4 april 2005

Schaduwboekhouding

Het is vergeten en vergeten worden

De dichter Ingmar Heytze schrijft de laatste jaren ook proza. Voor uitgeverij De Prom schreef hij een dagboek en twee jaar geleden verscheen bij Podium Ik ben er voor niemand. Dat was een verzameling korte stukjes met als hoofdpersoon Retour Afzender. Schaduwboekhouding bevat gedichten en miniaturen.
De bundel begint met poëzie. Na een paar gedichten vroeg ik me echter af waarom Heytze ze in poëzievorm heeft opgenomen. Het openingsgedicht ‘Vertel nog eens over de wolven’ heeft immers niets met een gedicht te maken. 

‘Vertel nog eens over de wolven,’ vroeg ze altijd voor
we gingen slapen, en dan vertelde ik over de wolven.
Dat wolven kleiner kunnen zijn dan vossen, maar ook
groter dan de grootste hond. In het algemeen kun je
zeggen: hoe kouder het klimaat, des te groter de wolf.’

Dit is het begin van het gedicht en ik tref er geen poëtisch beeld in aan. Sterker nog, de tekst wordt ons letterlijk als vertelling aangeboden. De regelafbreking lijkt me vrij willekeurig. Kortom: wil Heytze ons meteen al bij het eerste gedicht in de war brengen door een prozastuk te vermommen als gedicht om zo het onderscheid tussen proza en poëzie ongedaan te maken? Er staan meer van dat soort prozagedichten in de bundel, zoals ‘Stadsmees zingt hoger’, een bewerking van een krantenartikel. Of ‘Briefkaart uit bestemming’, een lange tekst (van Afzender!) met hilarische zinnen: ‘Er waren excursies en souvenirs van kunstleer. Over de / vegetatie kan ik kort zijn maar men toonde zich gastvrij, nergens / een gast te zien’.

Die humor, toch een van de kenmerken van Heytze, is net als in vorige bundels vaak een ironische verdringing van verdriet en angst. Schreef hij in Aan de bruid het gedicht Rorschach over het schrijven van een brief aan een geliefde (‘de liefde is van brandhout / en een inktvlek is een inktvlek / en voorbij voorgoed voorbij.’) in deze bundel schrijft hij er zelfs twee, waarvan er een eindigt met ‘onder een plavuis, vond men een crypte / vol met babylijkjes.’ De toon is wranger, minder speels. In ‘Wingerd’, voor mij het mooiste gedicht van de bundel, schept de dichter een beeld van oude geilaards aan de bar: ‘Nog een paar jaar, dan lopen onze krukken uit.’ Mannen die in de vergetelheid wegzakken. ‘Wij hadden iets bestormd, maar wat?’ De angst voor de vergetelheid blijkt ook op de volgende bladzijden, angst voor de dood, angst voor ‘de grote gifwolk’, angst om niet bestaan te hebben: ‘Het is vergeten en vergeten worden / anders niet.’ Heytzes bittere antwoord op Shakespeares ‘to be or not to be’.

Het merkwaardige is dat er in de miniaturen in het tweede gedeelte weer veel meer absurdisme zit. Ik moet me inhouden om niet een heel verhaal te citeren, maar af en toe zijn ze erg goed. In het beste geval zijn ze vreemd, spannend en enigszins surrealistisch. Bijvoorbeeld het verhaal dat begint met ‘Er stopt een oude, grijze auto in de straat.’ Toch zijn de prozastukjes niet allemaal van hetzelfde niveau. Er staan ook een paar flauwe stukjes in, zoals over het gezegde ‘Iets in de melk te brokkelen hebben.’ Dat is een te cabaretesk. Liever lees ik de stukken met een sterke mysterieuze openingszin: ‘Er staan weer exen in de tuin.’ 

Het is spannend de om de ontwikkeling van Heytze te volgen. Toch zou ik liever een aparte prozabundel willen hebben en een aparte poëziebundel. Volgens mij zitten de twee gedeelten elkaar nu in de weg en dat is jammer voor beide gedeelten.

Coen Peppelenbos

Ingmar Heytze: Schaduwboekhouding. Podium, Amsterdam, 80 blz. €13,90.

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer