Spiegel van de surrealistische poëzie in het Nederlands

Soms kom je een boek tegen waarvan je niet had verwacht dat het zou bestaan. Zo vond ik bij de laatste Boeken aan de Amstel een Spiegel van de surrealistische poëzie in het Nederlands. Op school was me toch altijd verteld dat het nooit echt wat geworden is met het surrealisme in de vaderlandse poëzie?

Wat leerde onze leraar Nederlands ons? De stroming die begin jaren twintig dankzij André Breton in Frankrijk voortvloeide uit het dadaïsme, kreeg in de lage landen niet veel voet aan de grond. Dit had mede te maken met de afwijzende houding die letterheren als Engelman en vooral Du Perron aannamen. Eigenlijk was in de jaren dertig alleen Theo van Doesburg zeer positief over het surrealisme. In de oorlogsjaren 1941-’44 ontstond wel een enthousiast groepje rond het tijdschrift De Schone Zakdoek, dat in een oplage van één exemplaar verscheen. De redactie, bestaande uit Gertrude Pape, Theo van Baaren en Jan Wit, werd geholpen door later succesvolle jongelingen als Cees Buddingh', Chris J. van Geel, Louis Th. Lehmann en Leo Vroman. Het zou echter overdreven zijn om van een werkelijk invloedrijk tijdschrift te spreken. Na de oorlog nam de aandacht voor het surrealisme wel toe, vooral door de opkomst en het succes van de Vijftigers, maar van een surrealistische beweging was geen sprake: eerder ging het om een toegenomen waardering voor bepaalde elementen uit het gedachtegoed van een stroming die al weer een tijdje over z’n hoogtepunt heen was. 

Tot zover onze leraar Nederlands. Hoe is samensteller Laurens Vancrevel er dan toch in geslaagd om een bloemlezing van bijna 250 pagina’s surrealistische poëzie te maken? In een inleidende tekst meent Vancrevel: ‘Op het ingepolderde gebied van de Nederlandse poëzie met zijn vele retorici en zijn spaarzame kosmopolieten, heeft het surrealisme toch een aantal sporen getrokken, al zijn die in de officiële literatuurgeschiedenis nauwelijks opgemerkt’. En op deze sporen heeft hij zich gericht, zodat in zijn bundeling meer dan dertig dichters terecht zijn gekomen ‘van wie bekend was (of van wie op grond van bepaalde mededelingen mocht worden aangenomen), dat zij zich openlijk tot het surrealisme aangetrokken voelden, of dat een wezenlijk deel van hun werk naar hun eigen mening door het surrealisme werd geïnspireerd’. 

Het is een mooi bont gezelschap, deze ‘dichters die zich voor kortere of langere tijd hebben laten inspireren door surrealistische ideeën en die daar een eigen vorm aan hebben weten te geven’. Er zitten grote namen tussen, zoals Buddingh’, Claus, Elburg, Kouwenaar en Van Ostaijen, naast dichters waar ik althans nog nooit van had gehoord, waaronder Jozef Bierkens, Oda Blinder en Axel van Caspel. In omvang lopen de bijdragen sterk uiteen: de ene dichter krijgt drie pagina’s, terwijl de ander er meer dan twintig vult. Aan het einde van de bundel zijn acht pagina’s ingeruimd voor de ‘cadavres exquis’: gedichten die zijn geschreven door meerdere dichters, die om beurten regels toevoegen, zonder elkaars bijdrage vooraf te lezen. Deze cadavres vormen een aardige toevoeging, als resultaten van een typisch surrealistisch procédé, al is het in het algemeen waarschijnlijk leuker om ze te maken, dan om ze te lezen.

Zowel de charme als het bezwaar van de cadavres exquis is in enige mate representatief voor de gehele bundel. Met een interessant uitgangspunt en een grote hoeveelheid gedichten die eerder slechts in bibliofiele uitgaven of tijdschriften te vinden waren, is de Spiegel vooral een bijzónder boek, een boek ‘waarvan het goed is dat het er is’, een boek met een grote documentaire waarde. Het is echter geen boek vol prachtwerk, geen boek met verbazingwekkend sterke poëzie, dat je telkens weer uit de kast haalt om er schatten uit op te duiken.

Spiegel van de surrealistische poëzie in het Nederlands
Samengesteld door Laurens Vancrevel
Meulenhoff, 1989
ISBN 90 290 3583 8.

Thomas Möhlmann

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 december 2007

Verhalenwedstrijd levert fraai uitgeven bundel op
Recensie door Karel Wasch

Uitgeverij De Vleermuis uit Roermond organiseert jaarlijks een tweetal wedstrijden (poëzie en verhalen). De wedstrijd voor verhalen leverde dit jaar het fraai uitgegeven boek Zenit op. Daarin 44 verhaaltjes (aantal woorden was beperkt) van uiteenlopende snit en kwaliteit. Aan de wedstrijd deden in totaal 187 mensen met een verhaalinzending mee.

Lees meer