28 mei 2006

Van de vijand en de muzikant,Ramsey Nasr

Onlangs verscheen het gebonden en zeer fraai vormgegeven resultaat van één jaar stadsdichterschap van Ramsey Nasr: onze-lieve-vrouwe-zeppelin. Antwerpse gedichten (De Bezige Bij), 16 gedichten, 173 pagina’s poëzie over Antwerpen. Tegelijkertijd verschenen zijn gebundelde essays, Van de vijand en de muzikant. Essays, artikelen, opiniestukken (De Bezige Bij), geschreven tussen 2001 en 2005. Wat de twee bundels bindt is het vertrekpunt: de maatschappij en, meer concreet, Antwerpen. Onlangs nog legde Nasr in een interview uit dat de essays voornamelijk een belichting zijn van de maatschappij en dat de gedichten de maatschappij ontstijgen. Toch is dat niet helemaal waar. Ook de gedichten zijn in hoge mate een belichting en bekritisering van de maatschappij. Wie de gedichten leest, krijgt, naast mooie, gepassioneerde poëzie, tevens een beeld van Antwerpen, haar geschiedenis én haar inwoners. Poëzie als kompas in een onbekende stad. Zo hebben de stadsgedichten en in mindere mate ook de essays, van Nasr voor mij gewerkt, maar de bundels zijn zeker niet alleen interessant voor diegenen die Antwerpen kennen of willen leren kennen.

onze-lieve-vrouwe-zeppelin
Een jaar geleden besloot ik te verhuizen naar Antwerpen. Een stad die mij vrijwel onbekend was, maar waar ik vanaf mijn eerste bezoek een soort van verliefdheid voor ontwikkelde (wat wil je, als één van je eerste indrukken van de stad een enorm gedicht van Tom Lanoye is op de Boerentoren, waar poëzie op broodzakken wordt verspreid en waar torens liefdevol tegen kathedralen praten en ondersom). Ik besloot de stad te leren kennen door de poëzie en kwam al snel uit bij de toenmalige stadsdichter. Het bleek een goede keuze. Poëzie binnen een stadsdichterschap werkt anders – misschien zeker wel binnen een stad als Antwerpen, waar alles politiek is en waar iedereen zich met alles bemoeit wat over ‘t stad gaat. Niet alleen werden de gedichten in opdracht van de stad geschreven, in veel gevallen lag er ook een concrete gebeurtenis (de opening van een nieuwe bibliotheek of integratiegebouw, de introductie van een nieuw logo voor een universiteit) of verzoek (iets te schrijven over kansarmoede) aan ten grondslag. Zo kon de poëzie functioneren als een soort kapstok om kennis te maken met de stad. 

Door de gedichten heen klinkt een soort bewijsdrang, wat in dit geval de poëzie ten goede komt: Nasr is als (relatieve) buitenstaander in de stad gedoken, probeert van buitenaf door te dringen in de kern van een stad. De vele charmes van de stad worden geprezen en Antwerpse iconen als Wannes van der Velde en de Zoo en haar geschiedenis komen voorbij. Maar Nasr is er niet op uit de Antwerpenaren een veer in hun, excusez le mot, achterste te steken: misstanden worden niet geschuwd. Wie de gedichten leest, leert over Antwerpen-Noord, berucht om zijn problemen met drugs en prostitutie, waar de nieuwe stadsbibliotheek werd geopend, de huisjesmelkerij en het racisme. Het zijn pagina’s lange, lyrische gedichten, allen zeer leesbaar. Gewichtigheid en zwaarte worden gerelativeerd door humor. Nasr doet in zijn stadsgedichten geen knieval betreffende kwaliteit, maar brengt wél poëzie die toegankelijk is voor een breed publiek – zonder de spanning van de taal af te halen. Het zeer persoonlijke commentaar, de achtergronden bij de gedichten en bij het invullen van een stadsdichterschap geven de bundel een mooie meerwaarde, net als de oude foto’s waarmee deze is geïllustreerd en de fraaie vormgeving van Dooreman, die eerder ook de vormgeving voor de verzamelde stadsdichten van Tom Lanoye verzorgde. 

Van de vijand en de muzikant
De in deze bundel samengebrachte stukken verschenen voor het merendeel al eerder in dagbladen als NRC Handelsblad en De Standaard. De bundel bestaat uit twee gedeelten: twaalf essays in Van de muzikant en tien in Van de vijand. Nasr is gepassioneerd en schrijft helder en persoonlijk over zijn hartstochten: klassieke muziek, kunst, cultuur en politiek. Alle ingrediënten voor een boeiende bundel zijn aanwezig: passie, betrokkenheid, grondige documentatie, originaliteit, openheid, zeer helder taalgebruik, humor, zelfspot en genuanceerdheid. Nu is genuanceerdheid een zeer prijzenswaardige eigenschap, maar in essays kan het echter de spanning voor de lezer wel bevorderen als er zo nu en dan duidelijk stelling wordt genomen. Vooral in het eerste gedeelte van de bundel blijven te veel bijdragen hangen op het niveau van anekdotes en beschrijvingen. Goed leesbaar, interessant en leerzaam bovendien (en passant leert de lezer iets over de geschiedenis van Antwerpen, de Vlaamse maniëristen, Sjostakovitsj, Indonesische en Palestijnse poëzie). Maar toch ontbreekt er iets. Het blijft allemaal wat mat. Pas als de politiek aan bod komt, of als Nasr de Nederlandse mentaliteit onder de loep neemt, worden de stukken vlammende betogen, wordt er duidelijk stelling genomen en volgen er scherpe analyses van Nederland en het Israëlisch-Palestijnse conflict (hierin zijn de eerder genoemde genuanceerdheid en de redelijkheid van Nasr een verademing). Dat zijn de essays die echt interessant zijn. In Holland the movie: ‘In een land waar iedereen eerlijk zegt en doet wat hij vindt, heerst geen waarachtigheid meer. Waarachtigheid bestaat slechts bij een ingehouden gebruik van de vrijheid. Waarachtigheid is een vorm van minimaal liegen. Dat is geen paradox. Dat is beschaving.’

Het tweede gedeelte van de bundel is, om bovenstaande reden, een stuk interessanter dan de eerste helft. Zo is er De nieuwe realiteit, wat aanleiding was voor het Belgisch Israëlisch Weekblad een hetze tegen Ramsey Nasr en zijn benoeming als stadsdichter te beginnen. Door het commentaar bij de stukken wordt het sneeuwbaleffect van dergelijke acties in de media pijnlijk duidelijk, net als de hysterie die het kan veroorzaken. Iets dergelijks deed zich ook voor met de polemiek tussen Nasr en Walter Pauli, adjunct-hoofdredacteur van De Morgen, die zeer vuil en onder de gordel reageerde op een artikel over de aanwezigheid van de Israëlische ambassade op de Boekenbeurs. De polemiek was in Vlaanderen al uitvoerig te volgen in de dagbladen De Standaard en De Morgen.                                                                     &nbsp
;                                                                                                                               Het zijn juist deze stukken die de kracht van de schrijver Ramsey Nasr laten zien: door taal overtuigen en mensen hun ongelijk geven door middel van de kracht van taal. 

Ramsey Nasr
onze-lieve-vrouwe-zeppelin. Antwerpse gedichten (De Bezige Bij, 2006),
ISBN 90-234-1983-9
Van de vijand en de muzikant. Essays, artikelen, opiniestukken (De Bezige Bij, 2006)
ISBN 90-234-1984-7
De bundel van Tom Lanoye waarnaar verwezen wordt is Stadsgedichten (Manteau/Prometheus, 2005). ISBN 90-234-1868-0.

Anne-Marie van der Poel

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer