Bittere oogst: Poolse poëzie van de twintigste eeuw

Twee Nobelprijzen voor literatuur, Czeslaw Milosz in 1980 en Wislawa Szymborska in 1996, en de grote bekendheid van dichters als Zbignieuw Herbert en Tadeusz Rozewicz hebben de Poolse poëzie duidelijk op de wereldkaart gezet. Gedurende de gehele twintigste eeuw heeft de Poolse poëzie dichters vootgebracht die zich verrassend goed laten lezen. Ze wordt gekenmerkt door een intense gedrevenheid en diep engagement – voortgekomen uit het verzet tegen de onderdrukking van alles wat Pools was.

In Bittere oogst zijn zes dichters uit de eerste en dertien dichters uit de tweede helft van de twintigste eeuw opgenomen. Het geheel wordt besloten met een korte presentatie van die generatie die na de val van het communisme in 1989 aan het woord kwam. Samen bestrijken ze ruim tachtig jaar: vanaf 1918, toen het land na de Eerste Wereldoorlog zijn onafhankelijkheid heroverde, via de Tweede Wereldoorlog en het communisme tot de val van het communisme en het jaar 2000. Met – voor het eerst sinds enige jaren – nieuwe gedichten van Wislawa Szymborska.

Verwondering

Waarom al te zeer in één persoon?
Deze, geen ander? Waarom zo hier ten toon?
Op een dinsdag nog wel? In een huis, geen cocon?
Met een gezicht, geen blad? In een huid, geen schaal?
En waarom persoonlijk slechts eenmaal?
Juist op de Aarde? Bij een kleine zon?
Na zoveel era's van afwezigheid?
Omvattend alle tijden, alle wieren?
Horizonnen, neteldieren?
Uitgerekend nu? Tot bloedens toe bereid?
Allen met mezelf? Om welke reden
niet hiernaast of honderd mijl verder,
niet gisteren of honderd jaar geleden,
zit ik hier te staren in het donker
– zoals met plots geheven snoet
het grommende dat hond heet doet?

Wislawa Szymborska

Bittere oogst: Poolse poëzie van de twintigste eeuw
samengesteld en vertaald door Gerard Rasch
De Bezige Bij, 2000
262 pagina's

Recent

12 januari 2018

Voelen met verstand

10 januari 2018

Te mooi om waar te zijn

Literair Nederland - 10 jaar geleden

21 januari 2008

Vertraagd licht en andere verhalen, PBnf

Het blijft altijd lastig een verhalenbundel te bespreken hoewel door deze verhalenbundel een rode draad loopt.

Op de flaptekst staat: De personages in deze verhalen treden elke dag de wereld monter tegemoet, om dan altijd weer te ontdekken dat het leven tegenstrijdige eisen stelt. De situaties waarin ze terechtkomen zijn verwarrend – tragisch voor hen, vaak hilarisch voor de lezer. In deze subliem geschreven verhalen komen heel verschillend mensen vooral zichzelf tegen, op een manier die zowel herkenbaar eigentijds als bijzonder indringend is.

Lees meer