Mendels erfenis

Mendel Adenauer is een vreemdeling in een vreemde wereld. Hij komt uit een familie van geassimileerde Joden die in het Nederlandse stadje E. burgers van aanzien waren. Tot ze naar het oosten worden gedeporteerd. Zijn grootouders en zijn moeder overleven de Holocaust en keren naar E. terug, maar hun vertrouwen in de Europese civilisatie is gaan wankelen.Nooit zullen ze vergeten dat ze anders zijn dan de anderen.
Mendel (in 1957 geboren) groeit met alle verhalen van zijn familie op. Te midden van zijn grootouders en zijn eigenzinnige moeder probeert hij afstand te houden tot het jodendom ? de wereld waaruit hij komt ? , en het christendom ?, de wereld die hem omringt. Hij wantrouwt elke overtuiging, hij heeft een volstrekt eigen theologie.
Dan, tijdens het jaar van zijn eindexamen, komt het moment dat hij op eigen benen moet staan: zijn grootouderssterven kort na elkaar, zijn moeder emigreert naar Israël en rijdt daar met een Jeep op een mijn. Als dan ook nog zijn oude vriend Wessel naar Engeland vertrekt, begint Mendel langzaam het contact met de wereld te verliezen. Hij trekt er ’s nachts opuit om over de velden rond de stad te zwerven, en vaker en vaker wordt hij in zijn dromen bezocht door figuren uit de onderwereld. In zijn zelfverkozen isolement ontwikkelt Mendel zich tot een slaapwandelaar. Hij heeft alleen nog Anna, een schoolliefde; zij is de dochter van een adellijke grootgrondbezitter, die in de oorlog ‘verkeerd’ was. Bij haar zoekt hij toevlucht, terwijl de stemmen en verhalen in hem steeds luider worden.

‘“Luister,” zegt hij. “Luister.”
Hij gaat op de rand van zijn bed zitten en kijkt door haar heen, achter haar, naar de plaats waar de mensen altijd kijken als ze naar hem kijken. Er is nu diepte achter haar. Haar gezicht is heel dichtbij. Hij strekt zijn hand uit. Hij ziet zijn hand naar haar kaak reizen.
“Luister,” zegt hij.
“Ik luister, Mendel.”
De perfecte buiging van haar kaak.
“Ik was stil.”
Ogen. Diep genoeg om in te vallen. En glanzend als… meren in de nacht onder volle maan…
Hij hoort een stem als duizend stemmen.
Stil was ik, zegt de stem, een onafzienbare tijd, ik zweeg, ik hield mij in; nu wil ik hijgen als een barende, uit- en inademen, bijna tegelijk. Amen. Omein.
Haar hoofd houdt hij in zijn handen. Zijn handen zijn een kom waarin hij haar hoofd laat rusten.
“Niets in deze wereld,” zegt hij, en hij staat op en loopt naar haar toe, en gaat op zijn knieën voor haar liggen, “is zo dicht bij mij geweest als jij en jij was verder weg dan al het andere.”’

Mendels erfenis van Marcel Möring (Enschede, 1957) is een boek met beeldende scènes in overweldigende landschappen en met onverwachte botsingen tussen joodse en christelijke cultuur. De roman is in 1990 met de Geertjan Lubberhuizen Prijs bekroond.

stacey@literairnederland.nl

Recent

17 januari 2018

Rusland, mijn Rusland

12 januari 2018

Voelen met verstand

Literair Nederland - 10 jaar geleden

21 januari 2008

Een verhalendebuut
door Bernadet

Het blijft altijd lastig een verhalenbundel te bespreken hoewel door deze verhalenbundel een rode draad loopt. Op de flaptekst staat: De personages in deze verhalen treden elke dag de wereld monter tegemoet, om dan altijd weer te ontdekken dat het leven tegenstrijdige eisen stelt. De situaties waarin ze terechtkomen zijn verwarrend – tragisch voor hen, vaak hilarisch voor de lezer.

Lees meer