25 augustus 2003

Rapport over blinden

Blinden? Dat zijn toch mysterieuze, innerlijk goede mensen die veel ware gedachtes hebben en in ieder geval niet afgeleid worden door de visuele buitenwereld?  Niet in 'Rapport over blinden', een boek-in-een-boek van Ernesto Sábato. Het Rapport is een neergepend verslag van 148 bladzijdes en beschrijft de helletocht van Fernando in de wereld der blinden, ‘mensen die de maatschappij Visueel Gehandicapten noemt: deels uit ordinaire sentimentaliteit; maar tevens, bijna zeker, uit dezelfde vrees die vele religieuze sekten ertoe brengt, nooit de Godheid rechtstreeks te noemen.’

Wantrouwend gelovig van jongs af aan, ziet Fernando er op een dag één lopen. Hij besluit hem te volgen maar raakt hem helaas kwijt op weg naar de metro, uiteraard, want blinden leven ondergronds, net als koudbloedige dieren. Fernando heeft een ingang nodig. Zijn onderzoek tot dusver vertelde hem dat het een blinde moet zijn die vlak na zijn geboorte nog wél het licht in zijn ogen geschenen kreeg. Dat zijn namelijk de ideale boodschappers, die leven nog wel in twee werelden, alhoewel ze zich al steeds meer op dat hellend vlak van overtuigingen bevinden, recht in de armen van de zieners. Een oude vriend van hem uit de sloppenwijkkroegen van Buenos Aires is lasser en krijgt een ongeluk. Blind. Langzaam, maar zeker.

Dankzij deze proefpersoon kan Fernando pas waarlijk afdalen in de voor de mensen zo onbekende onderwereld, waar hij altijd op zijn hoede moet zijn, zonder het geringste afwijkende geluid te maken. Wat volgt is een onnavolgbare en niet na te vertellen ? wel na te lezen ? dooltocht door tientallen deuren, buitenwijken, moerassen en verschroeide landschappen. Fernando slaapt niet, maar loopt, gaat, beweegt zich in een steeds verder wegtrekkend visioen om tenslotte ? na over de halve planeet gezworven te hebben ? oog in oog te staan met een zwarte vrouw met paarse ogen.         

Aan het einde van zijn unieke rapport schrijft hij: ‘Sluwheid, het verlangen om te leven, wanhoop hebben me ertoe gebracht honderden ontsnappingen te bedenken, honderden manieren om mijn noodlot te ontlopen. Maar wie ontkomt er aan zijn eigen noodlot?’

'Rapport over blinden' in Over helden en graven, Ernesto Sábato, Meulenhoff 1978, vertaald door Ton Ceelen en Maarten Steenmeijer

 

Mike Naafs

Recent

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer