15 augustus 2005

222 schrijvers

Schrijversportretten zijn andere portretten dan bijvoorbeeld portretten van filmsterren. Ingetogener, introverter; alsof de schrijver met zijn hoofd in een andere wereld verkeert. Zijn zelf geschapen wereld misschien. Schrijvers zijn dan ook (of zelden) sterren. Soms zijn ze beroemd. Meestal niet. Maar idolen, mooier en onbereikbaarder dan de mensen die je op straat ziet lopen, nee, dat zijn schrijvers niet.
In 222 portretten staan de schrijversportretten die Eddy en zijn dochter Tessa Posthuma de Boer de afgelopen vijftig jaar hebben gemaakt. Schrijversportrettenboeken zijn vrij schaars, maar net als de meeste portrettenboeken erg de moeite waard. Dit soort boeken geven de kijker/lezer twee kostbare dingen: een gezicht bij een naam en een bevroren beeld van een schrijver tijdens zijn hoogtijdagen (en die kunnen lang duren, daarom staan er van sommige schrijvers ook twee portretten in, een gemaakt door de vader en een door de dochter) en daarmee een glimp van wie of wat de schrijver voor de buitenwereld wilde zíjn.
Het is geen vitale, maar wel kostbare informatie: een gezicht. Zelfs al is een gezicht op een foto slechts een bevroren seconde van een continu bewegend, levend gezicht en daarom nooit natuurgetrouw. Maar dat geeft niet. Je wilt helemaal geen natuurgetrouwe voorstelling, je wilt een still van een gezicht dat je onbespied, zo lang als je maar wilt kunt bestuderen. Niet om je een mening te vormen over iemands uiterlijk, het dient in feite geen esthetisch doel, tenzij die esthetiek zich genadeloos opdringt. Het lijkt er meer op dat je het portret aan het werk wilt koppelen, een verband wilt zien: O, natuurlijk: zo’n gezicht schrijft zulke boeken!
Gefotografeerd worden is poseren. Je bent een poseur in de meest letterlijke zin van het woord wanneer je je opstelt voor de camera. Zijn schrijvers grotere poseurs dan de gemiddelde geportretteerde? Ik ben geneigd te zeggen van wel, al zijn het vaak niet de grootste schrijvers die de meest beeldvullende pose aannemen.
Schrijvers lachen niet. Zoveel is wel duidelijk. Her en der wat tanden. Altijd van vrouwen. Een handjevol al dan niet ironische glimlachjes. Als tijd van oudere mannen. Hoe jonger de schrijver, hoe strenger de blik. Schrijven is mogelijk, schrijver zijn een ernstige roeping. Een aandoening bijna. Zie mij eens ondoorgrondelijk kijken, dromerig staren, tegendraads wegkijken. Er zitten maar weinig gezichten bij waar je een opgeruimd karakter achter vermoedt.
De meeste foto’s zijn genomen op een belangrijk moment in hun schrijverscarrière: een toegekende prijs, een boek dat net uit was en waar bij de foto een recensie, misschien wel de eerste recensie van hun werk zou worden gepubliceerd. Zaken om de billen bij samen te knijpen. Misschien is het wel spanning die je ziet: angst voor hoe de wereld je werk zal beschouwen, angst hoe de wereld jóu zal beschouwen. Op zo’n moment kún je niet lieflijk, mild, lachend in de camera kijken. Op zo’n moment moet je de wereld ervan overtuigen dat het je ernst is. Dat het ergens om gaat. Dat je niet zomaar wat doet. Kijk. Ik ben een schrijver.

Eddy en Tessa Posthuma de Boer, 222 schrijvers. Bas Lubberhuizen, 2005.

DdH

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer