5 december 2005

Proeven van moord,Elly de Waard

Poëzie die zichzelf uitlegt

De dood is alom aanwezig in de nieuwste bundel van Elly de Waard. Het titelgedicht ‘Proeven van moord’ in vijf delen beslaat zelfs een hele afdeling en is duidelijk gemaakt naar aanleiding van de moord op Pim Fortuyn.

‘Van de schedel, de tere schaal
doorschoten
met zwaar kaliber
materiaal, zwaar metaal’

Van dit soort poëzie houd ik niet zo. Het is poëzie die beschrijft, niets toevoegt aan wat er gebeurd is, behalve wat klankrijm dat tekortschiet bij de werkelijkheid. De dichteres is zich hiervan bewust: ‘Hoe kan ik een stof, die ik niet / heb aan kunnen raken beschrijven? / Hoe moet ik een moord, die nog zo / kort geleden gepleegd werd, in zijn // verre strekking begrijpen?’ Het antwoord op deze prozaïsche vraag volgt in de rest van het gedicht. De dichteres kijkt naar het nieuws en kijkt er van weg. De Waard laat het bij de beschrijving.
Het is dan wonderlijk dat je in de volgende afdeling (‘In memoriam’) weer een gedicht aantreft van drie bladzijden over dezelfde figuur: ‘De ballade van de vermoorde politicus’. En weer erg beschrijvend.

‘Een man ligt op het plaveisel
van het nieuwscentrum van het land
uit zijn glanzend hoofd, teer en dooraderd
komen zwarte bloedvlechten, lang’

En dan volgt ook nog een gedicht over Theo van Gogh (‘De zwijgende slachter, die / Theo van Gogh vermoordde’) waarin De waard de tegenstelling tussen de roemruchte spreker en de zwijgende slachter als uitgangspunt heeft genomen. Deze gedichten hebben niet veel te zeggen. Ze constateren, de lezer begrijpt ze, maar de gedichten schokken niet (daarvoor zijn de gebeurtenissen zelf al schokkend genoeg), deze gedichten missen de poëtische kracht om zelfstandig verder te gaan. Maar misschien vergis ik me en krijgen de gedichten over vijftig jaar, als ze losgezongen zijn van hun context, een grotere zeggingskracht.
Na Theo van Gogh volgen nog meer doden: Kees Ouwens, Amy Clampitt, een onbekende en natuurlijk Chris van Geel.
Ook in de rest van de bundel, waarin de gedichten niet direct aan personen zijn opgehangen, heerst het thema van de dood, van de verglijdende tijd: in een ode aan de ruïnekerk van Bergen, in een herinnering aan haar jeugd, in natuurbeschrijvingen. Verrassend is De Waard bijna nooit. Behalve in het gedicht ‘In het ondiepe’.

Op de bodem van de zee
ligt het uitgebeende skelet
van een plastic beker

Wonderlijk dat zelfs een beker
een skelet heeft, je zou zeggen
dat het zelf een skelet is
voor bijvoorbeeld water

En ongelooflijk eigenlijk dat
de zelf geraamteloze zee
het achteloos verhief
tot het kwadraat van een skelet
en ook dat weer verwierp

Ook hier storen me de prozaïsche zinnen, het gebruik van het woordje zelf, maar er is geprobeerd om met een opvallende observatie iets meer te doen. Wat mij hindert is de dichteres die zelf in het gedicht expliciteert wat wij als lezers moeten vinden (‘Wonderlijk dat zelfs’ ‘En ongelooflijk eigenlijk dat’). Ook in een ander gedicht, ‘Zien II’, doet ze dat. De dichteres denkt eerst een gewonde fladderende vogel te zien, maar na nog een keer goed kijken ziet ze dat het twee parende vogels zijn en dan volgt ‘en ik stond verrast, dat / de verrukking en de pijn // in uitdrukking zozeer / hetzelfde kunnen zijn’.
Poëzie die zichzelf uitlegt: het is niet mijn soort poëzie.

Coen Peppelenbos

ELLY DE WAARD: Proeven van moord. De Harmonie, Amsterdam, 64 blz. €14,90

 

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer