25 april 2005

Pritt.stift.lippe

In september 2004 werd de sinds 1970 verdwenen Windroosreeks opnieuw geïntroduceerd met de publicatie van vier nieuwe dichtbundels: Niet ik beheers de taal van Catharina Blaauwendraad, Pritt.stif.lippe van Eva Cox, Instructies voor een ober van Paul Janssen, en Ratel & Experimenten van Han van der Vegt. Een halfjaar later heeft de Windroosreeks een eerste grote nominatie op zak. Eva Cox’ debuutbundel Pritt.stift.lippe werd op 14 april genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs 2005.

Eva Cox begon met het schrijven van poëzie in 1999 en brak al snel door als podiumdichteres. In 2001 won ze de eerste Vlaamse Poetry Slam. De overstap van podiumpoëzie naar ‘papieren’, te lezen poëzie leek haar op dat moment geen haalbaar of wenselijk idee. Met Pritt.stift.lippe heeft ze nu dan toch een eerste bundel samengesteld uit gedichten die bewust op lezen zijn geselecteerd.

Pritt.stift.lippe laat zich op het achterplat lezen als ‘kleefkrachtige gelaatsuitstulping’ en ‘verzwijgzaamheid’. Die, op het eerste gezicht, wat abstracte omschrijvingen verbeelden mooi de grove trekken van Eva Cox’ poëzie. De taal die zich vasthecht aan de dichter, woorden die haar als kleefkruid op het lijf plakken. Zo drenkt het meisje Lijm haar lippen en tong in de taal, ‘een lijmbal van snippers’, en ‘ageert [ze] gedachteloos, werkt snel want: // het verhaal / is een aal / in ’t kanaal / van de taal // en haar pen / de traag zwaaiende // hengel.’ Het is een haken naar ? de geschikte ? taal. De dichter wil zitten, zwijgen, denken en nippen. En ook weer niet. Het is allemaal erg dubbel: ‘En denken? Maakt de / benen dun: ze barsten als ik dansen durf.’ De wereld en de taal dienen zich aan als een overvloed, een polyfonie van stemmen. Het enige verweer van de dichter tegen die overmacht is zich te bewapenen. ‘Ik dans u naar de aarde toe / en lok u in mijn bed van lijm / dat voelt als tongen op uw buik / die straks veranderen / in glas.’ De dichter moet snijden, zich met het pikhouweel een weg banen door het ‘dofstof’, om zo ‘toch één glinsterding’ naar boven te halen.

Maar ook dan blijkt niet alles helder: ‘Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes. / (…) / Wie naar mij kijkt denkt mij te zien. / Wie naar mij kijkt die ziet zichzelf. / (…) / Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes. / De randen snijden in mijn eigen vlees.’ Het gedicht, als ‘uitgepuurde’, gesneden taal, komt zelf polyfoon naar voren. Eva Cox spreekt in korte halen, met ‘een tong van scherp gesmeed metaal’. Tegenover die zelfverzekerde, talige identiteit staat ‘een glazen meisje / op te hoge hakken, dat plassen en putjes mijdt. / Ze mag niet vallen, niet struikelen, // haar glimlach zou aan scherven op de tegels slaan.’ Die tegenstellingen in de poëzie van Eva Cox reiken een soort vrijheid aan, een zekere openheid in de blik van zowel dichter als lezer. Het alomvattende korset zou maar verstikkend werken; beter is het dus om zichzelf uit te delen, in velen uiteen te vallen.

Ik ben:
een glinsterende mozaïek
met weke rode voegen en
een hart van sneeuwwit ?

De C. Buddingh’-prijs, ter waarde van 1200 euro, wordt op woensdag 22 juni uitgereikt tijdens een speciaal programma op het 36e Poetry International Festival in Rotterdam. Naast Eva Cox werden ook Bernd G. Bevers (met Tegenberichten, uitgegeven bij Prometheus), Micha Hamel (met Alle enen opgeteld, uitgegeven bij Augustus) en Liesbeth Lagemaat (met Een grimwoud in mijn keel, uitgegeven bij Wereldbibliotheek) genomineerd.

Eva Cox, Pritt.stift.lippe (verschenen in de Windroosreeks). Uitgeverij Holland, Haarlem, 2004.

Links:
http://evacox.web-log.nl/
http://www.uitgeverijholland.nl/
http://dewindroos.web-log.nl/
http://www.annettevandenbosch.nl/artikelen/windroos1.htm

Kurt Snoekx

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Een student brengt zijn vakantie door op het eiland Lipari, gelegen in de Middellandse zee, boven Sicilië. Hij verblijft in een hotel maar brengt zijn dagen door aan de rand van een zwembad van een ander hotel. Voor de vorm heeft hij zijn studieboeken mee en een vergrootglas, hij mag graag lezen met dat glas. Bij dat zwembad zijn elke dag Gerard (ca. 50 jaar) en Chaphine (ca. 30 jaar) te vinden. Niemand anders dan zij drieën, elke dag opnieuw.

Een student brengt zijn vakantie door op het eiland Lipari, gelegen in de Middellandse zee, boven Sicilië. Hij verblijft in een hotel maar brengt zijn dagen door aan de rand van een zwembad van een ander hotel. Voor de vorm heeft hij zijn studieboeken mee en een vergrootglas, hij mag graag lezen met dat glas. Bij dat zwembad zijn elke dag Gerard (ca. 50 jaar) en Chaphine (ca. 30 jaar) te vinden. Niemand anders dan zij drieën, elke dag opnieuw.

Lees meer