15 maart 2004

De Kartuize van Parma

Stendhal, ((Henri Beyle) 1783-1842 dicteerde het grootste deel van de lijvige roman De Kartuize van Parma in twee maanden tijd. De dag nadat steeds het laatste dictaat had plaatsgevonden, liet hij zich de vorige paar bladzijden voorlezen en begon dan weer opnieuw. Vertaler Theo Kars beschrijft dit procédé in zijn verantwoording over de vertaling. Het is bewonderenswaardig, meldt Kars dat dit proces nog maar tot zo weinig fouten leidt.

Met name de herlezing van de laatste bladzijden en het vandaaruit voortborduren op wat in de eigen herinnering het belangrijkste was, heeft geleid tot een vreemde, maar ook energieke ‘pulse’ in de roman. En wat maakt nu precies dat dit voorverklaarde monument van de Franse literatuur zo’n monument is? Waarom geeft een uitgeverij van grote naam – en het zelfs een tot imprint geformaliseerd statuut van ‘Klassiekers’ – dit boek uit? Aan het einde van de roman lijkt of Stendhal voor belangrijker zaken werd weggeroepen, maar toch in de twee minuten die hem nog restten ineens dat waarnaar de gehele roman toeleeft bij zijn secretaris in het hoofd roffelt, waarna het gedaan moet wezen. Kan een boek dat zo slordig aan een eind komt wel een Franse Klassieker zijn?

Fabrizio del Dongo, het belangrijkste antwoord op de vraag waarom De Kartuize van Parma zo’n blijvend interessant boek is, besluit aan zijn weinig opwindende bestaan van jongeling onder de voortdurende aandacht van zijn malicieuze vader en oudere broer te ontvuchten door in het roerige Europa van Napoleon in al zijn onnozelheid de zelfgekroonde keizer op het slagveld te gaan opzoeken. In scènes die sterk aan een aantal slagveldscènes van Tolstois Oorlog en vrede doen denken (las Stendhal Tolstoi?) toont Stendhal alle beloften die de persoon van Fabrizio voor de rest van de roman inhoudt, hij is: compromisloos, begeesterd, van een sterk rechtvaardigheidsgevoel doordrongen en niet bang. Het moeten deze scènes zijn die ‘de Kartuize’ al bij verschijning tot een cultboek hebben gemaakt voor veel schoollijstlezers; het belooft een avonturenroman te worden met een tragische liefde als bekroning.
Op de consumptie van die liefde moet de lezer echter nog even wachten, en laat nou net die consumptie voor een groot deel in – door te langdurige uitstel – verflauwde mate in dat deel van het boek terecht zijn gekomen dat de secretaris op 26 december 1838 nog snel in de laatste pagina moest zien te krijgen. Toch betekent dat niet dat dit geen boeiende liefdesgeschiedenis is. De Kartuize houdt het midden tussen Liaisons Dangereuses van Choderlos De Laclos, de avonturen van Casanova en Le Rouge et le Noire. Zo’n lijst is nogal imposant en verklaart een aantal van de aspecten die het werk de moeite waard maken. Maar die lijst moet vooral ook nader verklaard worden.

Met Stendhal’s Le Rouge et le Noir heeft het boek een van de beste redenen om het te lezen gemeen: een wonderlijk scherpzinnige kijk op de religieuze en sociale mores van de tijd. De tot aartsbisschop voorbestemde Fabrizio doodt in noodweer een toneelspeler en wordt tot afschuw van die van hem houden veroordeeld tot een lange gevangenisstraf. Na zijn bevrijding steelt hij de harten van de gelovigen in Parma door het zwijgen dat hij niet uit religieuze overwegingen doet, maar om zijn liefde. Ook weer om deze liefde verbluft hij de religieuze Parmezanen met een enorme virtuoos preektalent; alle in het boek beschreven religie is een handig gebruik van de geldende normen ten eigen (amoureuze, maar in elk geval wereldse) baten. Deze vaak hilarische benadering van de religie als omgangsvorm speelt in Stendhals andere bekende werk een rol van omvang, en moet daarmee als een handelsmerk van de rationalistische Stendhal hebben gegolden. Niet iets waarmee hij in hogere kringen de handen op elkaar kreeg, maar een keurmerk van helder denken voor de moderne lezer. Met name de beperking die de religieuze hegemonie de weldenkende mens oplegt, dwingt tot een creatief omgaan met deze beperking die op zichzelf de waanzin van dit religieus systeem blootlegt. De gedwongen oplossing toont het probleem pas echt. Stendhal lezen is een les in securalisatie voor gevorderden.

Het befaamde boek van De Laclos dat als volgende herinnering de lezer te binnen schiet, deelt met De Kartuize van Parma twee zaken: de vreemdste manieren om te communiceren en een eindeloos gekonkel om te bereiken wat je wilt. Fabrizio wordt door een kleinzielige koning van Parma in de gevangenis opgesloten vanwege de beschreven moord. Hier leert hij pas echt wat de liefde is: Clelia Conti, de dochter van de gevangenisbaas heeft haar volière dicht bij zijn uitgezaagde raampje, hoewel alles haar verbiedt te vallen voor Fabrizio, bloeit een liefde op die gecommuniceerd wordt door blikken, aan het klavier gezongen liederen, met bordjes met letters gespelde zinnen, met stenen naar binnen gegooide briefjes, en door tussenpersonen. Op hetzelfde moment beweegt de tante van Fabrizio middels lichtsignalen uit de bergen haar begeerde neef te ontsnappen.
Al dit gesein wordt soms ongeveer zo grappig als de klassieke met ganzenveer op perkament geschreven De Laclos-brief, met een zwetend lijf als ondergrond: ‘Ik ben nu de liefde aan het bedrijven…’ Een omgeving waarin een gesprek alleen interessant wordt als het maximaal bemoeilijkt is.
Misschien toont dit waarom Arnon Grunberg in zijn nawoord het boek een van de interessantste boeken over verveling noemt. In elk geval geeft het weer dat contact zonder problemen voor de lezer niet interessant is. De eindeloze politieke en salonintriges, het intrigeren tot kunst verheffen, het door opgelegd nepotisme de eenvoudigste zaken alleen door een reeks van handelingen en te bespelen personen kunnen bewerkstelligen is een andere in het oog springende overeenkomst tussen de boeken.
En ten slotte moet Casanova genoemd worden, de Chevalier de Seingalt die een deel of dertien lang – door Kars vertaald – op liefdespad door de steden en dorpen van Europa trekt, met geen grootse geest begiftigd, maar met een onvermoeibare zin voor avontuur. De vele ambtelijke problemen die elk stadsstaatje de bezoeker brengt, het regelmatig incognito verschijnen om je geliefde te kunnen zien, de paspoorten, het net op tijd bereiken van een ander land: dit alles vormt het ‘avonturenboek’ De Kartuize van Parma.
Betekent deze reminiscentie nu dat dit boek zelf een klassieker is? De geliefde van Fabrizio, hijzelf, zijn tante, haar man en zijn baas, de koning van Parma zijn onvergetelijke types in een roman die met name door deze personages klassiek zal zijn. Klassiek wordt misschien het nawoord van Grunberg, dat veel minder dan over het boek of over Stendhal, eigenlijk over Grunberg zelf lijkt te gaan.

Levi Entfield
levi@literairnederland.nl

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Net niet spannend genoeg
Door Fatima Bajja

Het lijkt alsof Sylvia Houweling alles heeft wat haar hartje begeert. Ze is getrouwd met Eddie Kronenburg, heeft twee kinderen en woont in een prachtig huis in Amsterdam-Zuid. Toch is het allemaal niet zo mooi als het lijkt. Eddie werkt namelijk in de onderwereld, hij is verantwoordelijk voor het transport van drugs.

Lees meer