16 april 2007

De biografie als literaire vorm

De biografie als literaire vorm is momenteel een actueel discussieonderwerp. Niet zo verwonderlijk, zegt Nigel Hamilton in zijn studie Biography (Harvard University Press, 2007). De biografie is tot nu toe in deze eeuw het meest populaire, maar ook meest controversiële onderwerp in media en publicaties, ook via weblogs oftewel online computerdagboeken. Veel biografisch materiaal wordt immers, behalve in reeds in boekvorm gepubliceerde biografieën, dagelijks gepresenteerd in de media die veel aandacht besteden aan mensen die door hun werk bekendheid genieten in de samenleving, zoals politici, schrijvers en andere kunstenaars.

De biografie is een levensverhaal van een persoon die representatief is voor zijn tijd en die bepaalde prestaties heeft geleverd. De keuze voor een persoon is vaak een persoonlijke keuze, omdat de biograaf zijn onderzoeksobject om de een of andere reden bijzonder vindt. Dat er bijzondere mensen zijn geweest in de gebieden die koloniën van Nederland waren, staat buiten kijf. Er zijn ook in Suriname zelf al verschillende biografieën geschreven, zoals die van de politicus Jopie Pengel (Schoorl, 2000) door Siegried Werners, de veelzijdige en interessante Wim Bos Verschuur (Paramaribo, 2004) door Hans Breeveld en van politicus Jagernath Lachmon (Paramaribo, 1986) door Evert Azimullah.

Het Biografie Instituut van de Rijksuniversiteit van Groningen organiseerde op 29 en 30 maart 2007 een congres over de (post)koloniale biografie. Tijdens dit congres kwamen vier Surinamers ter sprake. Vier mensen, over wie op dit moment een biografie wordt geschreven. Michiel van Kempen (hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam) werkt aan de biografie van Albert Helman. Rosemarijn Hoefte (van het KITLV te Leiden) is bezig met het levensverhaal van Grace Schneiders-Howard. Peter Meel (docent en onderzoeker aan de Universiteit van Leiden) pluist het leven van Henck Arron uit en Cynthia Abrahams (anglist en docente) buigt zich over het leven van Robin Raveles, beter bekend als Dobru. De mensen aan wie op het congres een lezing is gewijd, hebben allen een kopje gekregen dat hen typeert: respectievelijk de homo universalis, de activiste, de politicus, en de dichter.

Het congres had als onderwerp de (post)koloniale biografie. Ook zeven bekenden uit Indonesië kwamen aan bod, onder anderen de schrijvers Madelon Lulofs en Tjalie Robinson; naast dr. H. Muller, ontdekkingsreiziger die veel door Afrika reisde. De dag werd afgesloten met een lezing 'Het ik' door Gerry van Klinken over nationale helden. Van belang is dat naar voren kwam dat de belangstelling voor het Indonesische 'ik' anders ligt dan in het Westen. De oosterse biografie is namelijk geen innerlijke ontdekkingsreis, maar een politieke verklaring. Na 1990 maakte deze agressieve stijl plaats voor een gevarieerder en meer lezersvriendelijk model. Mensen over wie een biografie verschijnt, hebben immers meestal een opmerkelijk leven gehad en hebben op de een of andere manier betekenis voor hun land. Het postkoloniale op het congres vond zijn beslag in het inpassen van de mensen in een breder kader, zoals de nationale heldencultuur in Indonesië en de huidige plaats van biografieën in de natievorming van voormalige koloniën van Nederland. Want natuurlijk is het de vraag bij elk individu of het een rol en welke, heeft gespeeld bij het vormen van de nieuwe natie en de wijze van het al dan niet terugblikken op het koloniale verleden. Als we even terugkomen op de vier Surinamers over wie momenteel een biografie in de maak is, kunnen we wel stellen dat zij alle vier in het proces van bewustwording van onafhankelijkheid en natievorming van Suriname een belangrijke rol hebben gespeeld. Natuurlijk gaat een biografie niet alleen over de persoon, maar krijgen we een afspiegeling van de mensen eromheen, de politieke en maatschappelijke context waarin hij leefde, een tijdsbeeld en, na zijn dood, de invloed die hij gehad heeft op zijn omgeving. De vier biografieën die zijn aangekondigd op het congres zullen een welkome aanvulling zijn op de publicaties uit onze recente geschiedenis. Er staan er meer op stapel en ik ben benieuwd wiens handel en wandel dan onthuld zal worden.

hn

Hilde Neus werkt deeltijds bij de Stichting Surinaams Museum in Paramaribo, Suriname. Regelmatig staat er een bijdrage van haar hand op de Literaire Pagina van Suriname’s grootste dagblad de Ware Tijd. Hilde is de auteur van een boek over Sussana du Plessis. Deze bijdrage verscheen eerder op de Literaire Pagina van dagblad de Ware Tijd, 14 april, 2007.

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant