7 april 2008

Henny de Ziel

Trefossa: onomstreden en unaniem bewonderd

Deze keer een herplaatsing van een bijdrage die reeds in 2005 te lezen was op deze site. Over de dichter Trefossa heeft Ida Does onlangs de schitterende ingetogen documentaire Mi a no mi, ik ben niet ik gemaakt. Onlangs was deze film in Suriname te zien als de openingsfilm van het Back Lot Film Festival.

Trefossa (1916-1975), een naam die onlosmakelijk verbonden is met met de Surinaamse taal én met het Surinaams volkslied: hij schreef het couplet in het Sranantongo en bewerkte het Nederlandse couplet. Een groot taalkunstenaar die zeer geliefd was – en is – bij álle Surinamers. Voorwaar een grote prestatie om zo onomstreden te zijn en zo unaniem bewonderd te worden in deze kleine gemeenschap die het nooit ergens over eens lijkt te kunnen zijn…

Trefossa is de naam die Henri ‘Henny’ Frans de Ziel als pseudoniem gekozen zou hebben nadat een pasgeboren Saramaccaans bosnegermeisje in zijn aanwezigheid die naam meekreeg toen men ‘blind’ een reeks letters prikte. Of is de andere lezing over de oorsprong van ’s dichters naam geloofwaardiger; een verwijzing naar de nederige Tryfosa uit de bijbel en tevens naar het joods-Surinaams woord ‘treef’ dat duidt op ‘verboden voedsel’?

Henny de Ziel werd in 1916 in Paramaribo geboren. Trefossa was in Suriname leerling-verpleger, hoofdonderwijzer, directeur-bibliothecaris, leraar en redacteur van diverse literaire tijdschriften. Tussentijds verbleef hij voor studie in Nederland, maar steeds keerde hij terug naar zijn geboorteland. Hij worstelde echter met zijn gezondheid en kwam in 1970, na een opname in het Academisch Ziekenhuis te Leiden, terecht in herstellingsoord Zonneduin te Bloemendaal. Daar ontmoette hij de toenmalige Zwitserse directrice Hulda Walser met wie hij in 1974 trouwde. Begin 1975 overleed hij.

Hoe de dichter gebruik maakte van het Sranantongo, ermee jongleerde, dat heeft ongetwijfeld veel gedaan om het lingua franca van Suriname meer aanzien te geven en daarmee het gevoel van nationale eigenwaarde te vergroten. Soms maakte hij nieuwe woorden wanneer de woordenschat hem te klein werd. ‘Srefidensi’, de term die nu gebruikt wordt om Suriname’s onafhankelijke status mee aan te duiden, is daar een goed voorbeeld van. In de verzamelbundel Ala poewema foe Trefossa geeft de Nederlandse taalkundige Jan Voorhoeve in het Woord vooraf aan dat De Ziels debuutbundel ‘het culturele leven in Suriname aangrijpend gewijzigd heeft’ en ‘de creativiteit van talloze Surinaamse dichters vrij gemaakt’.

In Michiel van Kempens Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur staat een verklarende passage over de titel van Trefossas debuutbundel. ‘Trotji is een begrip uit de kawinamuziek en betekent: aanhef of voorzang. In de kawina geldt het principe dat één zanger het thema aanheft en de andere zangers het herhalen, waardoor een wisselzang ontstaat.’ Zo bekeken is Trefossa dan een succesvol voorzanger geweest.

Marieke Visser

Publicaties Trefossa:
Trotji. 1957
Ala poewema foe Trefossa. 1977

Werk opgenomen in onder meer:
De tijdschriften Onze Gids, Het Onderwijs, Foetoe-boi, De Westindiër, Suriname-Zending en Mutyama (1990)
De verzamelbundels Wortoe d’e tan abra. Bloemlezing uit de Surinaamse poëzie vanaf 1957 (Paramaribo, 1971)
kri, kra! Proza van Suriname (Paramaribo, 1972)
Rebirth in words (Paramaribo, 1981)
Sirito (Paramaribo, 1993)
Spiegel van de Surinaamse poezie (1995)
Mama Sranan (1999)

Gedicht uit Spiegel van de Surinaamse poezie:

moro de

gi Lulu

bonyo èn brudu nomo? moro de!
a gers’ mi tap’ a baka isri trarki
èn soso arki nomo mi kan arki;
fu go, mi no man waka go wànpe.
ma moru wortu de na tra lanpe!
ke fa m’e angri f’ broko ala barki
fu go na dorosei èn si den marki,
tak’ furu teigo-san’ e wakt’ ete.
bun set’ ensrefi f’bari swit’ kumara
na den d’e bribi wan son-tamara,
d’ e wakt’ a baka fara wan nyun frudu.
na dorosei wawan mi mus’ fu feni?
grantangi f’ di mi buba opo greni
fu m’ si sa’ e brenki in’ mi eigi brudu.

er is nog meer

voor Loulou

slechts beenderen en bloed? er is nog meer!
‘t is alsof ik achter ijz’ren tralies zit
en enkel en alleen maar luist’ren kan;
ergens heen gaan, kan ik niet.
maar er zijn nog meer woorden aan andere havens!
ach, hoe sterk verlang ik te breken alle balken
om vrij te komen en de tekenen te zien,
dat vele eeuw’ge dingen wachten nog.
de welgestelden zijn gereed voor mooie wensen
aan hen die geloven in een zonnige toekomst,
die wachten na eb op een nieuwe vloed.
moet ik slechts buiten mij iets kunnen vinden?
ik zeg er dank voor, dat mijn huid de grendels wegschoof,
dat ik kon zien wat schitterde in mijn eigen bloed.

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer