13 december 2004

De inscheper

Ze had haar hoofd geschud, ‘Dag Rob’, deur dichtgedaan. Doek, de gordijnen die tegen elkaar aan dansen, de stilte voor het applaus, adem die stokt. Hij wist niet meer hoe lang hij gewacht had in de hoop dat ze de deur weer uit zou komen. Tien minuten, een half uur, de polderwind door hem heen. Het was de grondverf geweest voor zijn vlucht. De race terug naar zijn ouders was de laatste, daarna was het full speed van hen  vandaan.

Januari 1935. Een jongeman stapt aan boord van de Cape Town. Onder de ogen van zijn ouders die hem vanaf de wal staan uit te zwaaien verscheurt hij hun brieven en referenties voor zijn nieuwe bestemming. Alle banden met zijn verleden lijken verbroken. Maar de schijn bedriegt. Hopeloos op de vlucht en radeloos op zoek. Op de vlucht voor de dreigende oorlog, zijn vader, het meisje dat hem afwees, het beklemmende vaderland. Op zoek naar een nieuwe levensinvulling, naar vrijheid en vriendschap. Van de mijnen in Durban, via de oorlog in Azië  weer terug naar Zuid-Afrika. Vriendschappen, en één in het bijzonder, worden op noodlottige wijze verbroken. Schip op, schip af, in een poging een doel te bereiken, een levensdoel, zelfgekozen. Tegen beter weten in, want op de achtergrond sluimert de herinnering, en met die herinnering het schuldgevoel. En dat knaagt aan hem, dat vreet aan hem, maar is tegelijkertijd onherroepelijk.

De stijl waarin De inscheper geschreven is weerspiegelt de onrust van de hoofdpersoon. Het zijn vaak korte zinnen, die ons met horten en stoten deelgenoot maken van zijn wereld. Het is ook een sobere stijl, waarin de dialoog vrijwel ontbreekt. En in die sobere stijl wordt beetje bij beetje een tragisch verhaal verteld, al lezend valt langzaam maar zeker alles op zijn plaats. De hoofdpersoon wordt een doorzichtelijk mens, waar we misschien wel een beetje bang voor zijn. Omdat we er ergens ook wel op lijken, omdat het een universeel gevoel raakt. Al willen we dat misschien liever niet weten. 

Wat ze in Holland nooit hadden begrepen: zijn verzet tegen het onvermijdelijke, tegen een geboeid leven. Daar was hij uit weggeëmigreerd. Hij wilde achter zijn eigen tekentafel zijn dagen ontwerpen. Dagen die waren ondergegaan in mijnschachten en dwang, dat wel. Zelf getekend, zelf ontworpen? De grote illusie.

Met 160 pagina’s is De inscheper ‘een dunnetje’, vergeleken met de vele omvangrijke boeken die tegenwoordig verschijnen. Maar oh, oh, oh wat een mooi boekje. Om stil van te worden.

De inscheper
Otte de Kat
Uitgeverij Van Oorschot
ISBN 90 282 4031 4
€15,-

saskia@literairnederland.nl

 

 

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer