Zen uit eigen werk

In 1998 debuteerde Koenraad Goudeseune (1965) als dichter met Dat zij mij leest. Zen uit eigen werk, zijn tweede bundel, verschijnt zeven jaar later. In 2004 werden daaruit al enkele gedichten in De Brakke Hond geplaatst.

Zen uit eigen werk is niet meteen een bundel van formaat. Koenraad Goudeseune doorspekt zijn achtendertig korte gedichten met tal van spitsvondigheden, grapjes en dichterlijke observaties, maar mist meer. Zijn poëzie steunt op snelle beeldrijke taal en ideetjes van hetzelfde soort, die onmiddellijk moeten aanslaan, maar al even snel vergeten zijn. Er heerst niets onoverkomelijks, niets frappants over zijn gedichten. Goudeseune lijkt gewoon ‘een’ dichter die ‘een’ gedicht schrijft zonder veel meer. En zoals er zoveel zijn, dichters en gedichten.

Zo is er ‘Gezocht’:

Meisje met wie ik nooit
naar een begrafenis
zou gaan.

Of ‘Seizoenen’:

Wat doet die boom nou?
‘Raap dat meteen op!’
zou een moeder zeggen.
Maar de herfst heeft geen moeder.

Toegegeven ? moeder beuk verwijt zoontje dat-ie zijn bladeren laat vallen, het slordige ventje! ? het brengt wel enige hilariteit binnen. Maar echt veelzeggend is het allemaal niet. Misschien heeft Goudeseune die pretentie ook niet, en is zijn poëzie werkelijk bedoeld ‘als een schop tegen het zere been van al te intellectualistische en zogenaamd verheven poëzie’, zoals Yvonne Broekmans zegt op Meander. Maar waarom deze poëzie daar dan zo geschikt voor zou zijn? Gaat het relativeren niet al te zeer in de richting van de onwerkelijke wens niet ambitieus te zijn, niet te veel te willen zeggen? Naar uitspraken als ‘lekker licht’, ‘leesbaar’ en ‘eigenlijk onbelangrijk’? Doet Zen uit eigen werk ertoe?

Koenraad Goudeseune verklaart in ‘Luister niet naar mij’:

En public ben ik in een sentimentele bui, privé ben ik gewoon.

Maar misschien is dat sentimentele ook wel de te normale publieke dichtvorm. Het komt allemaal zó anekdotisch en catchy over dat er voor de lezer eigenlijk niets anders op zit dan er kennis van te nemen, misschien te laten vallen dat hij/zij het eigenlijk nooit zo had bekeken, en na de verrassing te blijven zitten met een onvoldaan ‘En dan?

Ik vind dat poëzie een vorm van entertainment is. (uit ‘Hemel’)

Goed, Goudeseune vindt dat poëzie een vorm van entertainment is. En wellicht ook dat poëzie niet moet pretenderen dat het iets betekent. En dat is de vaakst gehanteerde formule om het eigen slappe dichten te stutten met welgemeende fundamenten ? ‘maar dat bedoel ik nu net!’. Moet dat entertainment dan alleen maar bestaan uit het naar effectjes vissen, moet het om een soort Post-it-poëzie gaan, die op tal van koelkasten onderhevig is aan een wekelijkse vervangbeurt. Beide uitersten zijn te karikaturaal, te licht of te zwaar, te snel vergeten of te lastig om te onthouden. Zen uit eigen werk wil er jammer genoeg niet toe doen.

Van Koenraad Goudeseune verschenen:

Zen uit eigen werk (Atlas, 2005)
Onuitsprekelijk is wat wij over de liefde zeggen (Atlas, 1999)
Dat zij mij leest (Atlas, 1998)
Vuile was (Atlas, 1993)

Recensie van Zen uit eigen werk door Yvonne Broekmans: http://meander.italics.net/recensies/recensie_a.php?id=399

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 december 2007

Verhalenwedstrijd levert fraai uitgeven bundel op
Recensie door Karel Wasch

Uitgeverij De Vleermuis uit Roermond organiseert jaarlijks een tweetal wedstrijden (poëzie en verhalen). De wedstrijd voor verhalen leverde dit jaar het fraai uitgegeven boek Zenit op. Daarin 44 verhaaltjes (aantal woorden was beperkt) van uiteenlopende snit en kwaliteit. Aan de wedstrijd deden in totaal 187 mensen met een verhaalinzending mee.

Lees meer