27 oktober 2003

De Grote Dierentuin

Onlangs verscheen Hebben en houden, een keuze uit het werk van de Cubaanse dichter Nicolás Guillén (1902-1989). In een mooi en uitgebreid nawoord legt vertaler Stefaan van den Bremt uit waarom de tijd rijp was om op de bloemlezing Cubaanse gedichten uit 1978 een nieuwe selectie te laten volgen.

Eén van de redenen die Van den Bremt aanvoert, is dat ‘het selectie-criterium, dat vroeger wat te zeer bepaald werd door de maatschappelijke actualiteit, nu meer van intrinsiek lyrische of (in de langere, meer vertellende gedichten) episch-lyrische aard’ is. Het heeft mogelijk met deze verandering te maken dat El Gran Zoo niet in de verzameling is opgenomen. En dat is jammer. Want juist dit boekje, in 1969 in Nederland uitgebracht onder de titel De Grote Dierentuin, laat zien dat sommige geëngageerde poëzie ook na het verdwijnen van de omstandigheden waarop het oorspronkelijk geënt was, nog bijzonder interessant en actueel kan zijn.

Toegegeven: de huidige Cubaanse realiteit geeft weinig aanleiding tot het triomfantelijke sarcasme waarmee Guillén de gevangen monsters in zijn dierentuin, veelal bedwongen vijanden van het revolutionaire Cuba, beschrijft en beschimpt. ‘De monsters zijn bedwongen, opgesloten, bezienswaardigheid geworden, bijna of al helemaal uitgestorven,’ en ‘de dichter hoeft zijn vijanden niet meer te bestrijden, niet meer op zijn eigen eiland,’ schrijft Cees Nooteboom, die de bundel vertaalde, in het nawoord. Waarschijnlijk kon dat destijds voor enthousiast geformuleerde waarheid doorgaan, tegenwoordig zijn zulke zinnen beter aan de ironicus dan aan de optimist besteed.

Maar beperkt de waarde van De Grote Dierentuin zich daardoor in het heden tot die van een tijdsdocument, een illustratie bij de politieke geschiedenis van een eiland en een ideologie? Nee. Want veel van de gedichten in de bundel wortelen weliswaar in de achterhaalde Cubaanse realiteit, maar reiken uiteindelijk veel verder. Inhoudelijk onder meer omdat monsters als ‘De dorst’, ‘De honger’ en ‘De Adelaars’ uit hun veronderstelde kooien groeiden en nog altijd springlevend zijn; formeel omdat de meeste gedichten gekenmerkt worden door een toon en vorm die nog altijd modern en verfrissend genoemd mogen worden. Veel van Guilléns vorm- en taalvondsten zou men ook kunnen aantreffen in een goede bundel uit 2003.

Het is prettig dat er dankzij Van den Bremt en uitgeverij in de Knipscheer een nieuwe en ruime selectie van Guilléns gedichten in de winkels ligt, maar het is jammer De Grote Dierentuin voorlopig voorbehouden blijft aan wie het boekje toevallig al in de kast heeft staan. Om het leed enigszins te verzachten hieronder twee dierentuinbewoners: ‘De woekeraars’ en ‘Gorilla’.

De woekeraars 

Vogelvormige monsters,
de woekeraars
in hun grote zwarte kooien.

Zoals daar zijn:
de Witte Lok (Koninklijk Groot-Woekeraar)
de Woekergier van de grote vlakten
en de Vulgaire Sidderrog die zijn kinderen
opvreet
en de Woekeraar-met-askleurige-staart
in de vorm van een dolk
die zijn ouders verslindt
en de Zaagbek-Vampier
die bloed zuigt en over de zeeën vliegt.

Tijdens het gedwongen nietsdoen
tellen en hertellen de woekeraars
hun veren
en lenen ze aan elkaar, met rente.

Gorilla

De gorilla is een bijna
menselijk dier.
Hij heeft geen poten
maar bijna benen.
Hij heeft geen klauwen
maar bijna handen.
Ik heb het nu
over de gorilla
uit het afrikaanse oerwoud.

Het dier dat u hier nu ziet
is bijna een echte gorilla.
Hij heeft poten in plaats van benen,
klauwen in plaats van handen.
Dit is
de amerikaanse gorilla.

Onze inkoper heeft hem in een kazerne
aangekocht
voor de Grote Dierentuin.

Nicolás Guillén, De Grote Dierentuin.
(Oorspronkelijke titel: El Gran Zoo.)
Vertaling en aantekeningen Cees Nooteboom.
De Bezige Bij, Amsterdam 1969.

Pas verschenen, beter leverbaar en ook zeer de moeite waard:
Nicolás Guillén, Hebben en houden.
(Oorspronkelijke titel: Antología di poesía de Nicolás Guillén.)
Vertaling en nawoord Stefaan van den Bremt
In de Knipscheer, Haarlem 2003.

Wellicht een bezoek aan Dilbeek (België) waard:
Stefaan van den Bremt is op woensdag 5 november te gast bij een poëtische avond rond het werk van Guillén, georganiseerd door het Masereelfonds Dilbeek i.s.m. het Rodenbachfonds en Tatwala. In Den Tat, Kalenbergstraat 9 te Dilbeek. Aanvang 20.30 uur; toegang 5 (of 7) euro.

Thomas Möhlmann

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Een student brengt zijn vakantie door op het eiland Lipari, gelegen in de Middellandse zee, boven Sicilië. Hij verblijft in een hotel maar brengt zijn dagen door aan de rand van een zwembad van een ander hotel. Voor de vorm heeft hij zijn studieboeken mee en een vergrootglas, hij mag graag lezen met dat glas. Bij dat zwembad zijn elke dag Gerard (ca. 50 jaar) en Chaphine (ca. 30 jaar) te vinden. Niemand anders dan zij drieën, elke dag opnieuw.

Een student brengt zijn vakantie door op het eiland Lipari, gelegen in de Middellandse zee, boven Sicilië. Hij verblijft in een hotel maar brengt zijn dagen door aan de rand van een zwembad van een ander hotel. Voor de vorm heeft hij zijn studieboeken mee en een vergrootglas, hij mag graag lezen met dat glas. Bij dat zwembad zijn elke dag Gerard (ca. 50 jaar) en Chaphine (ca. 30 jaar) te vinden. Niemand anders dan zij drieën, elke dag opnieuw.

Lees meer