27 februari 2006

er hangt een hoge lucht boven ons,Els Moors

   zonder ons kan niets beginnen
   zonder ons is alles gedaan

Het zijn de laatste woorden uit er hangt een hoge lucht boven ons, de eerste bundel van de Gentse dichteres Els Moors (1976). Ze behelzen niet zozeer een uitnodiging, maar een bevestiging van wat de lezer in de achtergelaten bladzijden zelf al heeft ervaren: de gedichten, die uitblinken in weerspannigheid, absurditeit en dreiging, openen een wereld die in vele gevallen voortvloeit en zich ook terugtrekt uit herkenbare taferelen, maar wel bijzonder tastbaar wordt gemaakt. Een bizarre planeet die de lezer deelt met Els Moors: de hoge lucht hangt boven ons.

er hangt een hoge lucht boven ons is een vervreemdende bundel die een sober taalgebruik koppelt aan een overtuigend ritme en de inhoud geheel op losse schroeven zet. Dat proces van vervreemding is vooral een gevolg van het vermengen van observatie en schepping: beelden die eerst herkenbaar zijn, worden vervormd tot nuchter geobserveerde maar absurde, ongewone beelden, die dan weer tot iets nieuws, ongewoons maar overtuigends worden gemaakt. Terwijl bepaalde stukken (tot zelfs hele gedichten) een volkomen nuchtere weergave van de observatie zijn, gaan andere gedichten veel verder. Tot observatie eigenlijk niet meer neerkomt op het zien en waarnemen maar op het interpreteren en verbinden. Tot observatie zichzelf ondermijnt; met alleen nog het ijle, dat wat zich achter de ogen bevindt, dat wordt neergeschreven.

   er woont een oude hippie
   die kralen schelpen
   en panfluiten
   verkoopt

   hij lijkt op een man met een pet en een snor
   die een noot kraakt met een mes

Een van de krachtigste taalkunstjes die Els Moors in haar gedichten aanwendt, is dat van de substitutie. Met het vervangen van twee woorden – ‘lijkt op’ – door één ander woord – ‘is’ – wordt het bovenstaande fragment uit ‘ik sympathiseer’ verstaanbaar, herkenbaar, krijgt het een zekere ‘taallogica’. Net daarom haken deze zinnen zich zo vast in iets anders, iets wat meer doet vermoeden dan wat er staat; en zoals het er staat: ‘hij lijkt’ alleen maar op zo’n man, maar is het dus, logischerwijze, niet. Krachtig is hierin dat er geen enkele aanwijsbare reden lijkt te zijn voor dat vervangen: wat is er dreigend aan een man die lijkt op ‘een man met een pet en een snor / die een noot kraakt met een mes’? Misschien het té gedetailleerde karakter van die voorstelling: voor iemand die niet bestaat, of enkel als algemene referentie dienstdoet (iets als ‘een janklaassen’; ‘een jankrent’ of ‘een janlul’) gaat de beschrijving te ver, is de verbeelding te concreet.

De spinsels die Els Moors verwerkt zijn niet steeds meteen bevattelijk voor de lezer. Die zal veeleer een sfeer opsnuiven, een gevoel opgewekt krijgen, en zich onmiddellijk ook afvragen waar dat gevoel vandaan komt. Het eerste gedicht bijvoorbeeld, heeft op het eerste gezicht niets van een werkelijkheid – in de zin van iets herkenbaars – maar creëert een zorgvuldig georkestreerd spanningsveld tussen tekst en interpretatie.

   ik ben de tuinman met een alibi
   en een paars skipak
   ik onderhoud het terrein
   waarop de ballen worden geslagen
   en op het uiteinde
   waar het balletje valt
   ligt meestal het lijk

   in een glazen tickethuis verkoop ik ijs
   aan de bezoekers
   tot ik een boom ben
   die door de bliksem wordt getroffen
   en een veld rond zich verzameld heeft

   ’s ochtends ga ik met koude voeten de straat op
   aan mijn hand de oranje plastic mand
   waarmee de melk wordt binnengehaald
 
   ik ga niet over één nacht ijs

   als ik mijn benen spreid
   doe ik alsof het vleugels zijn

Waarom komt ‘de tuinman’ nog voor er sprake is van een misdaad aanzetten met een alibi? Waarom die passiviteit in het gedicht – het is het balletje dat valt (en een lijk ‘schept’), de bliksem die treft, en de mand die, in deze bewoordingen, in vreemde handen lijkt te zijn gevallen? En waarom ‘doen alsof’, en niet gewoon ‘doen’? Het alibi schuilt schijnbaar in die willoosheid. Al doet de zin ‘ik ga niet over één nacht ijs’ vermoeden dat de spreker niet zo onschuldig is. In het gedicht ‘het kan niet de bedoeling zijn’ keert diezelfde toon van onschuld terug, bijna letterlijk: ‘ik zie ook de muren staan / toch moet ik weer de straat op / vinden zij / het liefst met koude voeten // ik ben een slet met vleugels / alleen zo blijf ik ons voor’. ‘Zij’ zijn dwingend, ‘zij’ zijn bepalend voor de gestelde daden. En wij horen een stapje achter de spreker te blijven.

   als jij vraagt of ik het licht wil uitdoen
   doe jij het licht niet uit
   ik doe het licht uit

Dit fragment uit ‘het is de in beeld gebrachte zomer’ is zo volkomen gewoon dat het vreemd wordt om die regels in een gedicht te zien staan. Een heldere gedachte die toch als een bizarre kronkel binnendringt. De vraag toont zich dwingend. Els Moors expliciteert het verwachte en breekt daardoor iets, schept iets onheilspellends.

er hangt een hoge lucht boven ons draagt voortdurend die twijfel in zich, met aan de ene kant de dwang en de willoosheid en aan de andere kant de eigenzinnigheid, het bewuste doen (alsof); zoals ‘de man // die niet beweegt / en ook niet stil wil staan’ in ‘de straat is een glimmende vlakte’. Het spanningsveld tussen observatie en interpretatie, tussen ontvangen en manipuleren.

De eerder al in Yang gepubliceerde cyclus ‘de witte fuckende konijnen’ herbergt evenzeer die vervreemding, een effect dat zich opspant tussen werkelijkheid en verbeelding, tussen droom en ontwaken, en tussen de lieflijkheid van konijntjes en de blinde hardheid van genot (voor de ene…).

Els Moors heeft een taaltechnisch hoogstaande bundel geschreven. Het taalspel blijft niet beperkt tot enkele rake effectjes, maar doordrenkt de hele bundel van een bijzondere atmosfeer. er hangt een hoge lucht boven ons bespeelt de lezer, zet vreemde situaties op, en brengt die ontwrichtende confrontatie met een veelzeggende subtiliteit. Alsnog eigenzinnig en dwingend, gelukkig maar.

Els Moors, er hangt een hoge lucht boven ons. Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2006.

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer