4 september 2006

Eddy Pinas

Eddy Pinas ? klein oeuvre, groot talent

Een bescheiden mens, en een Surinamer in hart en nieren. Eddy Louis Pinas (1939) is een schrijver die een klein oeuvre heeft opgebouwd, haast tussen neus en lippen door, met een heel eigen stijl en toon. Michiel van Kempen noemt hem in Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur ‘een echte minor poet’, juist vanwege dat kleine oeuvre dat ? hoewel niet omvangrijk ? van hoge kwaliteit is.

BRUG

Auto’s daveren
over de brug
maar de kreek
voert uit het bos
nieuwe stilten aan

Eddy L. Pinas

In: Spiegel van de Surinaamse poëzie (1995)

Zijn debuut maakte Pinas in 1973 als Faceless X, met de gestencilde bundel verzetspoëzie Krawasi (Karwats). Daarna volgde Te koop wegens vertrek, in 1975. De grimmige toon die zijn debuut kenmerkt, zet zich voort in de tweede bundel. Maar, zoals Van Kempen stelt: ‘Nooit is het een vrijblijvend schimpen, wel een fundamentele bezorgdheid om wat de toekomst brengen zal’.

SYNTHETISCHE NEDERLANDER

importproduct uit de west
invoerrechten vrij
statistiekrecht en KLM verplicht
handelaar exclusief BTW
copyright
Den Haag
1863
wandelende synthetische ik
in 1954
te Paramaribo (of elders)
gefabriceerd in licentie
binnenkort
importbeperking – of verbod –
te verwachten

Eddy L. Pinas

Uit: Te koop wegens vertrek (1975)

Ook schreef Pinas meerdere toneelstukken. Als zestienjarige werd van zijn hand De econoom opgevoerd, een satirische eenakter. Tevens schreef hij het toneelstuk Gerda. Met het verhaal ‘Julien Colijn’ won hij de eerste prijs in een prijsvraag die de overheid had uitgeschreven rond het thema ’Rondom de revolutie van 25 februari 1980’. ‘Julien Colijn’ verscheen in de uitgave van het ministerie van Cultuur, Jeugd en Sport, Een pantserwagen in de straten: drie verhalen rond 25 februari (1981). Het in het Sranan geschreven verhaal ‘San pesa ini Kaneri’ verscheen in Nieuwe Surinaamse verhalen (1986).

Het thema dat thans in zijn sporadisch opduikende werk een rode draad lijkt te zijn is het (moreel) verval in Suriname. In een vraaggesprek stelt hij: ‘De oude waarden zijn sterk aan het veranderen en niet altijd in positieve zin. De gastvrijheid is gebleven. Maar in de relatie tussen ouderen en jongeren; van beide kanten zijn er veranderingen. Mensen zijn niet zo open meer naar elkaar toe. De tegenstellingen zijn sterker geworden: wie nu voor de ene partij is, is tegen de andere, en omgekeerd.’ Inmiddels heft Eddy Pinas al zeker tien gedichten over het pand op de hoek van de Dr. Sophie Redmondstraat en de Zwartenhovenbrugstraat in Paramaribo geschreven.’Ston Oso’ is een stenen gebouw van grote monumentale waarde, in het hart van Paramaribo, dat echter door allerlei onduidelijke redenen steeds verder in verval raakt. ‘Door het zien van Ston Oso begin ik juist aan nú te denken’, verklaart Pinas zijn drang om over de bouwval te schrijven. ‘Ston Oso werkt op me in en veroorzaakt bij elke confrontatie opnieuw een gevoel van opstand tegen dit verval. Sommige mensen gaan dan schreeuwen, maar ik merk dat ik op een andere manier in opstand kom.’

STON OSO (2003)

de zon vreet zich een bestaan
in de bakstenen gevel
en de restanten kozijn
waarvan de bladders reeds lang zijn
weggewaaid
vuile resten spandoek
wapperen als vergeten vlaggen
uit een voorbije tijd
naast mij zeurt een vrouw
over een verkeerd geparkeerde auto
terwijl daar
een stuk nalatenschap
stil
en roemloos
ten onder gaat

EDDY L. PINAS

(najaar 2003)

‘Soms schrijf ik maandenlang niets, dan een hele week achter elkaar korte verhalen. Ik weet nooit waar het naar toe gaat. Het is een zin die ik hoor, iets dat ik zie …’ Het begrip ‘inspiratie’ zegt hem niet veel. ‘Iedereen heeft inspiratie, in iedereen zit een dichter, maar wat doe je ermee? Dat het niet tot wasdom komt, dat is een andere zaak. De ontroering is er, er is genoeg dat me raakt. Een glas stukslaan is ook een uiting. Zo’n voorbeeld is bizar, maar het geeft wel aan wat ik bedoel.’ De bekende Surinaamse dichter en strijder voor rechtvaardigheid Dobru heeft Pinas niet beïnvloed, hoewel ze wel vrienden waren. ‘Maar we dachten vanuit verschillende uitgangspunten. Dobru was voor mij iets aparts – een soort instituut. Ik heb ook een periode van protest gehad, maar dat was er weer gauw vanaf. Trouwens, het zou vanuit mijn beroep ook ongeloofwaardig zijn. Ik was werkgever. Toch was Dobru degene die mij steeds aanspoorde uit te geven.’ Met de poëzie van Ruud Mungroo (die overigens nooit gebundeld is) voelde Pinas wel enige affiniteit.

‘Een gedicht is zo persoonlijk, het schrijven ervan gebeurt niet vanuit een bepaalde behoefte. Het zit in je. Je maakt aantekeningen. Dat is voor mij niet het moment om het al te delen. Pas wanneer ik het publiceer dan houdt het op; dan is het niet langer mijn kind. Publiceren staat los van het schrijven. Ik kan toch ook niet stoppen met ademen? Het is een fysiologisch proces. Sommige mensen denken dat je niet schrijft als je niet publiceert. Er zijn schrijvers die wél zo werken, die de publicatie al in hun hoofd hebben als ze aan het werk zijn. Dan ben je niet meer vrij.’

Geraadpleegde literatuur:

  • Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Breda, De Geus, 2003.
  • Spiegel van de Surinaamse poëzie. Samengesteld door Michiel van Kempen.Amsterdam:       Meulenhoff, 1995.

Marieke Visser

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Net niet spannend genoeg
Door Fatima Bajja

Het lijkt alsof Sylvia Houweling alles heeft wat haar hartje begeert. Ze is getrouwd met Eddie Kronenburg, heeft twee kinderen en woont in een prachtig huis in Amsterdam-Zuid. Toch is het allemaal niet zo mooi als het lijkt. Eddie werkt namelijk in de onderwereld, hij is verantwoordelijk voor het transport van drugs.

Lees meer