23 januari 2006

Bart Koubaa

 

Bart Koubaa (1968) studeerde film en fotografie aan de KASK en Arabisch aan de Universiteit Gent. Hij woonde in Wenen, Madrid, Jerez de la Frontera en Firenze. In 1988 won Koubaa met zijn band Ze Noiz de Humo’s Rockrally. Koubaa is fotograaf van beroep en werkt sinds 1998 met het dadaïstische gezelschap Walbers und Hanssen aan een film en zorgt tussen al het werk door voor kinderen in een schooltje in Gent. Vuur (2000), het debuut van Bart Koubaa, werd genomineerd voor de ECI-prijs en bekroond met de Vlaamse Debuutprijs. Onlangs verscheen zijn tweede roman, Lucht.
 
Vuur vertelt de geschiedenis van Kuda Bux, een Indische zigeuner die in 1935 een opmerkelijke daad stelde door zonder daar lichamelijke letsels aan over te houden een drie meter lange greppel met gloeiende kolen over te lopen, tot verbazing van de toenmalige parapsychologie. Jaren later krijgt de oude Kuda Bux de negatieven opgestuurd – die onmogelijke beelden blijken te bevatten – en slaat het noodlot toe:

[D]e negatieven ontwikkelen zichzelf en beginnen te smeulen, algauw worden de vlammen groter en staat het huis van de ongelukkige in lichterlaaie. Alleen zijn voeten worden teruggevonden, ongedeerd.
 
In wat volgt blikt de kleinzoon van Kuda Bux, die dezelfde naam draagt, terug op de jaren voor de vreemde dood van zijn opa. Beide mannen wonen in een woonwagenkamp met hun familie. Opa Bux vormt in positieve en negatieve zin de spil van het kamp. Uit zijn verhalen aan het vuur lijkt het leven van de kleine gemeenschap te ontstaan. Rond hem draaien alle bezigheden, bekommernissen, feesten en ergernissen. ‘Het was wel altijd wat met ons, maar je kunt niet zeggen dat er geen vuur in zat’, zegt de jonge Kuda. Op een bepaald moment vat hij het plan op om het kampleven neer te schrijven in een boek. Niet zomaar een boek:

Schrijf op: niet wij verzinnen het verhaal, het verhaal verzint ons. Punt. Het kan me niet schelen wat ik ermee bedoel, dat interesseert me eerlijk gezegd niet zo, als de woorden komen, komen de woorden, en als ze klinken, des te beter, als ze maar spreken zoals de handen rond het vuur, tegentijds of eigentijds en tijdelijk, dat is niet van wezenlijk belang, want het vuur zelf zullen ze nooit zijn, daarvoor hebben we nog een lange weg te gaan […]

Kuda schrijft over zijn grootvader en diens fascinatie voor het televisieprogramma Mens en dier, voor alcohol; hij schrijft over de bemoeizucht, het tirannieke gedrag; hij schrijft over zijn moeder en vader, tante wasmachine, over zijn liefde voor Zoë, over de stad, het nakende verdwijnen van de kampen, over het onbegrip, het racisme, over de tweestrijd die hij zelf voelt. En over het vuur, de verhalen van opa Bux.
 
Bart Koubaa schrijft over meer dan dat. Hij slaat de taal gade, de kracht daarvan en het onvermogen om te reconstrueren. Hij laat het vuur zelf de overhand nemen, laat zijn vertelling bijna uiteenrafelen in door en naast elkaar lopende stukjes. Maar hij slaagt er – al is het maar net – in pauzes in te lassen, de lezer kort naar adem te laten happen om daarna met evenveel vaart weer aanstekelijk van het ene kleine verhaal naar het andere te springen.

Zoals het heelal uitdijt als een gedachte, zo schrijft dit boek zichzelf, telkens opnieuw, telkens anders. Eén versie ervan vertrouw ik toe aan het papier, de rest vervliegt. Toch zijn de andere versies even waardevol en zou het verkeerd zijn te beweren dat dit de juiste versie is, er bestaat geen juiste versie.

In Lucht (2005) legt Koubaa de geschiedenis van Kudo Yamamoto vast, die als Japanse jongen zijn ouders volgt naar Amerika. Daar wordt hij na zijn studie als vertaler in de nadagen van de Japanse aanval op Pearl Harbor door de FBI in Washington aangeworven als hoofd Japanse aangelegenheden. Door een vertaalfout wordt hij medeverantwoordelijk voor de atoombommen die boven Nagasaki en Hiroshima worden gedropt. Hij vlucht opnieuw naar Japan.
 
Geen mens was zich zo bewust van de kracht van de taal als Kudo Yamamoto en nu hij terug in Japan was, wilde hij die kracht alleen nog voor de poëzie reserveren.
 
‘De kracht van de taal’ neemt bij Kudo Yamamoto echter bijzondere vormen aan:

Kudo Yamamoto probeerde de hele kosmos in zeventien lettergrepen te vatten, omdat in oude geschriften stond opgetekend dat de duur van het langste bewustzijnsproces, dat door de waarneming van de zintuigen wordt veroorzaakt, gelijk is aan zeventien gedachteogenblikken, elk korter dan een bliksemstraal. Als die ene zin alles kon vastleggen wat er ooit gedacht, gezegd en geschreven was en wat er nog gedacht, gezegd en geschreven kon worden, zouden zijn verleden en zijn toekomst door de natuurlijke bewegingen van zijn penseel in rook kunnen opgaan.
 
Zijn gedicht moet een polaroid zijn, ‘het eeuwige in een hand gegrepen’. Zeventien lettergrepen die allesomvattend zijn.
 
Bart Koubaa vertelt opnieuw met veel vaart, laat verschillende personages en herinneringen door elkaar lopen zonder het geheel daardoor te vertragen. Het resultaat is een zich steeds wijder vertakkend verhaal in zeventien hoofdstukken, dat evenveel bliksemflitsen en raakpunten samenbrengt in de fascinerende figuur van Kudo Yamamoto. In Lucht toont Bart Koubaa zich – gepast – wat bedachtzamer dan in zijn eersteling. Terwijl Vuur zich in een razend tempo voortbeweegt, op bepaalde momenten zelfs een te chaotische indruk maakt – wellicht opnieuw gepast – volgt Lucht een ernstiger weg, vol symboliek, terugkerende patronen, verrassende afwikkelingen en subtiel ‘ingeschreven’ verwijzingen.
 
Zowel Vuur als Lucht verlopen volgens hetzelfde soort blauwdruk: een markante en mysterieuze gebeurtenis wordt gevolgd door een reeks voorafgaande afwikkelingen tot dat moment. Enkele elementen keren in beide boeken terug: Chet Baker, een geheimzinnige brief, een foto die zich niet louter afbeelding toont, het vermogen of onvermogen van de taal, het bovennatuurlijke in het hoofdpersonage… Maar allebei voeden ze zich met een stijl en een tempo die de inhoud van het vertelde passend begeleiden. En allebei trachten ze het onvoorstelbare voor te stellen.
 
De literatuur kan alleen bestaan wanneer zij zich onmetelijke doelstellingen oplegt, ook als de realisering daarvan onmogelijk is. Alleen als dichters en schrijvers dingen ondernemen waar niemand anders aan zou durven denken, behoudt de literatuur een functie […]
 
Het is ongeduldig wachten op Water en Aarde. En wat na de elementen?
 

Boeken:
Vuur. Em. Querido’s Uitgeverij BV, Amsterdam, 2000. ISBN 90 214 7260 0.
Lucht. Em. Querido’s Uitgeverij BV, Amsterdam, 2005. ISBN 90 214 7028 4.

Bron:
www.theateruitvlaanderen.nl

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant