16 juli 2007

Stadsdichtercollectief Brussel

Stadsdichters Brussel
Schild en vriend: Bruxelles anti-con

Geen bundel van de week, maar een collectief voor twee jaar. Op 11 juli, de Vlaamse feestdag, werd het stadsdichterschap uitgeroepen over Brussel. Niet één welluidende stem verwoordt voortaan de gedachten van en over de stad, maar vier. Geert van Istendael, Laurence Vielle, Xavier Queipo en Manza traden in Vlaams-Nederlands Huis deBuren voor het eerst als stadsdichters voor het voetlicht. In het Nederlands, het Frans en het Galicisch. Vele monden voor veeltalig Brussel.

Inwijkelingen David Van Reybrouck en Peter Vermeersch ? als Bruggelingen aangespoeld in Brussel ? namen eerder dit jaar het initiatief om een Brussels dichterscollectief op te richten. Dat mondde enkele dagen geleden uit in vier stadsdichters en evenveel poëtische brieven aan de Vlaamse landbewoners. En hoewel het vier tongen zijn, blijken ze opvallend gelijkgestemd en verzoenend. Er had ook wat anders kunnen klinken na de afgelopen maanden van wederom en alweer overdonderend luid politiek gekonkelfoes. Nu ja, de mens staat centraal, niet de politicus, al is dat ook maar een…

Geert van Istendael, die eind 2006 nog het erg mooie hekel/minnedicht ‘Fatma of de monumentenzorg’ ? waarin de dichter het zeventienjarige Marokkaanse meisje Fatma samen met de vijftiende-eeuwse architect (van onder meer de toren van het gotische stadhuis in Brussel) Jan van Ruysbroeck door Brussel en de eeuwen laat zweven ? in zijn Berichten, bezweringen opnam, laat al dat verzoenen aan zich voorbijgaan. Niet geheel ten onrechte; Vlaanderen heet tegenwoordig steeds vaker beter op zijn eentje, rijker alleen, beter geconcentreerd met oogkleppen op. Dan liever Van Istendael: scherp, maar nooit zonder hoop; vermanend, maar nooit liefdeloos:

  Laat je meedrijven, pluizige
  nietsnut op de wind,
  waarheen, wie zal het zeggen?
  Buiten de buitengewesten, zweef mee
  over de Ardense wouden, over Maas en Schelde,
  verder, tot ver achter de bedorven zee.

Het eerste gedicht van de Brusselse dichter, theaterauteur en actrice Laurence Vielle in haar ambt als stadsdichter is een erg knappe ode geworden aan de accenten, de talen, de verhalen. Laurence Vielle grondt haar poëzie in de taal die haar omringt. Haar ‘Zonder?sans’ gaat van een veelbelovend begin ? het oprichten van een dag zonder woorden ? over in een dag zonder papieren en een dag zonder pc, zonder partij… en groeit uit tot een dag zonder zin om te kiezen.

  Ik weet niet goed waar de aarde zich zou openen
  ik zou midden in het heelal vallen
  zonder zin om te kiezen.
  Ik hou zo van onze accenten
  de straatnamen zingen meertalig
  en mijn ziel laaft zich aan alle landschappen.
  Een brief aan de Vlamingen?
  Ik heb mijn hart in Brussel
  mijn voeten in Walenland
  mijn haren in Vlamenland
  Ik spreek Frans
  en mijn bloed stroomt driekwart Vlaams

Bioloog, ambtenaar bij de Europese commissie, dichter en prozaschrijver Xavier Queipo (foto) borduurt daarop voort. In ‘De talen van het paradijs’ reist de Galicische dichter op aanraden van zijn vader de wereld rond op zoek naar het paradijs, dat zich altijd tussen twee zeeën zou bevinden. Na omzwervingen in Europa, Afrika, Azië en Zuid-Amerika komt hij terecht in België:

  Nu ben ik hier, in dit onthaalland,
  vruchtbaar land, krachtig en lief,
  de vlakte van de Maas, Schelde en kanalen,
  en ik weet heel zeker waar het paradijs ligt,
  hier, waar ik eens toekwam om te blijven.

  Op straat allerlei klanken door elkaar,
  van alle talen die je hier hoort,
  gesproken door vrienden en buren, die talen
  worden allemaal de talen van het paradijs.

Manza, slamdichter en hiphopartiest, verklaart zich anti-con. En ook dat werkt grensoverschrijdend. In Vlaanderen is er immers meer dan ‘monsieur l’hiver’.

  Ik ken geen grenzen tussen talen en landen van herkomst,
  Juist het verschil máákt mij.
  De andere kant van de medaille scherpt mijn geest.

Het ambt maakt de gelegenheid, de gelegenheid maakt het gedicht. Zoals elk stadsdichterschap gaat ook dat van het collectief in Brussel met een bijzondere vorm van dichten gepaard. Dat neemt niet weg dat het stadsdichterscollectief een initiatief is dat de diversiteit van Brussel (en bij uitbreiding van België) wil beklemtonen en daar ook in slaagt. Diverse pluimage mag een verrijking heten. Het afwimpelen van die veelgelaagdheid als een romantisch, geïdealiseerd idee lijkt me te gemakkelijk. Gewoon gemakkelijk is het daarentegen om dit soort initiatieven te koesteren.

Elke twee jaar worden twee leden uit het collectief vervangen. Wellicht komen de huidige vier op 27 september, de feestdag van de Franse gemeenschap, nogmaals in actie.

De stads- en andere gedichten zijn in al hun veeltaligheid te vinden op: http://www.deburen.eu/assets/documents/Varia/Gedichten%20in%20het%20Nederlands.pdf.
En dezelfde gedichten vertaald naar de andere talen, of toch het Nederlands en het Frans:
http://www.deburen.eu/assets/documents/Varia/Gedichten%20in%20vertaling.pdf.

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Net niet spannend genoeg
Door Fatima Bajja

Het lijkt alsof Sylvia Houweling alles heeft wat haar hartje begeert. Ze is getrouwd met Eddie Kronenburg, heeft twee kinderen en woont in een prachtig huis in Amsterdam-Zuid. Toch is het allemaal niet zo mooi als het lijkt. Eddie werkt namelijk in de onderwereld, hij is verantwoordelijk voor het transport van drugs.

Lees meer