12 november 2007

Koffiedik zingen, Daniël Dee

Alle persoontjes zijn paspoppen

Een nieuwe herfst, een nieuwe Dee. Koffiedik zingen is de derde officiële bundel van deze Rotterdamse dichter. Wie Daniël Dee de afgelopen jaren gevolgd heeft, weet dat hij een geheel eigen stijl heeft ontwikkeld. Hij maakt lange, uitvoerige gedichten waar niet op een woord meer of minder gekeken wordt. Soberheid zul je bij hem tevergeefs zoeken: de gedichten lopen vaak over de pagina’s en het boekje is extra breed om de uitdijende zinnen de ruimte te geven. En ook in het woordgebruik is Dee herkenbaar: harde, rauwe en realistische woorden. veel verder dan kleine dingetjes kom ik niet
zoals expres over de rand van het toilet pissen
Daar is geen woord Spaans bij. Voeg daarbij de lichte fascinatie van Dee voor de zelfkant van de samenleving en wat ongelukkige liefdes en de verzen lijken zichzelf te schrijven. Nog één ingrediënt moet genoemd worden: de vaak humoristische oneliners die midden in de gedichten opdoemen (zinnen met dezelfde directheid vind je terug in romans van Douglas Coupland): ‘ik woon nu in een anonieme stad met alle nationaliteiten’, ‘een kankercel blijft nooit lang alleen’, ‘alle persoontjes zijn paspoppen in deze openluchtetalage’.
Ik heb Daniël Dee vaak horen optreden en weet dat mensen vaak moeten lachen om de directe taal in zijn poëzie en hij is daar ook goed in, maar de vraag is of er niet ook een gevaar schuilt in het maken van dit soort poëzie, namelijk dat het de dichter te makkelijk afgaat. Dat hij van tevoren weet dat hij met een bepaalde woordkeuze, met een bepaald thema automatisch succes zal hebben.
Koffiedik zingen is een bundel die volgens mij laat zien dat Dee dit gevaar inziet. Ik was verrast door het gedicht voor zijn naar Nederland gevluchte collega Mowaffk Al-Sawad, omdat hij opeens een totaal ander taalregister hanteert. De heftigheid zit niet meer in de woorden, maar in de mededelingen. Prozaïsch haast: ‘Ik had meer angst voor de klappen van mijn vader dan voor de oorlog / over het neergeslagen verzet zwijgt hij // na de derde reeks bombardementen ben ik gevlucht / zonder om te kijken zonder afscheid zonder woorden’.
Maar nog meer dan dit gedicht beviel me de derde afdeling in de bundel met een aantal cycli. Met de eerste cyclus, ‘Koninginnen van de nacht’ (het lijkt erop alsof die wat verkeerd in de bundel is gezet, de cijfers kloppen niet of dit is een grap die ik niet snap) zitten we wel aan de zelfkant, want de hoofdpersonen zijn hoeren, en Dee laat de verloedering, maar ook de haat van die vrouwen zien in kille bewoordingen waar elke grap is uitgefilterd. Met een zinnetje als ‘de behoefte me af te drogen met een ruwe handdoek’ toont hij in één keer de walging van de hoeren over hun eigen leven. De inhoud van dit gedicht is geëngageerd. Dee neemt positie in. En ook dat is nieuw in deze bundel. Dee experimenteert in deze afdeling ook meer met de vorm van de gedichten. Het lijken me allemaal uitstekende pogingen van Dee om zichzelf niet vast te leggen aan een bepaalde vorm. Ik hoop dat hij verder gaat met het exploreren van zijn mogelijkheden. Het maakt hem als dichter nog boeiender.

Coen Peppelenbos

Daniël Dee: Koffiedik zingen. Passage, Groningen, 88 blz. 

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer