12 mei 2003

Twee broers en een broodjeszaak

Deze week verschijnt een luxe editie van Twee broers en een broodjeszaak, de bundeling columns van de Amsterdamse schrijver en dichter Martin Bril over broodjeszaak ’t Balkje, ‘hoek Leidsestraat en Kerkstraat’. Ter gelegenheid hiervan interviewde Literair Nederland Mike Naafs, zes jaar lang, minstens twee keer in de week, werkzaam in het etablissement van Bob en Len.
Zie jij het ook zoals Bril het ziet?
-Tsja.
Ik bedoel: de sfeer, de mensen, het karakters van de hoofdpersonen?
– Allereerst: ik werkte daar. Ik was degene die de mensen moest voeden, ik moest samenwerken met Len of Bob, zorgen dat alles kon gebeuren; dat is een andere positie dan op een fiets hangen en een conversatie proberen te houden. Bril was een van de klanten ? niet eens zo’n hele beste ? die je moest koesteren. Len had er daar veel van. Om heel veel verschillende redenen.
Jij deelt Brils blik niet?
– Ach, hij schetst natuurlijk ook maar een deel van de werkelijkheid. Je kan geen column schrijven over de krankzinnige hectiek van acht uur achter elkaar vluchtige contacten met mensen, waarin je vaak net genoeg tijd hebt om ze aan te kijken, terwijl de ene hand op de sinaasappelpers ligt te draaien en de andere wanhopig op zoek is naar een glas.
Hoe vaak was Bril er?
– Weinig. Ik kan me herinneren dat hij een keer een broodje heeft gegeten ? een stokbroodje salami als ik mij niet vergis ? maar hij consumeerde hoofdzakelijk conversatie. Vaak ’s ochtends, als Bob of Len naar buiten liep om de totaal vergane plantenbakken aan weerszijden van de ingang naar de bovenverdieping neer te zetten. Na een minuutje of vijf fietste hij dan weer door. Zijn koffie dronk hij bij de Coffee Compagnie.
Werkte jij altijd met Len of Bob?
– In het begin zeker. Toen stond ik nog aan de koffiekant. Later kwam ik aan de vitrinekant en toen werkte ik vaak in plaats van Len of Bob; zij kwamen alleen nog voor de drukke lunch. Ik werkte ook veel samen met Ruud, die altijd aan de koffiekant heeft gestaan en zeker vijftien jaar voor ’t Balkje heeft gewerkt. Ruud hield niet van honkbal. Toch zag je Len of Bob altijd, ook als ze niet aan het werk waren. De sportschool was vlakbij en beide heren hadden nauwelijks een pot in huis, die lagen allemaal in het Balkje.
Hoe zag een werkdag eruit?
– Vitrine inruimen, brood bakken, koffie drinken, frituur aanzetten, groente snijden en alvast de eerste toeristen van je afhouden. Lukt dit niet omdat de klok al negen uur aangeeft dan was dat het begin van de dag. Acht uur achter elkaar niet zitten, met drie of vijf verschillende opdrachten in je hoofd rondrennen, mensen geruststellen en glimlachen. Len was in dit alles een meester. Op die zaterdagen was hij de meest intelligente man van Amsterdam, hij wist precies hoe hij op elk van de personen moest reageren om hen gerust te stellen. Terwijl hij tegelijkertijd een oplossing moest vinden voor de haperende vaatmachine of de dertien rugby-ers die wilden zitten, gooide hij er de meest gevatte of grappige opmerkingen uit.
Wat heeft Bril goed gezien?
– Dat een broodjeszaak met een lange traditie een dankbaar onderwerp is. Hij heeft een paar dingen uit de potpourri getrokken en die vervolgens uitvergroot. Dit levert een prachtig samenhangend verhaal op, vol met details, dat echter evenveel vertelt over de mens Bril als over de mensen in het Balkje.
Wat heeft Bril niet goed gezien?
– Er waren drie broers.
Twee broers en een broodjeszaak, Martin Bril, uitgeverij 521, 2003, ISBN: 9076927499
Literair Nederland heeft de hand weten te leggen op een exclusief Balkje-mes. Hier zijn duizenden broodjes mee gesneden en is ? zowel door Bob als door Len ? vele malen gehanteerd. Dit mes zal worden geveild volgens de Amerikaanse methode: Iedereen die mee wil veilen gireert 1 euro naar Literair Nederland: 342084305, Rotterdam onder vermelding van Balkje-mes . Op het moment dat er 1 week geen euro meer binnen is gekomen, gaat het mes naar de laaste storter. De heer Bril wordt hierbij ook uitdrukkelijk uitgenodigd om mee te bieden.
mn, mike@literairnederland.nl

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer