1 mei 2006

Uit zoveel duisternis,Hans Tentije

omdat er uit de plengoffers en het grondsop
van angst en pijn nog volop schoonheid valt te puren

en ochtendgloren uit zoveel duisternis

Het zijn de laatste regels van het gedicht ‘Philomela’s vlucht’ dat het laatste gedicht is van de eerste afdeling van de nieuwe bundel van Hans Tentije Uit zoveel duisternis.
De vruchtbare basis van al dit grondsop van angst en pijn is het boek Metamorphosen van Ovidius. De afdeling bestaat uit negen gedichten die gebaseerd zijn op een verhaal uit deze bijbel van de gedaanteverwisseling. Ik zou niet met een gerust hart tien goede Nederlandstalige dichters kunnen opnoemen die nooit een gedicht baseerden op deze bijna oneindige reeks mythologische figuren die in de Metamorphosen langsgevoerd worden. De mededeling dat er ‘nog volop schoonheid valt te puren’ lijkt dan ook te wijzen op het heldere bewustzijn van de dichter van die enorme berg poëzie die deze reeks bewerkingen vooraf ging. Een aantal van de negen betreffen wellicht om die reden wel minder bekende figuren. Over Erysichthon en Aesulapius had ik nog nooit eerder gedichten gelezen. Noch over Philomela, hoewel dat toch wel een zeer meeslepend verhaal is. Te verfilmen zou ik zeggen. Philomela wordt door Tereus bruut verkracht en haar tong wordt afgesneden zodat ze het niet zeggen kan. Ze weeft een witte draad in haar purperrode weefsel dat het verhaal vertelt en dat wordt naar haar zus Procne gebracht, de vrouw van Tereus. Procne zint dan alleen nog maar op wraak, ze dood haar en Tereus’ zoon Itys en dient de vader een fijn stoofpotje van Itys vlees op. Enthousiast over de maaltijd roept Tereus om zijn zoon, Philomela komt binnen en werpt hem het hooft van zijn zoon in het gezicht. Bij Tentije

‘wierp je hem het hoofdje naar zijn smoel

als vanzelf zochten zijn vingers
het vertrouwd aanvoelende haar, begroeven
zich daarin en langzaamaan drong het
tot hem door dat hij, de verwekker, nu het graf
van zijn eigen kind geworden was –

Bij Ovidius:

…en slingert Itys’ bloedend hoofd
recht in zijn vaders aangezicht. Wat had zij graag gesproken,
nu meer dan ooit, en met verdiende vloek triomf gekraaid!
De Thraciër stoot met luide kreet de tafel weg en
roept om de Wraakgodinnen, slangenrijke zusters uit
de Styxvallei; dan tracht hij eerst die monsterlijke maaltijd,
dat halfverteerde vlees weer uit te spuwen door zijn keel,
schreeuwt huilend dat hij zelf het droeve graf is van zijn zoon
en gaat met getrokken zwaard de zusters achterna…

Mooi in Tentije’s weergave is de onwaarachtige verstilling nadat Tereus het hoofdje in handen heeft gekregen. Hij dramatiseert het nog eens ernstig door de vader in herinnering te laten kroelen in het haar van zijn zoontje, waarna maar langzaam het besef doordringt dat aan dit kinderkopje lijf en lendenen ontbreekt. Een wel heel typerende vertraging, deze. Bij Tentije moet men in herinnering terug kunnen zien, hoe akelig ook, dat is nu juist nadrukkelijk dat grondsop van angst en pijn waaruit nog zoveel schoonheid is te puren. En Trentije werkt dan vaak met ooggetuigen. Dit gedicht spreekt Philomela aan, herinnert haar er eigenlijk aan. 

In de volgende afdeling loopt de dichter mee met Joseph Sudek door Praag, vergezeld zo heel letterlijk, een -ook zeer letterlijk- ooggetuige van zijn tijd. Tentije loopt in de laatste afdeling nog 7 gedichten mee met Cesare Pavese. De duisternis van de geschiedenis wordt steeds opgeroepen door de verslaggevers van die tijd.
Maar het mooist gebeurt dit misschien nog wel in ‘Schaduwmanoeuvres’ waarin in 207 regels het beeld wordt geschetst van een aardige jongen die SS-soldaat wordt, hoeren voor het front ronselt en zijn einde vindt in de intense koude van het oostfront. De dichter probeert zich gaande weg het gedicht een aantal keren los te maken van deze persoon, hij wil het niet meemaken.

Tentije is in een reeks bundels die in een toenemende frequentie verschijnen bezeten zijn verhouding tot de verslaggevers van de voorbije tijd aan het uiteenzetten. Daarin is voor zorgvernieuwing niet zoveel plaats, en soms detoneert een gelegenheidgedicht dat toch wel achterwege had kunnen blijven. Daar staat tegenover dat Tentije de poëzie een importantie lijkt te kunnen geven, een lange adem van uitgesponnen gedachten ondersteund door niet aflatend beeldmateriaal die je scherp bezighoudt met zowel het gedicht als waarnaar het wil verwijzen.

Achter op de verzamelde poëzie van J.C. Bloem staat een citaat van een beschouwer die zegt dat hij zeker naar Bloem zal grijpen in het uur van zijn sterven. Als je de film
terugdraait, en je nog vol leven tussen het derde en vierde perron op de trein staat te wachten, je komt ergens vandaan, en je moet ergens naar toe, lees dan maar liever Tentije.

Hans Tentije Uit zoveel duisternis De Harmonie, 2006

menno hartman

Meer over Tentije op Literair Nederland: klik hier

 

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Net niet spannend genoeg
Door Fatima Bajja

Het lijkt alsof Sylvia Houweling alles heeft wat haar hartje begeert. Ze is getrouwd met Eddie Kronenburg, heeft twee kinderen en woont in een prachtig huis in Amsterdam-Zuid. Toch is het allemaal niet zo mooi als het lijkt. Eddie werkt namelijk in de onderwereld, hij is verantwoordelijk voor het transport van drugs.

Lees meer