19 september 2005

Over Eiland der ziel

Door: Wouter de Vries

'Gedichten van Eiland der ziel geopend', zo luidt de titel van het tweede deel van een door Ad Haans onder eigen beheer uitgegeven boekje over de dichtbundel Eiland der ziel van Gerrit Achterberg. Toen mij dit boekje onder ogen kwam, besloop mij wederom het vooroordeel dat ik vaker heb: iets dat onder eigen beheer is uitgegeven zal wel niet zo geweldig zijn. Tijd om op onderzoek uit te gaan. Daarom las ik zorgvuldig één van de mooiste gedichten uit de bundel van Achterberg en las Haans' verklaring daarbij. Op de website van Ad Haans is de bespreking te vinden van het gedicht 'Beumer & Co.', zoals die ook in het boekje opgenomen is.

Beumer & Co.

Hoeken met huisgeheimen
komen bloot.
De vloeren schamen zich dood.
De lamp hangt laag en groot,
want de tafel is weggenomen.

Zij, die naar boven komen,
breken blind kapot
wat was in slot, ontnomen
wordt elk ding aan zijn lot;
maar de liefde is uit God,
en God is liefde. Amen.

De deur die binnen was,
is buitendeur geworden.
Onder de hand der horde
sterft het glas.

De spiegel met eeuwig licht
zwicht langzaam voorover,
en doet de kamer dicht.
Er ligt spinrag over.

Waar divan en donker stonden,
is, hun geheim ten spot,
een vrouwenschoen gevonden;
maar de liefde is uit God.
En buiten zullen staan de honden.

Uit: Gerrit Achterberg, Verzameld werk (Uitgeverij Querido, Amsterdam 2000)

Haans begint zijn schrijven met: ‘Dit gedicht is misschien een van de weinige waarin Achterberg behalve zijn persoonlijke problematiek ook die van het toenmalige Europa op het oog had, waarvan de cultuur onder de nazilaars vertrapt dreigde te worden. Veel kunstenaars voorvoelden in die slotfase van het interbellum het dreigende gevaar.

[…]

Als Achterberg zijn gedicht ‘Beumer & Co’ schrijft, is de Kristallnacht van 9 en 10 november 1938 waarschijnlijk al een feit. Ook in Avereest zullen de berichten daarover toch wel zijn doorgedrongen. Het is dus niet onmogelijk dat Achterberg ernaar verwijst met de woorden:

Onder de hand der horde
sterft het glas.

Als dat het geval is, dan krijgt het gedicht een sterke bovenpersoonlijke dramatiek. Dan betreft de schaamte in de eerste strofe niet alleen zijn eigen lot.’

Haans trekt zijn interpretatie direct in twijfel. ‘Het is dus niet onmogelijk…’ klinkt daar wel erg zwak. Misschien had hij eerst beter op zoektocht kunnen gaan dan zijn intuïtie te volgen.

Ten eerste schreef Achterberg dit gedicht vóór de Kristallnacht (8 en 9 november 1938) een feit was. De bundel Eiland der ziel werd weliswaar in 1939 uitgegeven, maar al in augustus 1938 was de definitieve samenstelling voltooid. Het gedicht ‘Beumer en Co.’ was toen al geschreven.* In de inleiding van zijn bespreking baseert Haans zich op de Kristallnacht en zet daarbij (zonder onderbouwing) de chronologie naar zijn hand. Een goed begin is het halve werk.

Na een beknopte samenvatting van Mevrouw Ruitenberg-De Wit haar studie ‘Het huis van Achterberg’ (1978)** vervolgt Haans zijn analyse.

‘De titel van het gedicht,' aldus Ruitenberg (blz. 153) en Hazeu (blz. 135 van de biografie), 'heeft Achterberg ontleend aan een roman van J.K. van Eerbeek met dezelfde titel.' Dat boek gaat over verhuizers die in andermans spullen snuffelen.

De ‘verhuizers’ in het gedicht zijn woeste vernielers, blijkens de regels:

Zij, die naar boven komen,
breken blind kapot
wat was in slot,

Ze leggen ruw de hoeken met huisgeheimen bloot, zodat de vloeren zich doodschamen. Zo moet de mens Achterberg zich hebben doodgeschaamd om wat de ruw binnengedrongen psychiaters in zijn ziel blootlegden. Huisgeheimen zijn zielsgeheimen. Alles wordt ontheiligd door de brute indringers. ‘Ontnomen wordt elk ding aan zijn lot’. Een mens is zoals hij is, schijnt Achterberg met deze uitspraak te willen benadrukken.’

Hier gaat Haans plotseling over naar een andere interpretatie. Achterberg zijn gedicht gaat, blijkens Haans zijn paradoxale redenatie, ineens over de moeilijke TBS-periode in Avereest. Het gaat over de psychiatrie en de kritiek die Achterberg daarop heeft. Beter, mijns inziens, want dit is volgens mij een duidelijke en ook relevante interpretatie van het gedicht. Als Haans de interpretatie van de Kristallnacht aanhoudt, zou het logischer zijn dat deze ‘woeste vernielers’ de barbaren waren die ruiten ingooiden.

Later schrijft Haans: ‘Dan gaat de aandacht weer naar de verwoesters die alles binnenste buiten keren:

De deur die binnen was,
is buitendeur geworden.

Zoals gezegd herinneren ze sterk aan de nazihorden die verantwoordelijk waren voor de Kristallnacht. Ook de spiegel, die zicht biedt op het eeuwige in mens en mensheid, ‘zwicht langzaam voorover’, waardoor die kamer van het innerlijk niet meer waar te nemen is. De spinrag die erover komt te liggen duidt er misschien op, dat de mens wiens innerlijk zo overhoop gehaald is, zich noodgedwongen vaak beperkt tot overleven in het alledaagse (gestichts-)bestaan.’

Van de psychiatrie terug naar de Kristallnacht. Waar wil Haans heen? Een dubbele laag? Als dat zijn intentie is dan verwoordt hij het tamelijk onduidelijk. Hij schommelt tussen twee interpretaties maar lijkt de juiste niet te kunnen vinden, dan wel de twee te combineren. Dat is op zich niet verwonderlijk en binnen de poëzie zelfs gebruikelijk, maar om er twee te combineren en vervolgens zonder onderbouwing tegenover elkaar te zetten is te vlot gedacht. Temeer omdat de interpretatie van de Kristallnacht niet klopt.

Zo gaat hij verder: ‘En het ergste is, dat het grootste van alle zielsgeheimen, het geheim van de liefde voor de vrouw, volledig is overgeleverd aan de spotters. Want:

Waar divan en donker stonden,
is, hun geheim ten spot,
een vrouwenschoen gevonden’

Onbegrijpelijk. De divan is natuurlijk een sneer naar de psychiatrie; de bank waarop Achterberg moest liggen wanneer er ‘gepraat’ werd. En ‘hun’, zijn dat niet de psychiaters? Het ‘geheim’ komt toch wel heel dicht bij de door Achterberg gewraakte dossiers. En die vrouwenschoen? Wat moet die daar? De schoen van de dode geliefde, ze is verdwenen op de plek waar de divan stond. Het geheim is blootgelegd. En wie zijn nu die spotters in Haans' tekst? De Duitsers of de psychiaters?

Het wordt nóg onduidelijker, Haans concludeert: ‘Er is in deze nood maar één troost en die is te vinden in Openbaring 22:14,15***. Daar staat immers: ‘Zalig zijn zij, die Zijne geboden doen, opdat hunne macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad. Maar buiten zullen zijn de honden…’ Alleen wie Gods (liefdes)geboden onderhoudt, zal het uiteindelijke geluk mogen smaken. De liefdelozen die inbreken in zijn zielsgeheimen, zijn de honden die dan buiten de poorten van de stad zullen moeten blijven. Zo rekent Achterberg af met de psychiaters die hem na 15 december 1937 jarenlang zo verschrikkelijk in hun macht hadden.’

Toch nog zoekwerk, maar dan had hem ook moeten opvallen dat er al eerder in het gedicht een passage uit 1 Johannes 4:7*** is opgenomen, waar staat: ‘Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een ieder, die liefheeft, is uit God geboren en kent God.’ Daar rept hij echter geen woord over, terwijl het toch een belangrijke koppeling is naar de latere bijbelse verwijzing die Haans wel heeft opgemerkt.

Haans eindigt zijn bespreking met als conclusie dat Achterberg afrekent met zijn psychiaters. Dit zal geen definitieve afrekening zijn, want daar was Achterberg nog helemaal niet aan toe, getuige de pas veel later gepubliceerde bundel Blauwzuur. 'B
eumer & Co.' is lang zo hard en rauw niet. Achterberg veroordeelt niet maar legt het in de handen van God. Hier regeert de onmacht, die later plaats maakt voor relativiteit.

En waar is de interpretatie van de Kristallnacht? Deze heeft Haans zomaar laten vallen en hij komt er niet meer op terug. Hij laat je achter in een schijngebied van twee interpretaties, zonder een duidelijke conclusie te trekken dan wel deze tegenstelling te onderbouwen.

Ten slotte is het chronologisch onmogelijk dat de Kristallnacht in de dit gedicht wordt aangehaald. ‘Beumer & Co.’ gaat over de zielsverhuizers, die het glas laten sterven; niets doorzichtig willen laten. Achterberg uit zich in machteloosheid over de periode waarin hij zijn ziel ten overstaan van ‘honden’ bloot moest leggen.


* Wim Hazeu, Gerrit Achterberg – Een biografie (Uitgeverij Arbeiderspers, Amsterdam 1989)
** A.F. Ruitenberg-De Wit, Het huis van Achterberg (Uitgeverij Querido, Amsterdam 1978)
*** Bijbel (NBG-vertaling 1951)

Recent

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer