankelijk niet stelt. Ze laat zich meeslepen door haar verbeelding, zoals misschien alleen een kind dat zou doen.
Christophe haalt een herinnering op aan zijn kindertijd waarin Margot en hij bij het voeren van de kippen deden alsof ze kippen waren, kippen met tanden. Ze veranderden op dat moment als vanzelfsprekend in kippen, hoewel alleen op Sint-Juttemis kippen tanden kunnen hebben. Margot was de gebeurtenis totaal vergeten, maar ze moet de betekenis ervan ten slotte wel erkennen.
Het slot van Stahlies roman is volstrekt ongeloofwaardig, maar dat komt natuurlijk doordat ook de lezer ervan uitgaat dat sommige dingen gewoon niet kunnen, dat mensen niet in kippen met tanden kunnen veranderen, dat een roman niet op deze manier kan aflopen. Alleen wanneer de lezer bereid is om, als Margot, zich mee te laten voeren door de verbeelding, kan de onmogelijke verbeelding werkelijkheid worden.
Zo bezien, is het slot (waarover natuurlijk niet te veel gezegd kan worden) consequent. Ik kan me voorstellen dat dat meteen een verwijt is dat sommigen de schrijfster maken. Het boek is keurig gecomponeerd en alles klopt, maar blijft het niet te veel een constructie? Dat zal zo zijn voor wie alleen de constructie wil zien, maar zoals altijd lukt het Stahlie juist ook de lezer mee te slepen met haar vertelkunst. De lezer gaat mee met het boek, het product van de verbeelding. Vaak ook met kromme tenen, wanneer de personages niet de meest logische keuzes maken, maar ze blijven geloofwaardig en dat maakt Sint-Juttemis tot een boek dat je gewoon uit wilt lezen. Een spannend boek, dat ook nog eens goed in elkaar zit. Veel meer vraag  je niet van een roman.

Maria Stahlie, Sint-Juttemis. Balans 2005; 448 blz. € 22,50 (gebonden).

Sint
Juttemis, Maria Stahlie
ISBN: 9789050186339

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant