22 maart 2004

De Psalmen in bewerking van Lloyd Haft

In 1995 stelde literair tijdschrift Parmentier een speciaal Psalmennummer samen, waarvoor een aantal dichters werd gevraagd een nieuw gedicht te schrijven op basis van een Psalm naar eigen keuze. Lloyd Haft was één van de bijdragers. Hij schreef een persoonlijke versie van Psalm 23 en raakte zo enthousiast dat hij ook na het verschijnen van het tijdschrift doorging met het bewerken van de Psalmen.

Als een soort tussentijds verslag bracht Querido in 1998 Hafts collectie Ken u in mijn klacht uit, maar het duurde nog enkele jaren voor hij álle 150 Psalmen naar tevredenheid tot moderne, volstrekt eigen gedichten had omgewerkt: in 2003 verscheen de kloeke bundel De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft.

Het resultaat van Hafts monsteronderneming bezit drie kenmerken waardoor het me, onkerkelijk als ik zelf zijn mag, aantrekt, aangrijpt en met bewondering vervult. Allereerst ben ik onder de indruk van Hafts vrijzinnigheid en moed. Niet alleen de moed om in een tijd waarin religieuze poëzie al snel literair verdacht is te proberen op een geheel oprechte manier uitdrukking te vinden voor een persoonlijk beleefd verlangen naar God, maar vooral ook om daartoe de Psalmen volkomen op de eigen beleving afgestemd te herschrijven. Haft volgt weliswaar de basis van de Psalmen, maar laat alles weg wat hem in de oorspronkelijk tekst niet past, voegt woorden en frasen toe waar ze naar zijn eigen gevoel ontbraken, net zo lang tot elk van de gedichten een interpretatie en uitdrukking biedt die precies strookt met Hafts eigen verhouding tot ‘de ziende’.

Dit laatste raakt aan het tweede kenmerk: Hafts scherpzinnige, kritische benadering, waardoor de gedichten -althans voor mij persoonlijk, als hedendaagse lezer- dichterbij lijken te kunnen komen. In een kort nawoord schrijft Haft iets dat daar verband mee houdt: ‘(…) wat niet sticht en eerder afbreuk doet aan de religieuze ervaring kan ieder het beste voor zichzelf bepalen. Voor mij behoort daartoe iedere verheerlijking uit de Naam Gods van de kudde-instincten die wij aan een vroeger stadium van de evolutie hebben overgehouden. Ook heb ik grote moeite met het (menen te kunnen) doen van uitspraken over eigen of andermans “rechtvaardigheid”. In dit boek zijn dergelijke passages dan ook weggelaten of sterk aangepast.’ Blijft over: een mens alleen, vaak angstig, vaak vertwijfeld. Soms overtuigd, soms vol vertrouwen, maar vaker zoekend naar bevestiging, roepend om vervulling. Vechtend om te zien, zich te verzoenen. Vervuld van een verlangen vervuld te raken.

Een derde, belangrijk kenmerk van Hafts gedichten is dat ze grotendeels zijn opgebouwd uit zeer krachtige en originele regels. Niet iedere passage spreekt me stilistisch evenveel aan, niet ieder woord is naar mijn eigen smaak onvervangbaar het enige juiste, maar de bundel puilt haast uit van pareltjes als ‘Weet van het durend uur van mijn ontberen: / mijn falen is om u’ (uit ‘Naar Psalm 90’), ‘als toppen van bergen / zie ik al enkele sprieten / komen en wuiven, / wassen tegen uw starende, staande zon’ (uit ‘Naar Psalm 72’) of ‘En dat het zicht zich daarna sloot / verhaal ik niet: het is bekend. / Het is uw mens bekend’ (uit ‘Naar Psalm 89’).

De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft
Querido, Amsterdam 2003.
ISBN 90 214 6701 1 / NUR 306; 174 pagina’s.

Thomas Möhlmann 

P.s. ik heb geaarzeld voor ik besloot Hafts boek nu al te bespreken: ik heb het nog maar één keer geheel gelezen en het verdient een beter onderbouwde aanbeveling dan het hierboven gebodene. Meer dan een enigszins oppervlakkige weergave van de punten waarop het boek me in eerste instantie aanspreekt, geef ik u niet. Maar het duurt waarschijnlijk een week of vier à vijf voordat ik u op deze plaats weer een boek kan aanbevelen, en voor die tijd moet u De Psalmen eenvoudigweg allang in huis hebben!

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Net niet spannend genoeg
Door Fatima Bajja

Het lijkt alsof Sylvia Houweling alles heeft wat haar hartje begeert. Ze is getrouwd met Eddie Kronenburg, heeft twee kinderen en woont in een prachtig huis in Amsterdam-Zuid. Toch is het allemaal niet zo mooi als het lijkt. Eddie werkt namelijk in de onderwereld, hij is verantwoordelijk voor het transport van drugs.

Lees meer