3 maart 2003

Julia en het balkon : een novelle in eenentwintig bedrijven

Ditmaal een boek dat de lezer daadwerkelijk binnen een week, wat: binnen een uur, uit kan lezen. Julia en het balkon. Een novelle in eenentwintig bedrijven. Maarten Asscher beschrijft in het nulde bedrijf, dat als proloog fungeert, hoe zijn blik ooit viel op ‘een zwart-wit opname van een meisje dat vredig op het dak van een auto leek te slapen, maar dat in werkelijkheid van het Empire State Building naar beneden was gesprongen. Het was een foto die een onvergetelijke indruk maakte.’ Het idee om op deze indruk een boek te baseren klinkt aanlokkelijk. Om voor de vorm eenentwintig ?eigenlijk tweeëntwintig, de auteur incluis- personen hun versie van het verhaal te laten beschrijven, lijkt interessant. En dat is Julia en het balkon ook, aanlokkelijk en interessant.

Eén gebeurtenis, eenentwintig stemmen. De fotograaf, de scretaresse, de journalist, de vader, de hospita, de portier, de voorbijganger, de huisgenote, de automobilst, de toeriste, de directeur, het jeugdvriendje, de hufter, de modiste, de eigenaar, de politiecommisaris, de huurder, de brandweerman, de overbuurman, de madam en de minnaar; allemaal vertellen ze in een monoloog van anderhalve bladzijde iets over Julia en wat ze gezien hebben van Julia. De tweede spreekt de eerste tegen, de vijfde heeft het gehoord via de eerste, de twaalfde had een koffer, de veertiende een afscheidsbrief en de negentiende kon het allemaal niets schelen.

Na 93 bladzijden is er een beeld van de dag van de daad, de persoon van Julia, haar sociale omgeving en de geestestoestand van de dame zelf; zonder dat deze ook maar een moment aan het woord is geweest. Kon elk fictief persbericht maar zo volledig zijn. (MN)

Reageren? mike@literairnederland.nl

Recent

5 juli 2016

Kansloos

Literair Nederland - 10 jaar geleden

31 juli 2006

OPSPRAAK,div. Red
Literair Tijdschrift OPSPRAAK. (nr.30 zomer 2006, Beeldspraak i.s.m.uitgeverij Nymfaeum)

Het landschap van de literaire tijdschriften in Nederland en Vlaanderen ademt al decennia een bezadigde en groezelige sfeer uit. Dat literaire tijdschriften de ‘kweekvijver’ zouden zijn voor aanstormend talent dat gespot zou worden door grote uitgevers is al lang niet meer zo. Redacties van gesubsidieerde tijdschriften plaatsen alleen artikelen van vriendjes en opstandige blaadjes verdwijnen vaak even snel als ze met tromgeroffel zijn gekomen.

Lees meer