12 september 2005

De poseur

De Poseur

Het debuut van Hari Kunzru zou je een soort psychologische roman kunnen noemen. Centraal staat mijns inziens een hoofdpersoon die uit losse, niet bij elkaar horende stukken in elkaar is gezet. Er is in deze roman namelijk sprake van een groot verschil tussen enerzijds de rol die de historische achtergrond speelt en anderzijds de ontwikkeling van de persoonlijke identiteit van het hoofdpersonage. Deze ontwikkeling is waar het in het boek om gaat en het is geen, zoals Corine Vloet in een recensie in het NRC schrijft, ‘historische roman over de Raj, de Britse overheersing van India, en tegelijkertijd een ironische pastische op een bepaald type koloniale literatuur.’ Vloet erkent wel dat het werk ook iets te zeggen heeft over identiteit, maar laat dit te weinig doorklinken in haar uiteindelijke oordeel.
Hoewel Hari Kunzru al enkele romans op zijn naam heeft staan en De Poseur zijn debuut is, is nog niet alles over deze roman gezegd. Het verhaal wordt in verschillende recensies geprezen om zijn lichtheid. Ook heeft het verschillende literaire prijzen gewonnen, waaronder in 2002 de Betty Trask Award (de prijs voor het beste debuut uit de Commonwealth). Velen herkennen ook het gewichtige thema van literair werk dat zich richt op (voormalige) koloniën. Maar ik denk dat daarmee een ander, misschien wel veel belangrijker aspect over het hoofd wordt gezien. Het boek is niet alleen ‘licht en zwaar’ tegelijkertijd, maar het breekt ook heel nadrukkelijk met een aloude conventie: de opvatting die stelt dat een hoofdpersonage een stabiel figuur moet zijn die zich consequent gedraagt.
De Poseur gaat over een jongen die aan het begin van de twintigste eeuw wordt geboren uit een stormachtige affaire tussen een Engelsman en een aan iemand anders uitgehuwelijkt Indiaas meisje. Zijn naam is Pran Nath maar die zal hij niet lang behouden. Zodra het bekend wordt dat hij geen volbloed Indiër is, wordt hij zowel uit zijn ouderlijk huis als uit zijn kaste gezet. Als een paria begint hij zijn reis naar overleving en behoud, waarin hij zich moet zien aan te passen en zich moet zien te verhouden tot de verschillende mensen die hij tegen het lijf loopt. Daarbij is de naam die hij draagt afhankelijk van de situatie waarin hij zich bevindt. Hoewel zijn reis zonder doel lijkt, weet Pran Nath op te klimmen op de sociale ladder van Brits India. Via onder andere het hof van een lokale heerser (als Rukhsana) en de rosse buurt van Bombay (alias Pretty Bobby) komt hij op miraculeuze wijze als student aan de universiteit van Oxford, onder de naam Jonathan Bridgeman. Daar studeert hij geschiedenis en houdt hij zich ook bezig met culturele antropologie.
Tijdens zijn reis, die 5 à 6 jaar duurt, komt Pran Nath in 7 verschillende werelden terecht. Omdat hij zich aan elke situatie opnieuw aanpassen om te kunnen overleven, ondergaat hij steeds een totale omvorming van wie hij is. Daarom heeft hij ook in elke situatie een andere naam en dus nooit dezelfde identiteit. Het vorige leven schudt hij van zich af om zonder moeilijkheden een nieuw bestaan te kunnen oppakken. Dit doet hij zelfs in zoverre dat hij een Engelsman wordt op de meest stereotype manier. Hierdoor is het moeilijk te geloven dat De Poseur over maar één leven gaat: de identiteiten die de hoofdpersoon aanneemt staan zó los van elkaar dat het boek net zo goed over zeven verschillende mensen had kunnen gaan. Maar Kunzru smeedt deze verschillende episodes heel knap aan elkaar tot één overtuigend geheel en dit getuigt van een mooie en soepele vertelkunst. Dit boek gaat maar over één persoon, hij heeft echter zeven verschillende levens. Het probleem is dat we niet weten hoe die ene persoon in elkaar zit. Dit is de reden waarom de historische achtergrond niet de hoofdrol speelt; daarom kan het ook geen historische roman zijn. Er is simpelweg geen duidelijke tijdslijn die we als lezer kunnen volgen, in plaats daarvan gaat elk nieuw leven gepaard met een abrupte sprong in tijd en plaats. Historische achtergrond wordt daardoor iets letterlijks, namelijk een decor voor één enkel personage.
Het gaat dus om de identiteitsontwikkeling van Pran Nath. Deze maakt Kunzru echter moeilijk door juist de wisselingen van decor. Die werken desoriënterend: men is nauwelijks vertrouwd geraakt met Pretty Bobby als regelneef in de louche buurten van Bombay, of dezelfde Bobby verandert in Jonathan Bridgeman en studeert aan een grote universiteit in het centrum van het Britse imperium. Hiermee wordt het duidelijk dat de hoofdpersoon nooit ergens een thuis zal hebben, want hij zal zich altijd wel flink moeten aanpassen.
De afwezigheid van een vaste plek is een vaak behandeld probleem binnen postkoloniale literatuur. In De Poseur worden snel wisselende locaties gebruikt om een persoonlijkheid vorm te geven. Zij dienen het doel van de zoekende en nooit volmaakte identiteit. Voor Jonathan Bridgeman alias Pran Nath is het een reis die steeds voorspoediger verloopt. Maar waar zijn avontuur naartoe gaat is niet duidelijk, net zomin als wij weten wie deze persoon nou eigenlijk is. Dat is de schokkende uitspraak van deze roman: identiteit heeft geen essentiële kern, maar wordt slechts gevormd door invloeden van buitenaf. De kracht van deze roman is dat hij zo expliciet stelling neemt in een kwestie over identiteit. Wie je bent komt van buiten, niet van binnen. Bovendien zal het nooit helemaal af zijn. De schoonheid dit boek is dat we in die hele constructie ook gewoon over het leven kunnen lezen van een jongen die nergens thuishoort en alleen maar een plek zoekt waar hij zichzelf kan zijn.
door Marco van den Broek

Hari Kunzru, De Poseur. Podium €25,- [Oorspr. titel: The Impressionist. Penguin Books.]

Geraadpleegde bron: Corine Vloet, ‘De grootste schedels maken het wereldrijk.’ In NRC Handelsblad, 12 april 2002.

Recent

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer