11 september 2006

Donkere arena,Jan-Willem Anker

Er loert gevaar

Deadlines zijn vreselijk. Je bent bezig met het lezen van een bundel. Je herleest de bundel, pikt er enkele gedichten uit, legt het boekje weer weg, herleest, etcetera. De datum nadert dat je je stukje moet inleveren en je denkt: dat kan nog niet, ik heb deze poëzie nog niet veroverd. Dat overkwam me met Donkere arena van Jan-Willem Anker die vorig jaar al die mooie debuutbundel Inzinkingen schreef. Anker kwam sluipend de poëziewereld binnen, zag en overwon met zijn gedichten die je blijven uitnodigen tot herlezing.
In dat debuut kwam ziekte als thema nog veelvuldig voorbij. Daar denk je aan terug als je de nieuwe gedichten leest die refereren aan iets wat voorbij is, maar toch een residu in de hersenen heeft achtergelaten.

Zonder slaap

Geraamtes klepperen zacht in de muur
als rond vieren de wind opsteekt.

Je ogen passen
in het donker, de maat
die herinneringen haast eender maakt.

Gesprekken, stokpaardjes, voorwendsels
spoken heldhaftig door je hoofd.

Als je beweegt knakt je lichaam.
Tegen de ramen kruipt de mist.

Je oefent in stelsels
van vergeetachtigheid en categorieën van
hoop dat ooit iets anders je wakker houdt.

Misschien gaat dit gedicht gewoon over iets anders, maar de dood is duidelijk aanwezig. Haast irritant manifest in de eerste twee regels. Tot je bij tweede lezing opmerkt dat hier ook gewoon het raam bedoeld wordt. De eerste regel krijgt een echo in ‘Als je beweegt knakt je lichaam.’ Daarop komt meteen de mist het gedicht binnen die weer een herhaling krijgt in ‘stelsels van vergeetachtigheid’, alsof binnen het brein alles moet vervagen. De woordkeuze in die laatste drie regels houdt me bezig. Waarom gekozen voor zoveel afstandelijkheid? Waarom ‘stelsels van’ en ‘categorieën van’? Lelijke woorden. Zou ‘Je oefent in / vergeetachtigheid en /  hoopt dat ooit iets anders je wakker houdt.’ niet veel beter zijn?
Er zitten dus verschillende elementen in dit gedicht die een zekere ergernis oproepen, maar die bij herlezing verdwijnen. Ook die laatste regels, want die vormen een haast mathematisch contrast met de eerdere regels ‘het donker, de maat / die herinneringen haast eender maakt’. Tegen de alles opslorpende duisternis wordt een rationele bezwering geplaatst. Daarom moeten de stelsels en categorieën erin staan.
Veel gedichten in deze bundel dwingen je tot herlezing. Niet alleen omdat je daartoe binnen het gedicht gedwongen wordt, maar ook omdat Anker hier en daar dezelfde woorden laat terugkomen waardoor je moet terugbladeren om het ene gedicht tegenover het andere te zetten.
Waren de gedichten in Inzinkingen nogal vaak geschreven in dezelfde vorm, in Donkere arena experimenteert Anker nogal met de lengte van de regels en de strofen. Er staan zelfs proza-achtige gedichten in, zo komt de titel voor in het prozagedicht ‘Baard’.  Dat begint onschuldig over baardgroei tot je bij de zin komt: ‘Buiten je om wikkelt zich iets af in jezelf. / Biologeert je.’ Waarna een anekdote volgt over een vader die zijn zoon het uniform van een gedode stierenvechter aantrekt nadat hij de bloedvlekken eruit gewassen heeft. De derde strofe luidt dan (het streepje voor het einde van de regel is bij een prozagedicht altijd arbitrair): Morgen is je hoofd een naaldbos, bedenk je dat er stallen zijn waarin onrustig / de vechtstieren slapen. De arena is donker, verlaten nog.’
Een raar beklemmend gedicht, vooral omdat het lijkt alsof er iets op de loer ligt, er gevaar dreigt. Anker benoemt dat gevaar niet, waardoor zijn poëzie niet anekdotisch wordt, maar hij weet die beklemming wel over te brengen, althans op mij.
Donkere arena eindigt met de cyclus ‘Overwintering in Quarteira’, tien gedichten, die elk bestaan uit drie kwatrijnen. Het leek me eerst een beschrijving in een soort hel te zijn tot ik Quarteira googlede: een badplaats in Portugal. Een oord voor ‘bejaarden uit het bibberkoude westen’. En de hoofdpersoon ziet vooral de leegheid van de bevolking en van de omgeving:

‘roestig sportveld, telefoondraden
om je aan te verhangen, lokale kunst
betonmolens, huizen zonder dak
waar je een havik ziet bidden.’

Kortom, toch de hel. En nu ga ik alles nog eens herlezen. Donkere arena is een absolute aanrader voor poëzieliefhebbers.

Coen Peppelenbos

Jan-Willem Anker: Donkere arena. De Bezige Bij, Amsterdam, 48 blz. €15,-

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer