29 november 2004

Wanda Reisel

Wanda Reisel wordt in 1955 op Curaçao  in een anarcho-liberaal doktersgezin geboren. Na het gymnasium begint zij in 1974 aan de studie Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam maar na het lezen van een aankondiging ‘Inpoldering en bedijking van de Alblasserwaard in de 17e eeuw’ besluit zij de studie vaarwel te zeggen en meldt zich bij de Regieopleiding van de Theaterschool in Amsterdam (1976-1981).
Na de opleiding neemt het schrijven voor toneel de overhand. Toneelgroep Baal speelt in 1984 haar eerste stuk Ansichten, gevolgd door Echec in een eigen regie. In 1986 debuteert ze als prozaschrijver met Jacobi's Tocht (2 novellen) bij uitgeverij Querido waar al haar prozawerk is uitgegeven. 
In 1988 verschijnt haar eerste roman Het Blauwe Uur. Ook wordt in 1988 Op de Hellingen van de Vesuvius gespeeld, toneelstuk gebaseerd op het leven van de dichter Giacomo Leopardi, door de toneelgroep Maatschappij Discordia. In 1990 volgt het toneelstuk De Vliegenier uitgevoerd door theatergroep Carrousel  en in 1999 speelt de Belgische groep De Onderneming in samenwerking met Het Toneelhuis haar stuk Sangria! Incidenteel schrijft zij ook scenario’s voor film en televisie. 
In 1993 verschijnt haar roman Het beloofde leven en 1996 de roman Baby Storm die genomineerd wordt voor de Libris Literatuurprijs 1997. Haar vierde roman Een man een man (2000) werd eveneens genomineerd, voor de Libris Literatuurprijs 2001.  In september 2002 kwam haar toneelstuk De Zindering uit. Op het Nederlands Filmfestival Utrecht 2003 kreeg de film Dwaalgast (scenario WR) een gouden kalf voor beste korte tv-drama. In november 2004 verscheen haar nieuwste roman Witte Liefde, een verhaal over een onmogelijk liefde. De late jaren vijftig. Sinds een paar jaar woont Ro Weller, een moderne jonge vrouw, beeldhouwster, met haar man Rudi, een veelbelovende architect, en hun dochtertje op het paradijselijke eiland Curaçao. De tijd is zorgeloos, de kleuren uitbundig en de palmen wuiven. Maar dan slaat een liefde toe: als uit het niets daalt er een vonk neer op Ro en de journalist Bob Krone, die net als zij getrouwd is. Hun liefde blijkt verslavend en hun verlangen geeft hun een grenzeloze zelfverzekerdheid. Maar onschuldig blijven zij niet ? wit kan niet anders dan een keer vuil worden, dus zet het noodlot genadeloos in. Met opgevoerde spanning nemen Ro en Bob ons mee in een onstuimige achtbaan: hoe ze zich ook proberen te verzetten, ze willen niets liever dan elkaar. Hun buitenhuwelijkse liefde speelt zich af tegen het decor van koloniale huizen, stegen van de gekleurde bevolking en uitbundige recepties en feestjes van de blanke elite met oogstrelende cocktailjurken en witte smokings. Pas aan het eind van haar leven, als Ro allang terug is in het kille en kleinburgerlijke Nederland, durft ze aan haar grote liefde terug te denken.

Bibliografie:

Romans:

Witte Liefde
2004
Een Man Een Man 2000
Baby Storm 1996
Het Beloofde Leven 1993
Het Blauwe Uur 1988
Jacobi’s Tocht 1986

Toneelwerk:

Ansichten en Echec
Op de hellingen van_Vesuvius
De Vliegenier
Sangria !
De Zindering

Film- en televisiescenario’s:

Blindgangers 
Vier maal mijn hart
Verhalen die ik mijzelf vertel
Ted
Eine Klein Nachtmerrie

Bron: http:/Wanda.Reisel.net

DdH

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 oktober 2007

Roman met speelse cartoonachtige taferelen De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol. De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis. Steeds meer wetenschappelijke disciplines staan open voor datgene wat deze mensen over bijzondere ervaringen te vertellen hebben die men heeft opgedaan tijdens die crisis. In de westerse wereld zijn wetenschappers de laatste jaren er toe overgegaan dit soort ervaringen toch serieus te nemen en een onderzoek in te stellen naar de strekking ervan. Dat leidt tot uitermate belangrijk onderzoek. Wanneer kan worden aangetoond dat mensen werkelijk de grenzen van ruimte, tijd en sterfelijkheid kunnen overschrijden, zijn de consequenties daarvan voor de wetenschap, de theologie en dus ook voor het leven enorm. Simon Vestdijk schreef in zijn essay Berichten uit het hiernamaals (De bezige Bij , 1982, pg.11) het volgende: Op aarde acht men het psychisch leven gebonden aan de stof. Een dergelijke stoffelijke grondslag kennen wij hier niet. Geen lichaam, geen zintuigen, geen tastbaar denkorgaan, niets. Maar hoe wil ik dat bewijzen? Hoe overtuigend moeten mijn woorden wel klinken, willen zij de kluisters verbreken van wat zelfs ik nauwelijks een vooroordeel waag te noemen? Ik weet zeker, dat ik leef, al ben ik gestorven, en ik weet zeker, dat ik geen lichaam meer heb; maar het zou wel eens kunnen zijn, dat dit dan ook het enige is dat ik weet. Ieder van ons heeft wel eens momenten gehad, dat niets hem eenvoudiger leek dan u, aanstaande lotgenoten, met voorbeeld of beeldspraak uit te leggen hoe wij ons voelen in onze nieuwe toestand, wat er met ons aan de hand is, wie en wat wij zijn en niet zijn. Menige aardbewoner, zo meenden wij, kent uit eigen ervaring wel die dromerige stemmingen, waarin het rumoeren der buitenwereld niet meer tot hem doordringt, en zijn eigen bewustzijn de gehele horizon van zijn bestaan schijnt in te nemen. Dat komt overdag voor, en even voor het inslapen ervaart gij het gewoonlijk op zijn duidelijkst. En nu kunnen wij wel zeggen, dat gij hierin een vergelijkingsmaatstaf bezit, die nadere uitleg onzerzijds overbodig maakt, helemaal eerlijk zijn wij hierin niet, want voor zover wij ons de vroegere dagdromen nog herinneren, weten wij maar al te goed, dat de vergelijking hoogst misleidend is, en dat uw minuten van wegdrijven op innerlijke golven heel iets anders zijn dan onze bestaansvorm. Als gewezen dienaren der wetenschap zouden wij er dus verstandig aan doen onze nederlaag toe te geven. De schrijver Eric de Clercq waagt in zijn roman Het grote spel waterparadijs een poging deze thematiek uit te werken en te gieten in een verhaalvorm. In zijn relaas wordt een zekere Tim ten tonele gevoerd die zich uitgerekend door een sprinkhaan, Vioolpret geheten, laat vertellen dat hij een ongeval gehad heeft en in een comateuze toestand verkeert. Deze toestand zou gelijk staan met de dood. Blz. 17 : “ Je zal ondertussen wel vermoeden dat deze wereld jouw doordeweekse leventje niet is. En dat is het ook niet. Dit is de vijfde Dimensie. De dimensie waarnaast alle levende wezens na hun dood terugkeren. “ Tim wordt in het verhaal omringd door tientallen figuren, allemaal cartoons die de meest uiteenlopende insectensoorten vertegenwoordigen. Elke figuur stelt een soort voor dat het best bij zijn status, beroep of persoonlijkheid past. De figuren die hij tijdens zijn ronddolen ontmoet, komen hem steeds bekend voor. Hij krijgt mensen gepresenteerd die afkomstig zijn uit zijn geboortedorp en die door Tim een plaats toebedeeld krijgen in de vorm van als cartoons. Het stoort hem ook niet dat de figuren creaties zijn van zijn eigen geest. Pas aan het eind van het verhaal keert de rust in Tims’ wereld weer terug. Het feest en de avontuur zijn dan ook voorbij. De figuren van zijn wereld hebben zich teruggetrokken in hun woning op vioolpret na die nog in het rond kuiert..Tim vraagt zich ten slotte af wat de toekomst voor hem in petto heeft. Zou hij uit zijn coma ontwaken en terugkeren naar de aarde, of toch maar hier blijven en binnen afzienbare tijd voor een laatste maal reïncarneren, alvorens te promoveren tot de opperste tweede graad. In de roman gebeurt er van alles, varierende van taferelen die je je in de Efteling doen wanen tot taferelen die zoals Vestdijk schrijft: het eigen bewustzijn de gehele horizon van je bestaan schijnt in te nemen en dat je minuten van wegdrijven op innerlijke golven iets anders zijn dan het gewone bestaansvorm. Het lijkt alsof De Clercq met zijn romanvorm waar hij voor gekozen heeft een poging heeft gewaagd zijn eigen literaire conventie te exploreren en exploiteren. Hij laat je de literaire werkelijkheid met andere ogen bekijken, al is het maar voor eventjes. Desalniettemin kan ik niet concluderen dat De Clercq uitstekende en uitzonderlijke literatuur gecreëerd heeft, d.w.z. literatuur met een inventief beeldend vermogen. In elk hoofdstuk creeert hij een nieuwe bedrijvigheid , volop taal en hallucinerende beelden. Het is voor mij zeker niet bon ton om meewarig te doen over de literaire nijverheid van deze auteur maar als ik zijn literaire conventie serieus neem neig ik te kanttekenen dat zijn relaas veel weg heeft van pulp of zelfs van veredeld divertissement. Voor een serieus thema als reïncarnatie had hij een heel ander soort scéne kunnen bedenken en minder op het speelse en amusante gaan zitten. Het begin van het verhaal is in ieder geval zeer goed bedacht. Het is jammer dat hij voor de tragiek van zijn dramatische expressie gekozen heeft voor taferelen en bedrijvigheden die zijn thema, dat best wel zwaar op de hand is, in het frivole meesleuren. Het is ontmoedigend te moeten constateren dat de verhaallijn die met zoveel ijver en toewijding is geconstrueerd, waar de krachtinspanning ook duidelijk in voelbaar is, enkel de verbinding vormt van een reeks woorden , hoewel deze woorden op zich steeds een beeldenstroom met zich transporteren .Het streven om in deze roman een diepzinnig Oosters gedachtegoed weer te geven , is echter even utopisch als het streven van de schrijver alle aspecten van de zichtbare en verborgen in de reïncarnatie te vangen in een roman, te verklaren door speelse cartoonachtige beelden in de roman en tot slot de personages te willen verklaren door de sociale, de familiaire, historische, culturele, psychologische, biologische, linguïstische etc. van hun geschiedenis.

Roman met speelse cartoonachtige taferelen

De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol.
De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis.

Lees meer