17 april 2006

Inzinkingen,Jan-Willem Anker

Zonder kinderziekten

Uitgeverij De Bezige Bij is vooral een uitgeefhuis van oude mastodonten, maar zo af en toe verschijnt er een nieuw talent in het poëziefonds. Jan-Willem Anker (1978) is volgens mij de jongste poëet bij de Bij. Zijn debuut Inzinkingen verscheen vorig jaar.

Ondanks zijn leeftijd heeft Anker zich gelukkig niet laten verleiden tot het schrijven van poëzie die typerend is voor zijn leeftijd. Geen grote woorden, geen idiote vergelijkingen, geen verbindingen godzijdank met hip-hop, rap of wat dan ook. Het modernste wat je tegenkomt is een televisie en die wordt ook nog gebruikt om zelfmoord mee te plegen (in het gedicht ‘Een brug af’). Als ze gezegd hadden dat Anker 53 was, dan had ik het ook geloofd. Dat bedoel ik als compliment, want Inzinkingen lijkt me een bundel zonder kinderziekten.

   Ars poetica (onvolledig)

   Ook wil ik een kinderlijk soort verwarring –
   eens stond ik voor mijn grootvaders landkaart
   louter oog aanraking zachter dan wolken parfum
   trachtte voorbij mijn blik zonder de schellen te zien
   maar ik herkende de continenten en schiereilanden niet
   omdat ik dacht vanuit de vorm van de omsluitende oceaan.

In het bovenstaande gedicht geeft Anker een programmatisch en ironisch beeld van zijn dichterschap. De dichter zou graag terug willen komen bij die kinderlijke verwarring van twee keer ‘verkeerd’ zien. Hij wil zien ‘voorbij zijn blik’, wat ik interpreteer als meer dan het waarneembare, maar hij bemerkt dat hij geen houvast heeft omdat vanuit de verkeerde vorm denkt. Die verwarring wil hij blijkbaar oproepen, alhoewel het slechts een voorlopige, want onvolledige ars poetica is.

In de afdeling ‘Wanen naar het wit’ waar Anker de verschillende varianten van de kleur wit onderzoekt en de afdeling ‘Het gat in de liefde heet grauw’ waarin een vertrokken (?) geliefde voorkomt is hij ook op zoek naar dat wat je niet precies benoemen kunt, naar datgene wat buiten de waarneming valt.

Daartegenover staat een vrij concreet gedicht dat geheel voorstelbaar is en precies beschrijft wat je kunt meemaken op zo’n grijzige winternamiddag, half slapend, half wakend in je stoel.

   Feierabend

   Zijn hoofd schommelt
   in slaapstand

   een pauzehoofd
   vol denkbeeldige bries

   louter donkere omtrek.

   De stoel is een zuignap
   maar het lijf kleeft terug.

   Het been stuiptrekt
   om iets weg te schoppen

   iets koppigs op de voet
   een octopus misschien.

   De tv brandt het testbeeld
   de panopticumstille kamer in

   maar wat zwart is blijft
   ook beschenen zwart.

   Scheert autolicht vleermuizig
   over de wanden

   hij schrikt niet op, nee gaat
   in zichzelf ten onder.

Een sinister gedicht met mooie taal (‘een pauzehoofd / vol denkbeeldige bries’) waarbij je de beklemming direct meevoelt. Hetzelfde gebeurt in de cyclus ‘Tumor’ waarin Anker het stervensproces van iemand met kanker beschrijft. Hij kiest daarin voor het perspectief van een ‘je’ en beschrijft, haast van binnenuit, hoe het ziekteproces verloopt. 

   De scheurkalenders dunnen uit
   je verfrommelt tal van spreuken

   in je trommelvliezen ritselt het
   dikt de bloemige vleespastei in
   veulenmilt vers uit de bek of zult

   komkommerverhalen stollen
   tot een reliëf van geroezemoes

Inzinkingen is een ijzersterk debuut: leeftijd doet er niet toe voor wie mooie gedichten maakt.

COEN PEPPELENBOS

JAN-WILLEM ANKER – Inzinkingen. De Bezige Bij, Amsterdam, 2005, 64 blz. €16,50.

N.B. Inzinkingen is genomineerd voor de Jo Peters Poezieprijs. De prijs is vernoemd naar de in 2001 overleden uitgever van de kleine maar gezaghebbende uitgeverij Herik. Het is een tweejaarlijkse prijs voor dichters die niet meer dan twee bundels hebben gepubliceerd. Dit jaar zal hij voor de derde maal uitgereikt worden. 

De andere genomineerden de Jo Peters Poëzieprijs van 2006 zijn Koenraad Goudeseune met Zen uit eigen werk (uitg. Atlas), Erik Jan Harmens met Underperformer (uitg. Nijgh & Van Ditmar) en Peggy Verzett met Prijken die buik (uitg. Van Oorschot)

De jury bestaat uit Remco Ekkers, Erik Menkveld en Marjoleine de Vos. Deze maakte een keuze uit zo’n zeventig dichtbundels die in de afgelopen twee jaar verschenen.
Aan de prijs is de opdracht tot het schrijven van een bibliofiel uit te geven nieuwe bundel van ongeveer vijftien gedichten verbonden, en een geldbedrag van € 4000,–. De winnaar zal 22 april aanstaande bekend gemaakt worden op de Avond van Nieuwe Poëzie te Landgraaf.

Eerdere winnaars waren Alfred Schaffer (2002) voor zijn bundel Zijn opkomst in voorstad en Hagar Peeters (2004) voor haar bundel Koffers zeelucht.

 

 

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Een student brengt zijn vakantie door op het eiland Lipari, gelegen in de Middellandse zee, boven Sicilië. Hij verblijft in een hotel maar brengt zijn dagen door aan de rand van een zwembad van een ander hotel. Voor de vorm heeft hij zijn studieboeken mee en een vergrootglas, hij mag graag lezen met dat glas. Bij dat zwembad zijn elke dag Gerard (ca. 50 jaar) en Chaphine (ca. 30 jaar) te vinden. Niemand anders dan zij drieën, elke dag opnieuw.

Een student brengt zijn vakantie door op het eiland Lipari, gelegen in de Middellandse zee, boven Sicilië. Hij verblijft in een hotel maar brengt zijn dagen door aan de rand van een zwembad van een ander hotel. Voor de vorm heeft hij zijn studieboeken mee en een vergrootglas, hij mag graag lezen met dat glas. Bij dat zwembad zijn elke dag Gerard (ca. 50 jaar) en Chaphine (ca. 30 jaar) te vinden. Niemand anders dan zij drieën, elke dag opnieuw.

Lees meer