11 april 2005

De roep van de troepiaal

Ruben van Merum, makelaar van beroep, zoekt na dertig jaar zijn familie in Aruba voor het eerst weer op en ontdekt dat deze al jarenlang is verscheurd. Hij probeert alle tantes en ooms te bezoeken, om wat bij te praten en weer de sfeer van vroeger te proeven. Jaren geleden waren zij het eiland ontvlucht, nadat zijn vader – een voormalige marinier – als brandweerman ontslagen werd, omdat hij een pyromaan bleek te zijn. Hoewel Ruben amper iets van de familiestamboom afwist, werd hij keurig ingelicht over bekende en minder bekende familieleden. Als buitenstaander draagt hij ze allemaal een warm hart toe en laat dit ook meeerdere malen blijken. Zelfs met de halfblinde tante Freda – met het boze oog, die door iedereen vermeden – wordt heeft hij een goede relatie weten te ontwikkelen..

Tijdens zijn kortstondig verblijf maakt Ruben van alles mee. De locale gewoonte om onderweg een biertje te drinken brengt hem in contact met Xiomara. Als illegaal verblijft de Colombiaanse, met van die siliconenborsten, goedgevulde lippen en een twee maten te kleine rok, op het eiland en werkt ze als barmeisje. Zijn contact met verscheidene vrouwen sleept hem tot op zekere hoogte mee, totdat hij plotseling beseft dat ook in dit tropische paradijs het respect voor vrouwen een rol speelt. Ruben probeert in de rol van sociaal werker zijn neef Rocky, die als drugsverslaafde uit de familie werd verstoten, over te halen om zich in een kliniek op het naburige eiland Santo Domingo te laten behandelen. Dit op aanraden van de politicus Omar; een oom van de verslaafde die voorkomen wil dat tijdens de verkiezingscampagne enig verband wordt gelegd. Op uitzonderlijke en voortreffelijke wijze beschrijft de auteur de verblijfplaats, psychose en  achterdochtigheid van een verslaafde. 

In alles wat Ruben doet, denkt hij steeds weer terug aan zijn vrouw Eva. Zelfs op het moment dat hij bij het inpakken van de koffer van Ivy, die als Jamaicaanse illegaal binnenkort het land wordt uitgezet, een bh tegenkomt moet hij aan Eva denken. Maar ook op het moment dat de Colombiaanse hittepetit Xiomara avances maakt, denkt hij aan de vergelijkbare situatie van Eva met Pierre. Ook vraagt hij zich telkens af hoe hij een bepaalde gebeurtenis aan Eva moet vertellen of juist verzwijgen. Met zijn dochter Merel, die hij alles via de fax vertelt, heeft hij echter een freudiaanse relatie. Indirect probeert hij via zijn contacten met Merel niet aan de aandacht van Eva te ontsnappen. Hij hoopt dat het ooit weer goed  komt tussen hem en Eva. Zijn Caraïbische temperament en zijn Europese nuchterheid blijven hem parten spelen. 

Aan de vooravond van zijn terugkeer kreeg hij van tante Freda te horen dat zijn geliefde pa niet zijn biologische vader is, én dat hij een halfbroer van Omar is. Daarop raakt hij in een identiteitscrisis, waar hij geen antwoord op het identiteitsvraagstuk weet te geven: Wie ben ik en waar hoor ik thuis? Alsof dat tegen-woordig – voor de wereldburger die geen landsgrenzen meer kent – van enig belang is. Zijn vader blijkt nu een Arubaan te zijn en toegegeven te hebben dat een bastaardzoon binnen de familie een vervelende situatie met zich meebrengt. Het is een legitieme reden maar daarnaast krijgt hij een zware tegenslag te verwerken, als hij beseft dat zijn enige kans om ooit terug te keren werd verkwanseld. De roman eindigt op een voorspelbare wijze, wanneer Eva hem met haar plotselinge bezoek aan Aruba verrast. Zij was van alle gebeurtenissen op de hoogte die zich in die drie weken hebben afgespeeld. Ook van Rubens arrestatie wegens zijn contacten met illegalen.

De auteur kent als geen ander de Arubaanse gemeenschap in al zijn gelederen. Na vier decennia lang op het eiland gewoond te hebben, heeft hij zich als oud-leraar in de gemeenschap weten te integreren en de lokale cultuur te doorgronden. Jacques heeft een goed gevoel voor details en een bijzondere vaardigheid om de typische Arubaanse gewoontes na te vertellen. Evenals in zijn andere romans Tranen om de Ara en Eilandzigeuner, beiden een aanrader om te lezen, weet de schrijver ook hier tal van Arubaanse cultuurelementen in zijn verhaal te verwerken. De auteur schrijft vlot, met veel couleur locale en zonder onnodige uitwijdingen. De roep van de Troepiaal is meer dan een beschrijving van de hedendaagse samenleving alleen. Het is een signaal om naar de oude stek terug te keren.

Quito Nicolaas 

De roep van de Troepiaal
Jacques Thönissen
Uitgeverij Conserve
ISBN: 90-5429-196-6
www.conserve.nl

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer