De laatste keer van Kristien Hemmerechts

Door Eva Gerrits

‘Ik had mijn dertigste levensjaar zien komen en gaan zonder in de openbaarheid te zijn geslingerd. Een jaar en negen maanden geleden was ik samen met mijn man uit onze auto – een grijze Opel Vectra – op het wegdek geslingerd. Toen ik bijkwam was ik een rijke weduwe, die als ze het verstandig aanpakte nooit meer hoefde te werken. (…) Helaas zag ik voorlopig niet hoe ik mijn leven opnieuw aan het slingeren kon krijgen en of slingerbewegingen überhaupt wenselijk waren.’

Hier spreekt Yoko Debondt, de hoofdpersoon uit de nieuwste roman van Kristien Hemmerechts: De laatste keer. In deze roman gaat het opnieuw over de dood, voor Hemmerechts geen onbekend thema. Ze schrijft over een vrouw, Yoko, die voor het eerst de werkelijkheid in geslingerd wordt. En die is hard: ze is niet gewend voor zichzelf te zorgen en haar man is dood. De stad waarin ze woont wordt bovendien geteisterd door een enorme stank.
Met films en performances van kunstenaars waarin de dagelijkse, stinkende realiteit wordt omzeild en naar een esthetisch niveau getild, kan Yoko dan ook beter uit de voeten. Voortdurend associeert Yoko haar situatie met filmscènes. Wanneer ze Hichi ontmoet, een jonge zwerver, gedraagt ze zich als een goede fee, geïnspireerd door Amélie Poulain in de gelijknamige film. Ze neemt hem mee naar huis. ‘Amélie Poulain toverde een glimlach op mijn lippen. ‘Ik woon hier,’ zei ik, zei zij’. Hichi heeft niets esthetisch, is wars van uiterlijk vertoon en alles wat hij zegt moet letterlijk genomen worden. Een scherpe tegenstelling met de kunstmatige wereld die Yoko vertrouwd is. Door een computerfout tijdens de millenniumwisseling is Hichi officieel dood verklaard, wat aan zijn leven een vreemde dubbelzinnigheid verleent. Uiteindelijk heft hij die op, door zichzelf van het leven te benemen. De relatie die hij met Yoko had, is dan al verbroken en Yoko’s wereldbeeld is een stuk realistischer geworden. ‘De gebeurtenissen waren geen film die kon worden teruggespoeld of anders gemonteerd. Ik wilde ook geen films meer zien. En zeker niet die verdomde Amélie Poulain. Ik had voor de rest van mijn leven genoeg films gezien.’
Het is Yoko’s zoektocht naar een plek in de wereld die als een sterke rode draad door het boek loopt. Hoewel de stijl overtuigt, met name in het begin, blijft De laatste keer als verhaal niet overeind. De talloze wendingen, plotlijntjes en personages die zijn verwerkt, trekken het geheel eerder uit elkaar dan dat ze het bijeen houden. Het begint ? letterlijk ? met de openingszin: ‘De dag die met Geraldine Chaplin beloftevol was begonnen, voerde me kort nadat ik Annelore het journaal van elf uur had horen voorlezen naar de jongen die ik in fantasieën de jongen zou blijven noemen, al kwam ik vrij snel zijn naam te weten.’ Met enige voorkennis van het verhaal kun je zeggen dat het filmelement (Geraldine Chaplin was actrice) en Hichi (de jongen) mooi in één zin gecombineerd worden. Bij een onwetende lezer schept de zin voornamelijk verwarring. Langzaam wordt duidelijk hoe Geraldine Chaplin en Hichi in het verhaal passen, en wie Annelore is. De laatste blijkt een lesbische journaliste, maar als personage voegt ze niet veel toe. Wel meer personages in het boek blijven van bordkarton.
Het onophoudelijk heen en weer springen tussen de gecultiveerde werkelijkheid in films en de echte (althans, die in het boek) heeft weliswaar een duidelijke functie, maar sommige passages zijn wel erg gedetailleerd en uitleggerig. Het verhaal wordt daardoor clichématig en verliest vaart.
In het laatste deel van het boek slaat Hemmerechts lichtelijk op hol. Naar de oorzaak van de stank wordt gezocht maar hij wordt niet gevonden, er wordt wel een oplossing voor bedacht waarbij Hichi de dood vindt. Stilistisch is dit deel zwakker dan het eerste en inhoudelijk overtuigt het nog minder. Yoko duikt met de Nederlandse verslaggever het stadsriool in, wordt geconfronteerd met de vader van Hichi die uit de gevangenis is ontslagen (of was hij ontsnapt?) en enorm grote ventilatoren moeten de stank de stad uitblazen. Dat laatste heeft meer iets van een scène uit het kinderboek De koning van Katoren (‘Vind een oplossing voor de Stinkstad’) dan uit een breed opgezette en meeslepend bedoelde roman die zou moeten luisteren naar zijn eigen wetten en logica.

Eva Gerrits

Recent

15 november 2018

Hetzelfde verhaal in een andere context

Over 'De verzuimcoördinator' van Nicole Montagne
13 november 2018

Schuld en geluk na val van de trap

Over 'Afgelegen' van James Wood
12 november 2018

Zwanger van dood

Over 'De lange droogte' van Cynan Jones
9 november 2018

Deze roman is een fantastische reflectie op het schrijverschap

Over 'Als de schaduw die verdwijnt' van Antonio Muñoz Molina
7 november 2018

Alzheimer en andere teloorgangen

Over 'Kleine helden zijn wij' van Stijn van der Loo