14 juli 2003

Hongaarse Sprookjes

Tegen de tijd dat u dit leest, zit ik aan de oever van de Danube, staar ik vanaf de rug van een paard over de Poesta of baden mijn pootjes in het Balatonmeer. Of ik zit op een zonbeschenen terrasje en lees het boekje waar ik u nu over schrijf. Dit zijn niet de dagen van al te zware kost, wat mij betreft, liever iets lichts en compacts voor in de rugzak.

Het maakt de Rijswijkse uitgever Elmar waarschijnlijk weinig uit naar welk land je op vakantie gaat: voor vrijwel iedere bestemming heeft hij een sprookjesboek gemaakt. Zo ook voor Hongarije. De Oostenrijkse sprookjesprofessor Leander Petzoldt bracht 26 vertellingen bijeen en schreef er een nawoord bij, waarin hij ons inlicht over de motieven, kenmerken en achtergronden van Hongaarse sprookjes (mese).

Aardig is dat Petzoldt de ruimte neemt om aan de hand van de opgenomen sprookjes te illustreren dat het in de Hongaarse sprookjeswereld wemelt van de internationaal bekende motieven, zowel van West-Europese, als van oosterse en Slavische origine. Tobias uit het Oude Testament, de Cycloop uit de Odyssee, de gelaarsde kat van de gebroeders Grimm, Belle van het Beest en ook schimmen van Duizend en één Nacht: voor wie het zien wil, zit het er allemaal in. ‘Het Hongaarse sprookje,’ aldus Petzoldt, ‘is in zekere zin een product van de culturele uitwisseling tussen oost en west, waarin in de loop van vele eeuwen allerlei stromingen tot een synthese zijn gekomen’.

Mijn bus naar Budapest vertrekt morgenochtend. Ik had mij voorgenomen pas te beginnen de sprookjes te lezen als ik onderweg of aangekomen zou zijn, maar mijn blik gleed over de inhoudsopgave en ik sloeg ‘Een onzinsprookje’ op. Het is de afsluiter van de bundel, en naar ik hoop vertegenwoordigt het de rest, want het bevat fragmenten als:

‘Ik keek om me heen en zag een overstroming naderen. In de ene mouw van mijn bontjas vond ik een hazelnootboom, in de andere mouw vond ik een houten zakmes en daarmee heb ik de boom doormidden gesneden, zodat ik er goed mee kon varen totdat ik niet verder kon.’

De andere 25 bewaar ik voor in de bus. Ik wens u, thuisblijver of vakantieganger, een mooie julimaand toe; begin augustus ben ik weer bij u terug. En of u nu wel of niet naar het buitenland gaat: bij De Slegte liggen de sprookjesboeken van Elmar bij stapels, voor nog geen 3 euro.

Hongaarse sprookjes
Samenstelling en nawoord Leander Petzoldt; Nederlandse vertaling Uta Anderson.
Uitgeverij Elmar, Rijswijk, 1996. ISBN 90389 03839.
Nu 2,99 euro bij De Slegte.

Thomas Möhlmann

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer