8 november 2004

Mijn broer bijvoorbeeld – Uwe Timm

Broer aan het oostfront

Door Katelijn

Karl-Heinz Timm stierf in 1943 op negentienjarige leeftijd aan het oostfront, in de Oekraïne. Een jaar daarvoor had hij zich als vrijwilliger aangemeld bij de Waffen-SS.

De Duitse schrijver Uwe Timm voelde zich pas vrij om over zijn oudere broer te schrijven, nadat zijn beide ouders en zijn zus overleden waren. ‘Vrij betekent,’ schrijft hij, ‘alle vragen kunnen stellen, met niets en niemand rekening hoeven houden.’ Over zijn broer schrijven betekent ook over zijn familie schrijven, over zijn vader, zijn moeder en zijn zus en uiteindelijk ook over zichzelf. ‘Hen schrijvend benaderen is proberen om te zetten wat in de herinnering bewaard gebleven is, proberen mezelf te vinden.’

‘Proberen zichzelf te vinden.’ Met die woorden stelt hij – indirect weliswaar, maar toch – de vraag: In hoeverre lijk ik op hen? En: Wat had ik gedaan als ik in hun positie was geweest? Het is in ieder geval de vraag die zich als lezer aan je opdringt, bijvoorbeeld wanneer je leest hoe Timm als vijfjarig jongetje al rondliep in een soldatenjasje, hoe hij geleerd had zijn hakken tegen elkaar te slaan, een buiging te maken en de Hitlergroet te brengen. Wat als? Wat als de oorlog langer had geduurd? Wat als ik in die situatie, in dat land, in zo’n overigens vrij gewone Duitse familie was opgegroeid?

Zoals gezegd, stelt Timm die vraag niet met zoveel woorden. Misschien omdat die vraag stellen al gauw de schijn wekt dat je iets goed probeert te praten. Wat hij wel doet is het bevragen van zijn ouders: Wie waren zij en wat bewoog hen?

Timms vader was een selfmade man van arme komaf, iemand die graag bij de betere kringen wilde horen. Iemand die in zijn jeugd opkeek naar en zich later spiegelde aan de vooroorlogse adel. Iemand die daarom termen als moed, eer en plichtsvervulling centraal stelde. Het soort moed, eer en plichtsvervulling dat het individu ontkent wel te verstaan. Iemand voor wie zijn oudste kind, een meisje, nauwelijks bestond. Iemand die alleen trots was op zijn zonen en alleen dan wanneer die zich een man betoonden, dat wil zeggen, niet bang waren en niet klaagden over pijn en bijvoorbeeld zonder aarzeling van een tien meter hoge duikplank afsprongen.

Na de oorlog legde Timms vader de schuld bij anderen, bij de geallieerden die eerder hadden moeten ingrijpen, bij Hitler die de oorlog voor Duitsland verloren had, bij het gezag dat beter had moeten weten. Buiten zichzelf dus. Hij wilde en kon niet zien dat hij als gewoon militair (hij diende bij de Luftwaffe) ook een bijdrage had geleverd aan wat zich onder het Hitlerregime had voltrokken.

Over zijn moeder schrijft Timm dat zij zichzelf na de oorlog wel de vraag durfde te stellen in hoeverre zij schuldig was. ‘Niet als tobberige zelfkwelling, maar wel zo dat ze uit zichzelf vroeg: Wat had ik kunnen doen, moeten doen?’ Haar conclusie was dat zij tenminste verzuimd had vragen te stellen, zoals: Waar zijn de twee joodse gezinnen uit de buurt gebleven?

Tijdens zijn onderzoek was Timm voortdurend bevreesd dat hij op gegevens zou stuiten waaruit zou blijken dat zijn broer betrokken was geweest bij het fusilleren van burgers, van joden, van gijzelaars. Maar voor zover hij heeft kunnen nagaan, schrijft hij, was dat niet het geval.

Uit de dagboekaantekeningen en brieven van Timms broer, uit de door hem bewaarde anecdotes en verhalen rijst een beeld op van een als kind wat dromerige jongen die de hoop en trots is van zijn vader, een jongen die daarom graag flink wil zijn, een jongen die zich groot houdt – zoals het hoort. Maar wie zijn broer echt was, blijft een raadsel, misschien ook voor hemzelf. Zijn dagboekaantekeningen van het front bevatten weinig tot niets persoonlijks. Wat hij noteerde waren wachttijden, afgevuurde salvo’s, aantallen gewonden en doden. Uit zijn aantekeningen spreekt voornamelijk de plichtsbetrachting van een gedrild soldaat. Zijn brieven naar huis uitten alleen de zorg van de oudste zoon om zijn familie en zijn vaderland.

Een drietal zinnen licht Timm eruit.
Uit het dagboek: ’75 m. rookt Ivan sigaretten, voer voor mijn MG.’ De vijand als object, ontdaan van vlees en bloed, ontdaan van menselijkheid. Het was de zin waarbij Timm vroeger altijd ophield te lezen, bang als hij was voor wat hij verder in het dagboek zou aantreffen.
De tweede zin waarachter Timm blijft haken komt uit één van zijn broers brieven naar huis, waarin deze zijn zorg en verontwaardiging uit vanwege de bombardementen op Hamburg. ‘Dat is toch geen oorlog meer,’ schrijft hij, ‘dat is moord op vrouwen en kinderen – en dat is niet humaan.’ Waarom ziet hij dit wel, vraagt Timm zich af, maar niet wat er zich onder zijn neus afspeelt? Waarom staat er nergens iets in zijn aantekeningen over gevangenen, over de slachtoffers en vernielingen daar?
De laatste zin is de zin waarmee zijn aantekeningen eindigen: ‘Hiermee sluit ik mijn dagboek af, omdat ik het onzinnig vind om zulke wrede dingen die soms gebeuren, bij te houden.’ In de context van de summiere, droge aantekeningen waarmee het dagboek gevuld is, is dit een raadselachtige zin. Welke wrede dingen bedoelt hij? Doelt hij alleen op het vallen van zijn makkers, de doden en gewonden aan eigen zijde, of doelt hij ook op de slachtoffers aan andere zijde en onder de burgerbevolking? Die vraag blijft onbeantwoord. Je zou willen, met Timm, dat hij ook dat laatste bedoelde. Niet alleen voor Uwe Timm of voor zijn broer, maar ook voor jezelf. Zijn broer is ‘slechts’ een voorbeeld.

Mijn broer bijvoorbeeld
Uwe Timm
Vertaling door: Gerrit Bussink
Verschenen bij: Podium b.v. Uitgeverij
ISBN: 9789057593215
152 pagina's
Prijs: € 15,00

Meer van :

23 oktober 2017

Zingende gedichten onovertroffen in hun beeldspraak

Over 'Nacht & navel' van Yannick Dangre
20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper

Recent

17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster

Verwant