25 juli 2005

Leaves of grass / Grasbladen

De dood schittert als het leven

In een van de eerste decennia van de vorige eeuw verscheen bij Uitgeverij De Wereldbibliotheek ?die dit jaar al 100 jaar goede boeken uitgeeft- een Nederlandse vertaling van Leaves of Grass. Het was een wonderlijke -niet verantwoorde- keuze uit dit werk door Maurits Wagenvoort. Het moest lang duren voordat in Nederland een nieuwe vertaling van dit boek verscheen. In juni was het zover.

Walt Whitman publiceerde zijn eerste uitgave van Leaves of Grass in 1855. En bleef zijn leven lang het zelfde boek opnieuw uitgeven, vermeerderd en verbeterd*. Zo begint het:

I Celebrate myself,
And what I assume you shall assume,
For every atom belonging to me as good belongs to you.

I loafe and invite my soul,
I lean and loaf at my ease… observing a spear of summer grass.

En het loopt uit in een poging het heelal, de hele kenbare wereld in poëzie te vatten. Het mondt uit in een enorme opsomming van al het zijnde, een bejubeling van elke atoom die de dichter als zijn bezit ervaart, maar die hij wil delen. Dit is wel poëzie van het grote gebaar. Het is eigenlijk wonderlijk dat in de jaren ’80 niet een goede vertaling van juist dit werk is verschenen. De dichters die zich Maximalen noemden en Nederland wilden bevrijden van poëzie waarin de betekenisvolle stilte van een dubbele witregel voor het hoogst haalbare stond – hebben zij Whitman wel als held op het schild getakeld?
Het heeft iets geweldig naïefs dit gedicht, deze verbale waterval. Er was een periode dat een schrijver kennelijk nog kon proberen zijn Divina Commedia te scheppen, zijn Paradise Lost. Het Al omvattend kunstwerk is na zekere datum geproblematiseerd. Wanneer was dat? Na de Mei van Gorter? Is er een ideologisch probleem?
Whitman staat in New York en voelt de wereld door zich stromen, hij heeft het allemaal gezien, hij heeft Borges’ Aleph in de hand gehad, de lezer heeft hem in de hand. Of wat alledaagser: de ervaring van de Unox-worst reclame: de lezer krijgt in een enorm tempo een shot beelden toegediend. Een beeldrijke droom.

De verslaving van het noemen

Heel de nacht dwaal ik door mijn droombeeld,
Lichtvoetig stappend, snel en geruisloos stap ik en stop,
Met ogen wijdopen buig ik over de gesloten ogen van de slapers;
Verdwaald en verward, in mezelf verloren, niet op mijn plaats, ten prooi aan tegenstrijdige gevoelens,
Ik houd stil en staar en buig voorover en stop.

Dit droombeeld is een verslavend droombeeld. He is niet makkelijk na te voelen waarom het werk door contemporaine critici vuig gevonden werd, naar de schok zoek je dus tevergeefs, maar Leaves of Grass verslaaft in zijn poging volledig te zijn, de maniakale opsomming die Whitman geeft, alles recht willen doen door het maar te noemen, de cadans van de oudtestamentische opsommingen, Abraham gewon Isaac om het allemaal maar niet te vergeten. Het grote hart voor al wat leeft. Het is deze ‘verzamelaarspoëzie’ deze drang aan het woord te blijven met het schuim op de lippen die een vertaler als Pfeiffer moet hebben aangetrokken, Dat wat een lezer aanspreekt in dit werk trekt hem ook door In de naam van de hond heen. Ook Arjen Duinker’s fascinatie – een van de 20 andere vertalers ? laat zich dan makkelijk raden. En die van Astrid Lampe. Maar Kopland? En Anne Vegter?
Jacob Groot en Kees ’t Hart haalden 21 dichers bijeen voor dit project. ‘Zo is de Nederlandstalige primeur van deze pionier niet alleen een bevestiging van Whitman’s stemmentheater, ze versterkt het temperament van zijn verteller, de meervoudige acteur pur sang. Daarbij is het ook nog eens een volstrekt unieke bloemlezing uit het taalarsenaal van de moderne Nederlandse poëzie geworden.’

Met deze claim zijn de samenstellers in elk geval zelf dicht bij de Pionier gebleven: ze willen teveel. Ze hadden er met een veel geruster hart aan kunnen toevoegen dat hiermee waarschijnlijk de eerste tweetalige uitgave in Nederland verschijnt waarin bijna op elke spread beide talen worden gelezen.
Het idee is namelijk alleen productief in de zin dat het heel leuke voorleessessies oplevert, onlangs op Poetry, en binnenkort op het Noorderzon-festival. Verder moet het geweldig zijn als je Whitman al heel goed kent. Dan lees je vooral Nederlandse dichters.
Onbekend met dit werk blijf je echter met een voor de vertaalwetenschapvast heel boeiend fenomeen zitten. Je bent zeer gefascineerd geraakt door een gedicht, en opeens is het weg, de aria waarnaar je op de radio luisterde is weggedraaid voor een slager. Niet omdat Whitman het zo wilde, maar omdat daar toevallig de samenstellers de schaar hadden gezet.

Zo beland je opeens bij een dichter die

Who need be afraid of the merge?
Undrape… you are not guilty to me, nor stale nor discarded,
I see through the broadcloth and gingham wether or no,
And am around, tenacious, acquisitive, tireles… and can never be shaken away.

vertaalt met:

Wie durft zich niet over te geven?
Toe, toon jezelf… het ligt echt niet allemaal aan jou, je make-up liep niet uit, je bent geen afdankertje,
En door je katoentjes kijk ik toch wel heen,
Hou er rekening mee dat ik hardnekkig ben, hebberig, onvermoeibaar… en dat je met me zit opgescheept.

Dan begin ik al te denken dat het misschien 20 vertalers hadden moeten zijn. Dan maar wat minder bloemlezing uit het taalarsenaal van de moderne Nederlandse poëzie.
Een mooi bijeffect is natuurlijk wel dat je na lezig denkt: nu wil ik een versie helemaal vertaald door Toon Tellegen, en een helemaal vertaald door Astrid Lampe, en ook maar een hele Pfeiffer, toch een van de weinige die een vertaling aflevert die zowel rechtdoet aan Whitman alsook zeer onmiskenbaar Pfeiffer is.

Genoeg gezeurd. Dit is een heel mooi boek. Dit moet onmiddelijk aangekocht worden, vooral om Whitman. En ere zij het samenstellend duo, omdat het het onbegrijpelijk hoog tijd werd dat de Nederlandse poëzie verrijkt werd met Whitman. Meer Whitman In De Nederlandse Poëzie.
Dat is natuurlijk de ware gedachte achter deze opzet: er zijn vast 21 dichters geïnfecteerd.

*De zogenaamde Deathbed editie verschijnt door een gelukkig toeval ook dit jaar, in de vertaling van 1 vertaler: Jabik Veenbaas.

De vertalers:
Huub Beurskens, Anneke Brassinga, Tsead Bruinja, Geert Buelens, Maria van Daalen, Arjen Duinker, Jacob Groot, Kees 't Hart, Judith Herzberg, Gerrit Komrij, Rutger Kopland, Jan Kuijper, Astrid Lampe, Hagar Peeters, Ilja Leonard Pfeijffer, Toon Tellegen, Anne Vegter, Hans Verhagen, Peter Verhelst, Simon Vinkenoog, Elly de Waard en Menno Wigman

Walt Whitman, Leaves of Grass, Grasbladen. Vertaald door 21 dichters.
Gebonden, 191 pagina's
Verschenen: juni 2005
Gewicht: 479 gram
Formaat: 247 x 178 x 21 mm
Em. Querido's Uitgeverij BV

Prijs Euro 24.95

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer