12 december 2005

Ida Gerhardt

Op 11 mei 1905 wordt in de Haarstraat in Gorichem Ida Gerhardt geboren. Vanuit deze plaats verhuist het gezin Gerhardt naar Rotterdam, waar Ida naar het Erasmusgymnasium gaat. Daar wordt zij in de klassieke talen onderwezen door de dichter J.H. Leopold, die sindsdien haar grote voorbeeld en leermeester is.
Gerhardt gaat zelf klassieke talen studeren, in Leiden en Utrecht, en wordt lerares klassieke talen in achtereenvolgens Groningen, Kampen en aan De Werkplaats van Kees Boeke.
In 1942 promoveert zij op een gedeeltelijke vertaling van Lucretius' De rerum natura. Later publiceert zij een vertaling van de Georgica van Vergilius, en samen met haar levensgezellin Marie van der Zeyde de psalmen, waarvoor ze speciaal Hebreeuws leerde. In 1968 krijgt ze de Martinus Nijhoff Prijs voor haar vertalingen.
Als dichter debuteert zij in 1940 met de bundel Kosmos. Bekendheid verwerft ze echter pas met haar tweede bundel Het Veerhuis, die haar de Van der Hoogtprijs oplevert. Ze publiceert in totaal zestien dichtbundels, waarvan De Adelaarsvarens in 1988 de laatste is. Na tal van andere literaire prijzen krijgt ze in 1980 de P.C. Hooftprijs voor haar gehele oeuvre.
Het werk van Gerhardt wordt gekenmerkt door een klassieke, strenge toon. In haar eerste dichtbundels speelt het Hollandse landschap een grote rol. In haar latere werk voegt zij daar als thema's aan toe angst en verbondenheid, religie, en het dichten zelf. Tot haar beroemdste gedichten behoren 'Onder de brandaris' en 'Het carillon', dat met de veelvuldig geciteerde regels eindigt: 'Nooit heb ik wat ons werd ontnomen/ zo bitter, bitter liefgehad.’
 
Werken:
Het levend monogram (zj.)
Kosmos (1940)
De natuur en haar vormen (De rerum natura) (1942)
Het veerhuis (1945)
Buiten schot (1947)
Bij de jaarwende (1948)
Kwatrijnen in opdracht (1949)
Vergilius' Het boerenbedrijf (Georgica) (1949)
Sonnetten van een leraar (1951)
De argelozen (1956)
De hovenier (1961)
De slechtvalk (1966)
De ravenveer (1970)
Twee uur: de klokken antwoordden elkaar (1971)
Vijf vuurstenen (1974)
Het sterreschip (1979)
Dolen en dromen (1980)
De zomen van het licht (1983)
De adelaarsvarens (1988)
Hoefprent van Pegasus (1996)
Gebroken lied: een vriendschap met Ida Gerhardt (1999)
Verzamelde gedichten (3 dln.) (1999)
Zeven maal om de aarde te gaan (2001)

Uitgaven:
Vroege verzen (1978)
Nu ik hier iets zeggen mag (1980)
Verzamelde gedichten (1980)
Courage! (2005)
 
bronnen: www.stapel.org, www.dbnl.org
 

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer