Verhalen van Fita

Antilliaanse verhalen uit de vorige eeuw

In haar verhalenbundel beschrijft Myra Römer de  post-koloniale Curaçaose samenleving.
Het boek omvat drieëntwintig verhalen die de lezer kennis laten maken met de jaren vijftig van de vorige eeuw op dit Antilliaanse eiland. Na vele omzwervingen ontstaat een beeld van het gezinsleven, omgangsnormen, het kerkelijk leven, huiselijk geweld, zelfbeeld van etnische groepen en de idealen van de jonge Fita. Het eerste deel van het boek is vanuit de wereld van een kind op een bijna sprookjesachtige manier geschreven.

De kleine onschuldige Fita groeit op in een beschermd milieu. De invloed van de nonnen en fraters om de afstammeling van de slaven een onderdanige status toe te kennen, blijft in de ideeënwereld van Fita niet uit. De reeds bestaande gesegmenteerde samenleving met aan de ene kant de Sefardische Joden en Protestanten en aan de andere kant de mulatten en de zwarten, blijft lange tijd gehandhaafd. De mulatten voldoen meer aan het normbeeld van de elite en hebben meer kans van slagen in de maatschappij. Maar de eigenwijze Fita heeft meer oog voor deze tweedeling en komt regelmatig over de vloer bij de buren Tan Dzji en oom Fedzjai. 

Tal van oude gebruiken en gewoontes, zoals retentie uit de slaventijd en het katholicisme, zijn verwerkt in de verhalen. Zo moet je als kind, uit respect, anderen oom en tante noemen. Of mag je als meisje nooit een man lang in de ogen aankijken, maar ook moet je ouderen altijd gehoorzamen. Vrouwen vormen altijd het decor, waartegen de wereld van de mannen zich aftekent. Het is alom een gewoonte om de werkelijkheid te verbloemen door middel van een leugentje. Evenals de dubbele-ontkenning, in geval van een gemengd huwelijk, van de moeder om zich van de rest te onderscheiden. Het elkaar slim af zijn, berust op de verhalen van de spin Compa Nanzi, is typerend voor de slaaf-meester verhouding. Fita aanschouwt dit allemaal en stelt haar ouders hierover pijnlijke vragen.

De dood van haar veel oudere nicht Angelita brengt een kentering in haar leven. Een gearrangeerde verloving met de zoon van een bankiersfamilie, die op niets uitloopt, is hiervan de reden. Dit is voor Fita ook meteen een confrontatie met het andere gezicht van een zorgeloos bestaan. Maar ook de kunst van de zwarte-magie en de ruzie tussen Jaanshi en boezemvriend Boechi, die een relatie had met zijn Cubaanse vrouw en eindigt in een dubbele moord, veranderen de visie van Fita.

In het tweede deel van het boek ontdekt Fita de denkwereld van de volwassenen. Overspel, onderdanigheid en huiselijk geweld gaan hand in hand. In een kleinschalige samenleving zijn de verticale relaties om vooruit te komen – zoals wij die tegenwoordig kennen – niet ondenkbaar. De schrijfster is zeer begaan met de overgangsrituelen en wijdt  verschillende hoofdstukken aan de dood als thema. En ook hier gaat het om het Curaçaose cultuurpatroon, dat zich in de jaren vijftig verder heeft ontwikkeld op zoek naar de eigen identiteit.

Het boek is op indringende wijze geschreven en vanuit het perspectief van een vrouw die ook vrouwen als hoofdpersonages opvoert. Een unicum in de moderne Antilliaanse literatuur. Af en toe ontbreekt het in de verhalen aan sfeertekening, maar die worden volop gecompenseerd door het taalgebruik. De verhaalstructuur is knap in elkaar gezet. Gaandeweg ontdek je als lezer de literaire kwaliteiten van de schrijfster.

Quito Nicolaas*

Verhalen van Fita
Myra Römer
Uitgeverij Atlas
253 blz/ ISBN: 9045005794

Vrijdag 11 februari geeft Myra Römer een interview in het NPS-radioprogramma Kunststof, radio 1 van 19.00-20.00 uur.

*Quito Nicolaas is auteur en bestuursvoorzitter van stichting Simia Literario, netwerk van Antilliaanse en Arubaanse dichters en schrijvers

 

 

 

 

 

 

Recent

17 juli 2018

Legenden en leven

Literair Nederland - 10 jaar geleden

03 oktober 2008

Niet overtuigend maar wel sterk in het laatste deel
Recensie door Menno Hartman

Coen Peppelenbos debuteerde onlangs met de roman Victorie, een roman in drie delen. In het eerste deel wordt Merijn – broer van de hoofdpersoon – gevolgd nadat bekend is geworden dat de hoofdpersoon, Victor, dood is.

Het tweede deel van de roman gaat over Sarah. We volgen er de gedachten van een leraar Engels, die in zijn huis dit meisje vasthoudt, het vriendinnetje van Merijn en waarin duidelijk wordt dat deze Ten Haaf, Merijn gedood heeft door een grote steen naar hem te gooien, nadat hij hem met een camera had gezien.

Lees meer