20 februari 2006

Beschaving, of wat ervan over is,Theodore Dalrymple

Alles was beter toen intellectuelen nog fatsoen en fatsoenlijke omgangsvormen predikten. De kunsten van nu werken de verloedering van de samenleving in de hand. Doorgeschoten vrijheden en vooral de acceptatie van de lage cultuur en de verering van de ‘gewone’ man verpesten de samenleving. De zorgstaat heeft ervoor gezorgd dat de bevolking iedere verantwoording afschuift en zijn lot in de handen van de staat legt.

Het is geen rooskleurig beeld dat de Britse arts en cultuurcritcus Theodore Dalrymple in zijn tweede boek, Beschaving, of wat ervan over is (Nieuw Amsterdam, 2005) schets van onze moderne samenleving. In zijn eerste boek, Leven aan de onderkant (2004, Het spectrum), richtte de geëngageerde psychiater zich op de onderklasse van de samenleving en uitte hij een felle klacht tegen de mentaliteit – het ontbreken van enig eigen verantwoordelijkheidsgevoel –  die mensen in deze onderklasse gevangen houdt. In zijn tweede boek borduurt hij voort op dit idee, maar betrekt hij in zijn kritiek tevens de kunsten. 

Beschaving, of wat ervan over is bestaat uit 25 zeer leesbare essays, verdeeld over twee categorieën: Kunst en letteren en Samenleving en politiek. Op het eerste gezicht staan de twee delen volledig op zichzelf. In het eerste gedeelte geeft Dalrymple fel af op alle hedendaagse kunst en het ‘verlies van kiesheid, van beschaafdheid, van het besef dat je sommige dingen beter niet kunt zeggen of direct weergeven (..)’. (Deze laatste uitspraak zou ook zo een quote kunnen zijn uit het debat dat de afgelopen weken de Nederlandse media heeft gedomineerd..). Kunst en literatuur die extreme vulgariteit verheerlijkt, bands die kotsen op hun publiek, ze hebben geleid tot het huidige dieptepunt waarin onze cultuur zich nu bevind. Het tweede gedeelte van zijn boek handelt over de dreiging van de islam, de seksualisering van de samenleving en, het stokpaardje van Dalrymple, het ontbreken van verantwoordelijkheidsbesef. Wat de twee gedeelten bindt is de gedachte dat het verschrikkelijk bergafwaarts gaat met onze samenleving. 

Dalrymple lijkt terug te verlangen naar vervlogen tijden en heeft geen goed woord over voor de hedendaagse kunst. Nu is het natuurlijk altijd gemakkelijker je standpunt duidelijk te maken met voorbeelden die volledig in je straatje passen en waarop je, in het geval van Dalrymple, met veel genoegen fel kunt afgeven, zoals op Virginia Woolf: 

‘(…) Als mevrouw Woolf nog in onze tijd had geleefd, zou ze in ieder geval het genoegen hebben gesmaakt om te zien dat haar instelling – oppervlakkig, oneerlijk, rancuneus, jaloers, snobistisch, egocentrisch, triviaal, barbaars, en uiteindelijk gewelddadig – bij de elites van de westerse wereld had gezegevierd’.

Op een gegeven moment gingen alle negatieve voorbeelden mij als lezer enigszins irriteren: enkele tegenvoorbeelden om zijn eigen standpunt enigszins te nuanceren, hadden prettig geweest. Ja, Shakespeare, daar loopt Dalrymple mee weg. Maar liefst twee essays wijdt hij aan hem en zijn sonnetten worden regelmatig aangehaald. Maar Shakespeare, dat is wel erg lang geleden om nog met weemoed op terug te kijken. Gelukkig onderschrijft Dalrymple dit nog op de valreep in zijn voorlaatste essay: 

‘Maar als we van Shakespeare een fetisj zouden maken (volgens mij is hij veel rijker en diepzinniger dan de koran), als hij het enige voorwerp van studie zou worden en de enige leidraad in ons leven, zouden we snel gaan achterlopen en zelfs stil blijven staan.’

Theodore Dalrymple, Beschaving, of wat ervan over is. vert. uit het Engels door Ronald Kuil en ingel. door Chris Rutenfrans. 2005, Nieuw Amsterdam.

Theodore Dalrymple, Leven aan de onderkant : het systeem dat de onderklasse instandhoudt. Vert. uit het Engels en ingel. door Chris Rutenfrans. 2004, Het Spectrum.

 N.B. Literair Nederland gaat meer aandacht besteden aan non-fictie titels. Deze bespreking is een eerste aanzet.

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer