24 april 2006

André Manuel

Boem Deng Tjing

Het is weer boekenweek in Nederland. De periode waarin iedere fanatieke of passieve niet-lezer naar de boekhandel wordt gemanoeuvreerd om een boek te kopen, opdat ze er een boekje voor nop bij krijgen (dat de moeite van het lezen meestal niet waard is). Een larmoyante periode voor elke liefhebber van boeken, omdat je kostbare tijd in de winkel wordt afgesnoept door lieden die hopen genoeg boeken over rotstuinieren en spekkopen bijeen te kunnen scharrelen om maar vooral het gratis Gratis GRATIS!!! meesterwerk van Arthur Japin (met dank aan de Kollektieve Propaganda v/h Nederlandsche Boek) mee te pikken. Zo zijn wij Nederlanders. 

Of, zo zijn zíj Nederlanders. U en ik natuurlijk niet. U en ik zijn lézers (of Vlaming) en wij malen niet om gratis pulp. Sterker nog, wij vinden het leuker om het boekenweekgeschenk twee maanden later voor €2,- te kopen om dat leuke ouwe kereltje met zijn achenebbisj boekhandeltje een beetje te steunen. Wij zijn trotse lezers die de aankomende dagen dus niet in de buurt van een boekwinkel komen, in de hoop Japin, Brown en Van Rooyen (hoe spel je dat trouwens?) te mijden. Tja, licht elitaire trekjes kun je ons niet ontzeggen. En daar is niets mis mee. Laten we wel wezen, wie moet die andere 51 weken de boekhandel draaiende houden? Precies, ik wil maar zeggen. 

Voor ons is de boekenweek de uitgelezen kans om eens rustig te gaan zoeken in de stoffige hoekjes waar gewervelde bestsellers en ander gepantserd ongedierte niet durven komen.

Maar we proberen wel in het thema van de boekenweek te blijven – dat moet namelijk van de website. Herinnert u zich nog dat er enkele jaren terug stemmen opgingen om Bob Dylan de Nobelprijs voor Literatuur in de bek te splitsen? Jammer voor Bob dat die mondharmonica in de weg zat, maar het gaat nu even om het idee. Als het thema van de boekenweek ‘Boem Paukeslag/Literatuur en muziek’ is, dan is dit de plaats om een schrijver te omhelzen die eigenlijk tekstschrijver/muzikant, of eigenlijk cabaretier en eigenlijk geen échte schrijver is. (Een échte schrijver is per uitsluiting geen cabaretier of tekstschrijver, laat staan muzikant. Nee, ook Wim de Bie, Rick de Leeuw, Luc de Vos, Maarten van Roozendaal en Piet Hein Donner niet. Een échte schrijver, dat is wat anders. Daarover wellicht een andere keer meer.) 

André Manuel was zanger en multi-instrumentalist van de band Krang en is sinds het verscheiden van die groep solo gegaan. Krang was een van de leukste Nederlandse bands, die zich naast vakkundige muziek en zeer avontuurlijke optredens, vooral de moeite van het volgen waard was door de teksten:

De bas is die van Mingus
De gitaar van Perlemoer
Het is het ritme van de duivel
En je ruikt z'n ouwe moer
Blaas driemaal het signaal
Alle geesten uit de fles
Het spook kwam op van links
Met een toetertje vol Jazz

(De Ketterse fanfare, 1997)

Manuel heeft een gezond cynische blik op alles om hem heen, op alles waar een tekstschrijver mee te maken krijgt, en weet dat met kwikzilveren associaties te verwoorden in songteksten die de luisteraar bij de nekharen grijpen. Door de hink-stap-sprongmanier van vertellen krijgt Manuel veel voor elkaar: zowel het maken van liedteksten die perfect passen binnen de muziek, en het prikkelen van de luisteraar tot nadenken over wat er gezongen wordt. En dat gaat nu eens niet over het Vondelpark of de Zeeuwse kust, niet over Annabelle en niet over zijn vader, niet over gezellig en niet over heerlijk rustig, maar juist over de andere kant van Nederland, over de ongemakkelijke kanten van de samenleving, over (de moord op) Theo van Gogh, over terrorisme, over waanzin en natuurlijk ook over muziek. 

Wat zou muziek kunnen doen, als je nergens over zingt? ‘Klinkt als parels in de inkt/
Zo goed alsof het duifje ringt/ Zo goed als of het zwijgen klinkt/ Maakt geen zak uit wat je zingt (Popster, 1998). Nee, ook popmuziek heeft wel degelijk iets te vertellen. Muziek (en dat wist Paul “Boem Paukeslag” van Ostaijen net zo goed als André “Boem deng Tjing” Manuel) is een volwassen kunstvorm en is dus zeer geschikt om meningen in te verwoorden, vragen te stellen en je ontzettend boos te maken. En er is genoeg om je boos te maken (ook al krijg je dat idee niet als je naar Lange Frans en Baas B. luistert), en dat is wat Manuel op intelligente manier in zijn liedteksten wil vertellen. 

Dit land z'n laatste benen
Heeft z'n beste tijd gehad
En al wat ons nog rest
Dat is het graven van een gat
De kranen moeten lopen
Voor 't gemene weltevree
Trek de vinger uit de dijken
Geef het land weer aan de zee

Laat het water stijgen
Alle lippen barstend droog
Te plat de oppervlakkigheid
Het peil moet weer omhoog

Geen ark mag er getrokken
En geen vlot wordt hier gebouwd
Eert voor eens de hand die voedt
Het water zo vertrouwd

En zelf zal ik de laatste zijn
Ik spied en vergewis
Of iedereen daadwerkelijk
Ook echt verzopen is (Vinger, 1998)

Tijdens het lezen van deze teksten merk je al snel dat Manuel niet de zoveelste protestzanger à la ‘of ik al dan niet te min ben’, maar in z’n eentje een stormtroep tegen maatschappelijke desinteresse vormt (Hef ut glas en striek de vlagge/ op ons dode vaderland, Hef ut glas 2006). Voor rust en vrede moet je elders zijn. Nederland is een puinhoop en Manuel weet de zere plekken haarfijn te vinden.

Naast vilein observator van Nederlandse Toestanden, is André Manuel ook zeker een taalliefhebber. Om mij volstrekt onbekende redenen zingt hij zijn laatste drie platen in het Twents. Tja, waarom? Manuel is zo goed dat ik zijn teksten desnoods uit het Neder-Kirgizisch zal trachten te vertalen, maar eigenlijk baal ik er wel een beetje van. Twents is niet volstrekt onbegrijpelijk (een beetje wel, hoor) maar fijn luisteren is anders. Ach, sektarisch als Twentenaren graag willen zijn, vinden ze het vast geen probleem als ik (uit Amsterdam) mij hoofdzakelijk beperkt tot de teksten in het Schoon-Nederlands…

Taalliefhebber dus. Waarom is volgens mij Manuel de plaats van ‘Schrijver van de week’ waard? Omdat Manuel zich op een dichterlijke wijze bewust is van de woorden die hij gebruikt, omdat hij op een maniakale manier met schrijven en taal bezig is.

Ik ben een zoon van het lied
En een kind van het akkoord
Ben een junkie van de taal
En verslaafd aan het woord
Pers het bloed uit m'n vingers
Spuit m'n armen vol inkt
Ik jaag de taal door m'n lichaam
Totdat het lekker klinkt

Ben een dief van de geest
Ik leef met losse handen
Ben een junkie die de taal
Op z'n tong moet voelen branden
Ik snuif me door de boeken
En ik slik elk woord
Ik hol achter de feiten aan
Totdat ik heb gescoord

(Junkie van de taal, 1998)

Het is de volstrekt onvermijdbare manier waarop Manuel muziek en teksten tot één geheel weet te smeden, die maakt dat je hem ook daadwerkelijk gelooft. En geloven in literatuur, of in popmuziek (of afwasmiddel), dat is een zeer complexe procedure. Nee, ik geloof niet dat Manuel Nederland het liefst ziet verzuipen. Nee, de situatie is niet zo uitzichtloos als Manuel zingt. Nee, een kogel in het hoofd van De Gewone Nederlander of de Kale Messias brengt geen oplossing. Maar de urgentie waaruit hij zingt, maakt wel degelijk duidelijk dat het rusten op onze lauweren geen soelaas brengt. We moeten te allen tijde opletten wat er om ons
heen gebeurt. En dat moeten we zelf doen. Dan kunnen we niemand vertrouwen. Niet de politicus die ons bezweert dat alles onder controle is en niet de rockzanger die zingt dat

Van Bob Marley noar Da Vinci
Via Pik Botha noar Sherrif Brown
Dank wie ut gepeupel
Veur hun grenzeloos vertrouwn
Ak toch argens noar verlange
Ist opt end van de rit
De Blinde an ut roer
En Eenoog an ut spit

(Wit, 2006)

In 2004 publiceerde uitgeverij Vassallucci André Manuels eerste roman, Het tragische einde van de Nederlanders zoals wij hem kennen.

Het boek draait om een programma van SBS6, waarin de laatste Nederlander via een democratisch proces van stemmen per SMS een nekschot krijgt. Grote maatschappelijke scherprechters als Midas Dekkers, Theo van Gogh en Prins Bernhard zitten in de jury. In dit boek is het hoofdzakelijk de cabaretier Manuel die het woord voert. De vileine observaties, de tot het bittere einde doorgevoerde redeneringen en de rake klappen die de lezer in het gezicht krijgt: er valt genoeg te lachen in het boek, er valt ook meer dan genoeg denkstof uit te halen, maar een goed boek is het niet. Omdat het de opbouw slordig is, omdat de stijlbeheersing matig is, omdat het overduidelijk een samenraapsel van stukken cabaret, columns en overpeinzingen is, samengehouden door een rood draadje van verwaarloosbare spankracht.

Manuel zit duidelijk beter in zijn vel als hij een liedtekst maakt. 

– tussen grote aanhalingstekens-openen: En, zoals ondertussen het handelsmerk van uitgeverij Vassallucci begint te worden, wemelt het boek van de fouten. Enkele voorbeelden: ‘De hoeveelheid hagelslag die … beland’, p. 28, ‘Auschwitsz’, p. 44 ‘but I just feel like Jezus’ son’, p. 64, ‘oranje-parafinalia’ p. 67, ‘de geur van verschroeit vlees’ p. 83, ‘We hebben Irak bevrijdt! Waarvan hebben we Irak bevrijdt?’ p. 92, ‘Lary King’ p. 104, ‘Rooseveld’ p. 108, ‘Wat er aan de elektronische muziek niet deugd is wat er aan de metronoom niet deugd.’ p. 175.

Begrijp me goed: ik heb al eerder gemerkt dat André Manuel een tamelijk problematische omgang heeft met de regels van de Nederlandse spelling en werkwoordsvervoeging. Maar het is de taak van een uitgeverij om die flagrante fouten te verbeteren. De tekstredactie van Vassallucci is schandalig en verwijtbaar volstrekd incompetend. Dit uiteraard geheel terzijde. – aanhalingstekens-sluiten.

Ik heb hier niet kunnen beschrijven hoe de muziek van Krang of van Manuel solo klinkt. Daarvoor zult u de cd’s op moeten zoeken. Nog een stukje tekst als afsluiting:

Schiet me maar de ruimte in
Ik heb het hier nu wel gezien
Genoeg van al en iedereen
Ik wil een bol voor mij alleen
Waar mag niemand weten
Het zal van mij zijn
En de bol moet Krang gaan heten

(…) Maar na verloop van eeuwen
Zal ik me stierlijk gaan vervelen
Niemand die me tegenpraat
De vrede die me tegenstaat
Ik honger naar de andere kant
Een slagveld in dit brave land

Dus neem ik groot een fors besluit
En nodig ik de mensen uit
Ik ben niet gek ik ben niet bang
Ik wil onrust in mijn wereld Krang
Fuck de wieg op naar het graf
Stuur een vijand op me af
He hallo wat leuk val binnen
Laat de oorlogen beginnen

(Krang, 1997)

André Manuel, Het tragische einde van de Nederlanders zoals wij hem kennen, Amterdam Vassallucci 2004
André Manuel, Allene, Silvox 143.

Allebei verkrijgbaar via www.maneman.nl, ook voor data van optredens &c. 

Patrick Bassant
 

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer