19 september 2005

Briefwisseling 1951-1987

Van Lieve Gerard naar Beste Gerard en terug

Uitgeverij Van Oorschot heeft met de publicatie van de briefwisseling tussen Gerard Reve en Geert van Oorschot een prachtig boek op de markt gezet. Was de briefwisseling tussen Willem Frederik Hermans en Van Oorschot (het deel van Hermans werd bij de Bezige Bij uitgebracht) alleen interessant vanuit literair-historisch oogpunt, deze briefwisseling is vanuit louter literair standpunt bezien een hoogtepunt. Hermans’ boek was voornamelijk saai om te lezen vanwege het vele geëmmer over geld. In de briefwisseling met Reve komen ook brieven voor over geld, maar er staan des te meer brieven in die over hun beider levens gaan.
Van Oorschot toont zich in zijn brieven een echte bewonderaar van Reve. Hij steekt niet onder stoelen of banken dat hij daarnaast een grote vriendschap voelt voor Reve. Die vriendschap lijkt wederzijds te zijn. Als Reve met zijn toenmalige partner Teigetje logeert in het huis van Van Oorschot in Frankrijk schrijft hij lange en mooie brieven naar Amsterdam. Het is de periode waarin Reve toegetreden is tot de katholieke kerk, moet vechten in het ezeltjesproces, de P.C. Hooftprijs ontvangt en in Nederland een cultstatus krijgt. Vooral het progressieve deel van de natie draagt hem op handen en Reve voelt zich nogal onbegrepen, want zijn politieke opvattingen en geloofsovertuiging wordt alleen als ironie begrepen. In politieke zin vindt Reve zijn uitgever aan zijn zijde, met zijn geloof spot Van Oorschot nooit.
Toch komt het tot een breuk als Reve plotseling overstapt naar een andere uitgeverij. Johan Polak heeft hem overgehaald om enkele brievenboeken bij hem te laten verschijnen. Van Oorschot is diep teleurgesteld en is misschien het meest geraakt doordat hij een vriend en vertrouweling kwijt is. ‘Lieve Gerard’ wordt ‘Beste Gerard’ en die aanhef blijft jarenlang boven hun correspondentie staan. Een tiental jaren later, waarin Reve toch enkele lange brieven naar zijn oude uitgever schrijft, wordt het contact hersteld. Na de dood van Hillie van Oorschot komt er weer toenadering tussen de ouder geworden mannen. Reve besluit zelfs om een van zijn belangrijkste en meest ernstige brievenboeken, Brieven aan Josine M., te publiceren bij zijn oude uitgever. Een tweede bloeitijd in de vriendschap breekt aan die duurt tot kort voor de dood van Van Oorschot in 1987. Een jaar waarin ze toch weer in onmin geraken en het zelfs tot een rechtszaak komt over de goedkope heruitgaven van Op weg naar het einde en Nader tot U.
Natuurlijk is het lezen van de brieven van Reve uiterst vermakelijk, waardoor je regelmatig in de lach schiet. ‘Straks ga ik naar de hoogmis in Dieulefit, terwijl Tijger aldaar enige boodschappen doet. Het fijne van de Rooms Katholieke Kerk is, dat zij overal filialen heeft, zulks in tegenstelling tot, bijvoorbeeld, de Bond van Friese Kunstenaars.’ Of lees dit hilarische stuk waarin hij de titels van broer Karel aanvalt en komt met verklaring hoe het wel moet: ‘Een boek moet dus niet heten: Waarom Die & Die Misschien Gedeeltelijk Ongelijk Heeft, maar: Op Weg Naar Het Einde, De Avonden, Nader Tot U, Weg Met De Arbeiders, De Geile Jongens Van De Boslaan, Elke Zondag Seks Voor Niks. Kijk de kleine problemen van de schrijver & zijn taalkundige onmacht, die moet hij geheim & voor zich houden. Dus Niet als titel: Een Knoop Die Ik Er Steeds Weer Aanzette Ging Telkens Weer Los, maar: Naaien Tot Je Er Bij Neer Valt.’
Het boek kost je nachtrust omdat je steeds wilt doorlezen. Nog één brief, nou goed, nog één dan, totdat je het veel te snel uit hebt. Kortom: smullen!

Coen Peppelenbos

Gerard Reve & Geert van Oorschot: Briefwisseling 1951-1987. Geannoteerd door Nop Maas. Van Oorschot, Amsterdam, 750 blz. gebonden €45,- (zeer de moeite waard), paperback €32,50

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer