27 mei 2003

Geert Buelens wint Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2003

Buelens krijgt de prijs, ter waarde van 6000 euro, voor zijn bundel Het is (Meulenhoff 2002). Vooral de ‘ambachtelijke en inhoudelijke kwaliteiten’ van deze bundel hebben de jury kunnen bekoren.

De prijs werd in 1925 door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde ingesteld als voortzetting van de Haagsche Post-prijs. Onder de eerdere winnaars van de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs bevinden zich J.J. Slauerhoff, S. Vestdijk, M. Vasalis, Ida Gerhardt, Leo Vroman, Eva Gerlach, Piet Gerbrandy en René Puthaar.

Voor het advies van de Commissie voor schone letteren (Hugo Brems, Kester Freriks en Rudi van der Paardt) en het besluit van het bestuur van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde:

http://www.leidenuniv.nl/host/mnl/prijs/hgt2003.htm – www.leidenuniv.nl/host/mnl/prijs/hgt2003.htm

(Bron: Epibode/tm)

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer